In een reactie op het Volkskrant opinie stuk van sciencepalooza auteur Barbara Vreede van afgelopen vrijdag regeert socioloog Peter Achterberg dat in essentie alle theorieën onwaar zijn. Volgens hem wordt er veel te weinig getwijfeld aan theorieën zoals de evolutie theorie van Darwin of de speciale relativiteitstheorie van Einstein terwijl juist twijfel de wetenschap verder brengt.

Ongekende opwinding beleefde ik iets meer dan een week geleden. Bij het CERN hadden ze een deeltje gevonden dat zowaar sneller was dan het licht. Een deeltje dat sneller is dan het licht, of het waar is of niet valt voor mij als eenvoudig sociologelaar niet in te schatten. Maar ik zie wel wat het mogelijke bestaan van een dergelijk snel deeltje teweeg brengt. Deze (al dan niet) spectaculaire bevinding heeft grootse consequenties voor de perceptie van Einsteins speciale relativiteitstheorie. Deze is jarenlang voor waar aangenomen. Sterker nog, het was een onbetwistbare theorie, en daar mocht niet eens aan getwijfeld worden omdat ie gewoon waar was met een grote letter W. Laten we maar zeggen, de theorie die alle overige theorieën overbodig maakt. Ja die theorie. En daarover werd in ene twijfel gezaaid. En hoe! Het maakt mij verder hier niet zo veel uit of de relativiteitstheorie door dit snelle deeltje onwaar zal blijken te zijn. Of dat een andere toekomstige bevinding hiervoor zal zorgen. Wat ik spectaculair vind, is dat na lange tijd twijfel aan deze theorie weer mogelijk wordt.

Twijfelen aan theorieën. ‘T zou normaal moeten zijn in de wetenschap: theorieën benaderen zo goed mogelijk de werkelijkheid, maar ‘waar’ zijn ze natuurlijk nooit. Dat geldt voor elke theorie. Het heeft ook geen zin om onderzoek te doen naar een theorie waarvan je weet dat die toch wel waar is. Want wat schieten we daar nou mee op? Je begint dan met een idee waarvan je weet dat het waar is, doet onderzoek, en concludeert dat je idee waar is. Dan had je jezelf rustig al die onderzoeksmoeite kunnen besparen. Verspilling van geld en energie. Dodelijk saai bovendien! Onderzoek is gewoon onzin als je niet twijfelt aan je idee of theorie. En, uiteraard is onderzoek pas nuttig als er twijfel is aan jouw theorie. Op basis van onderzoek kan je bestaande theorieën aanscherpen, of nieuwe theorieën tegenover andere plaatsen, en de beste (voorlopig) aannemen. Theorieën zijn dus per definitie onwaar. Als ze dat niet zijn, heb je d’r geen reet aan – tenminste niet voor je onderzoek.

En daarom, beste lezer, viel mij de bijdrage van Barbara Vreede hier op Science Palooza me zo verschrikkelijk tegen. Vreede, zelf evolutiebioloog, schrijft een stukje omdat ze de politieke en kerkelijke inmenging in de wetenschap afwijst. Begrijp me niet verkeerd, ik ben het, geloof ik, niet eens met mensen die de evolutietheorie afwijzen als zo maar een of andere mening gewoon ‘omdat er hele andere verhalen in de bijbel staan’. Maar dat betekent natuurlijk niet dat deze lui geen goed punt hebben als zij de houdbaarheid van de evolutietheorie in twijfel trekken. Maar dat zien hele hordes wetenschappers, Vreede voorop, helemaal niet meer. Sterker nog, Vreede noemt de evolutietheorie ‘onbetwistbare wetenschappelijke kennis’ waarover ‘de meningen niet verdeeld zouden moeten zijn’. Tjonge jonge. Kennelijk gelooft Vreede, nota bene onderzoekster op dit gebied, heilig in de evolutietheorie. En stelt ze doodleuk dat een beetje twijfel aan die theorie niet is toegestaan. Een opmerkelijk, weinig wetenschappelijk, standpunt!

Want als de relativiteitstheorie toch maar gewoon een theorie blijkt te zijn die te falsificeren is, waarom zou de evolutietheorie dat dan niet gewoon zijn? De evolutietheorie is dus ook gewoon maar een theorie. Niets meer en niets minder. En als het al ondenkbaar is dat de evolutietheorie onwaar is, waarom zouden we er dan nog onderzoek naar doen? Laten we wel wezen, een theorie die waar is, dat is gewoon een sprookje. En als er iets is wat we als wetenschappers niet moeten doen, dan is dat wel geloven in sprookjes.

Peter Achterberg is sociologelaar aan de Erasmus universiteit.


Reactie Barbara Vreede:

Is het onwetenschappelijk om resultaten te accepteren? Om na een eeuw onderzoek te zeggen: inderdaad, deze theorie heeft de tand des tijds doorstaan, onze tests overleefd? Sterker nog, voorspellingen die werden gedaan met deze theorie zijn uitgekomen, en we hebben mechanismen ontdekt waarvan het bestaan voorzien werd toen deze theorie het levenslicht zag.

Ik heb absoluut niets tegen discussie in het algemeen, maar wat betreft de discussie over het waarheidsgehalte van de evolutietheorie: deze is fundamenteel in onbalans. Aan de ene kant staan de ‘hordes wetenschappers’, aan de andere kant staan mensen die zich slechts als hobbyist mee bezig houden. Dan is er iets vreemds aan de hand, en dat mag best erkend worden.

Natuurlijk moeten we twijfelen, en blijven we vragen stellen. Maar evenals de vraag een vitaal aspect is van het wetenschappelijk proces, is het ook belangrijk om antwoorden, als ze er eenmaal zijn, te accepteren en erop verder te bouwen. In het leven van iedere theorie komt een moment waarop deze, indien niet voortijdig verworpen, wordt gepromoveerd naar ‘stapsteen’, en in het evolutiebiologisch onderzoek is de afstamming van de verschillende levensvormen op aarde inmiddels aangenomen. Met de erkenning van deze feiten dienen zich vervolgens weer nieuwe vragen aan, die op hun beurt een antwoord behoeven. Eindeloos blijven twijfelen, zelfs als bewijs op bewijs op bewijs zich opstapelt, is net zo onwetenschappelijk als het klakkeloos en zonder verdere scepsis accepteren van onbewezen ideeën.

Of we de evolutietheorie nou ‘theorie’ noemen of niet, dat is wat mij betreft semantiek. (Lees ook het begin van deze column van Bas Haring) Maar om theorieën, eenmaal bewezen, af te serveren omdat ze niet langer direct dienst kunnen doen als onderzoeksvraag? Dat gaat regelrecht in tegen het voortschrijdend inzicht waar we als wetenschap aan werken.