De kreet valorisatie roept bij onderzoekers gemengde gevoelens op, en dat is te begrijpen. De huidige roep om valorisatie klinkt immers al snel als een schreeuw om meer kassa, en wel meteen. Het woord roept intimiderende beelden op van snelgroeiende high-tech bedrijfjes en van lucratieve patenten. Maar valorisatie is veel meer, want wetenschap is relevant voor uiteenlopende domeinen als onderwijs, beleid en media. In plaats van als bedreiging kun je de roep om valorisatie ook zien als compliment: erkenning voor de grote maatschappelijke betekenis van wetenschappelijk onderzoek. Meer aandacht voor valorisatie kan ook helpen om investeringen in fundamenteel onderzoek te rechtvaardigen.

Maar wat moet je nu als individuele onderzoeker met valorisatie? Uit mijn promotieonderzoek blijkt dat veel universitaire wetenschappers worstelen met ‘de praktijk’. Onderzoekers zijn bedreven in het formuleren van hypotheses, het opzetten van experimenten en het voeren van een academisch debat. Maar bij ondernemen, netwerken of het schrijven van beleidsadviezen voelen ze zich een stuk minder comfortabel; daar zijn ze immers niet voor opgeleid! Bovendien staan de agenda’s onder druk: je bent toch in de eerste plaats aangesteld om onderwijs te verzorgen en wetenschappelijke publicaties te schrijven?

Laten we voorop stellen dat valorisatie heel diverse manifestaties kent. Kennis kan van waarde zijn voor de samenleving op vele manieren, op de korte of lange termijn. Kennisvalorisatie beperkt zich niet tot het economische domein. Wetenschappelijk onderzoek kan een basis vormen voor verstandig overheidsbeleid op gebieden als landbouw, milieu of volksgezondheid. Je kunt als onderzoeker een publieke taak verrichten door een kritisch opinieartikel te schrijven voor de krant of een gastcollege te verzorgen op een middelbare school. Besef bovendien dat toepassingen van wetenschap niet altijd meteen te realiseren zijn, maar soms even op zich laten wachten. Aan de ontwikkeling van een nieuw medicijn gaan vaak tientallen jaren onderzoek vooraf.

In deze brede betekenis kan iedere wetenschapper aan valorisatie doen. Je kunt je talenten op drie niveaus inzetten. Het minste wat je kunt doen, is je bezinnen op de maatschappelijke betekenis van je werk. Waar is je onderzoek ook alweer om begonnen? Welk probleem wil je er uiteindelijk mee oplossen? Je dagelijkse werk wordt misschien beheerst door theoretische discussies, maar daarachter ligt waarschijnlijk een beeld van een duurzame tuinbouw, een uitgeroeide ziekte of een tolerante samenleving. Dit beeld scherp in je vizier houden werkt niet alleen motiverend, maar verhoogt ook de kans dat je er daadwerkelijk aan bij zult dragen.

Een tweede stap is het contact opzoeken met mogelijke gebruikers van jouw kennis. Ook al is je eigen onderzoek misschien abstract, er zijn ongetwijfeld organisaties die er belangstelling voor hebben. Dat kan een verpleegtehuis zijn, een politieke partij of een commercieel taleninstituut. Behalve te vertellen over je eigen onderzoeksresultaten, kun je mogelijk optreden als een kennismakelaar. Jij kunt mensen bijpraten over de laatste ontwikkelingen in je vakgebied. Contacten met kennisgebruikers kunnen heel inspirerend werken, voor beide partijen. Door je kennis te delen met gebruikers, raak je haar niet kwijt. Integendeel, je wordt er alleen maar wijzer van.

Ten derde kun je natuurlijk in actie komen. Ontwikkel een lesmethode voor het VMBO. Stap in een denktank van een politieke partij. Bouw een informatieve website over je expertise. Geef die gastlezing voor een breed publiek. Of richt dat bedrijf op, natuurlijk.

Wil je weten wat voor valorisatie-type jij bent, en in welk domein jouw kansen liggen, vul dan de Relevantiewijzer in. Op 1 november kun je in debat met collega-wetenschappers en experts op de Valorisatieparade in Utrecht.

Laurens Hessels, Rathenau Instituut.