AIDS, Ebola, SARS en griep zijn slechts een paar voorbeelden van infectieziekten die zijn ontstaan in dieren en naar de mens zijn overgeslagen. Meer dan 70% van de infectieziekten zijn op dergelijke wijze ontstaan, met desastreuze gevolgen: 33 miljoen mensen hebben wereldwijd AIDS en elke winter bibberen we van angst voor een mogelijke wereldwijde grieppandemie.

Griep is een uitstekend voorbeeld van een infectieziekte waarbij de ziekteverwekker soms van gastheer wisselt. Griep wordt veroorzaakt door het influenza A virus en de natuurlijke gastheren zijn wilde watervogels, zoals eenden, ganzen en zwanen. Deze vogels migreren met verandering van de seizoenen de wereld over op zoek naar voedsel. Ook het griepvirus reist mee. De vogels zelf worden nauwelijks ziek van de infectie. Maar hoe vindt de migratie precies plaats? En wat doet het virus met de vogel? Als we dat weten, kunnen we beter begrijpen waarom de griep soms overslaat op mensen. Bethany Hoye promoveerde onlangs cum laude in Utrecht op een onderzoek naar juist deze combinatie: ecologie en virologie. Een hele nieuwe invalshoek.

In haar onderzoek bestudeerde Hoye onder meer de kleine zwaan. Kleine zwanen broeden ‘s zomers op de Russische toendra. In de winter komen ze met duizenden naar onder andere Nederland om daar te overwinteren. Deze vogels zijn natuurlijke dragers van vogelgriep. Vijf winters lang werd van overwinterende kleine zwanen bloed afgenomen, waarmee met een nieuwe techniek kon worden bepaald of de zwanen water- of landplanten gegeten hadden. In waterplanten komt namelijk een bepaald koolstofisotoop vaker voor dan in planten die groeien op land. Het bleek dat zwanen in het water meer kans hadden om geïnfecteerd te raken met griep. Ook zochten de onderzoekers naar ziekteverwekkers en antilichamen in het bloed. Hieruit bleek dat vooral jonge zwanen geïnfecteerd werden. Jonge vogels scheidden ook meer virus uit dan volwassenen. Het maakt voor de infectie en de verspreiding ervan dus uit welk voedselgebied vogels bezoeken en hoe oud ze zijn.

In een vervolgonderzoek namen Hoye en collega’s een actievere rol in. Ze infecteerden wilde kleine zwanen met vogelgriep (dit was nog nooit eerder gedaan) en keken vervolgens wat de invloed was op migratiegedrag en algehele gezondheid, vergeleken met controlegroepen die niet geïnfecteerd waren of geïnjecteerd met een onschuldige stof. Verrassend genoeg bleek er bijna geen verschil tussen de groepen. Alle groepen vertrokken tegelijkertijd uit Nederland en kwamen de volgende winter gewoon weer terug met nakomelingen. Uit eerder onderzoek was gebleken dat natuurlijk geïnfecteerde vogels veel minder vaak de terugweg vonden en vaker zonder gezin terugkeerden. Het lijkt erop dat vogels die in de natuur ziek worden, sowieso dus al vatbaarder zijn voor vogelgriep. En misschien, zo mijmeren de onderzoekers, gaat infectie met vogelgriep in de natuur wel gepaard met co-infecties en hebben al die infecties samen een vergroot gezondheidseffect.

Kleine zwanen en andere gastheren van vogelgriep leven in een door mensen gemanipuleerde wereld. Veranderingen in het gebruik van land, de verspreiding van mensen en vee en opwarming van de aarde kunnen allemaal wijzigingen veroorzaken in de relatie tussen ziekteverwekker en gastheer. Vervuiling en andere afbraak van de natuurlijke leefomgeving van dieren kan het afweersysteem van dieren beïnvloeden, waardoor ze vatbaarder worden voor ziekten. En daarmee worden ze steeds belangrijke bronnen voor infectieziekten in mensen. Onderzoek zoals dat van Bethany Hoye geeft zicht op de risico’s die we lopen en leert ons stapje bij stapje hoe in te grijpen voordat we met zijn allen rillend in bed liggen, of erger.