500px-Open_Access_PLoS.svg

Stel, je bent journalist en wilt iets schrijven over een nieuwe ontdekking. Het artikel waarin dit beschreven staat is gepubliceerd in het toptijdschrift Nature. Als je het artikel wilt downloaden, stuit je op een inlogpagina met de vraag of je dit artikel wilt kopen voor het bedrag van 30 dollar (pay-per-view). En bij het volgende artikel gebeurt hetzelfde. Dan wegen de inkomsten van jouw schrijfsels al snel niet meer op tegen de kosten voor het verkrijgen van de juiste informatie. Als je dan toch je creditcard hebt getrokken en een stuk publiceert, stuiten je lezers die de oorspronkelijke artikelen willen opzoeken, op precies hetzelfde probleem. De lezers die nota bene met eigen belastingcenten voor het onderzoek hebben betaald!

Dure abonnementen

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden meestal gepubliceerd in vaktijdschriften, zoals de bekende Science en Nature, en hiernaast zijn er voor elk vakgebied (geologie, biologie, psychologie) nog eens honderden specialistische bladen. Deze tijdschriften zijn in handen van commerciële uitgevers, en om ze te mogen lezen moeten dure abonnementen worden aangeschaft. Voor onderzoekers in rijke landen is dit geen probleem; de universiteiten en instituten waar zij werken hebben abonnementen voor duizenden van deze wetenschappelijke tijdschriften. Maar mensen die niet aan een onderzoeksinstituut verbonden zijn, zoals journalisten, kunnen niet zomaar alles lezen. Ook onderzoekers in ontwikkelingslanden hebben vaak geen toegang, omdat hun universiteit simpelweg geen geld heeft voor al die abonnementen.

Betalen om te lezen of betalen om te publiceren?

Toegankelijkheid van wetenschappelijk werk wordt echter steeds beter. Er is een sterk stijgend aantal van zogenaamde ‘Open Access’ tijdschriften, die al hun artikelen vrij toegankelijk maken, zoals de series van de Public Library of Sciences (PLoS). Verder kunnen ook de artikelen in Nature of Science openbaar gepubliceerd worden onder het ‘Open Access’ stempel. Dit is echter nog lang niet bij alle artikelen het geval, en de reden daarvoor is duidelijk. Commerciële uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften zien hun inkomsten slinken als er geen abonnementen meer worden afgesloten. Iemand moet voor het publiceren betalen! Uitgevers leggen deze kosten nu neer bij de auteur (de onderzoeker dus), die voor het openbaar publiceren van zijn gegevens een extra bedrag betaalt. Een kort artikel in Nature publiceren is normaal gratis (als je artikel goed genoeg is), maar met Open Access betaalt de onderzoeker hier bijna 4000 euro voor. Dat is natuurlijk nadelig voor de wetenschapper, die daardoor snel geneigd zal zijn zonder Open Access te publiceren, want voor de meeste van zijn vakgenoten zijn de artikelen toch wel toegankelijk.

Beleidsverandering van NWO

Eén van de grootste subsidieverstrekkers van Nederland, de Nederlandse Wetenschappelijke Organisatie (NWO) heeft nu haar beleid op het gebied van publiceren aangepast. Wanneer wetenschappers een subsidie ontvangen van NWO, doen zij hun onderzoek met publiek geld. NWO stelt nu verplicht dat de resultaten van dat onderzoek gepubliceerd worden onder het Open Access-stempel, zodat iedereen, ook u en ik dus, deze artikelen kunnen lezen. Ze hebben er zelfs een speciaal potje voor in het leven geroepen, dat wetenschappers kunnen gebruiken om die paar duizend euro extra te kunnen betalen (zie hier).

Het tij op het gebied van Open Access leek echter al gekeerd te zijn: al sinds 2005 is er een explosieve stijging te zien in het aantal tijdschriften met Open Access, en in bepaalde vakgebieden is het toegankelijk maken van gegevens al veel langer gemeengoed.  Voor natuurkundigen bestaat er bijvoorbeeld al sinds 1991 de mogelijkheid om resultaten, nog voordat er een artikel over is geschreven, te delen met andere natuurkundigen. De populariteit van Open Access wordt verder bewezen door het succes van PLoS ONE . Dit Open Access tijdschrift is in 2010 zelfs uitgegroeid tot het grootste tijdschrift ter wereld. Het lijkt een kwestie van tijd voordat alles Open Access is (zie bijvoorbeeld dit commentaar).

Het Open Access beleid van NWO lijkt dus misschien een beetje mosterd na de maaltijd, maar een extra steuntje in de rug voor een betere toegankelijkheid van wetenschap is altijd welkom. En iedereen wordt hier beter van: niet alleen de journalisten, maar ook de wetenschappers zelf. Voor hen verandert er weinig op het gebied van publiceren, maar hun artikelen zijn nu voor iedereen toegankelijk, dus zullen ze meer gelezen worden. Natuurlijk zijn er maar weinig mensen die ‘s avonds op de bank even de laatste Nature zullen doorbladeren, maar voor journalisten en onderzoekers die van minder bedeelde onderzoeksinstituten is vrije toegang tot onderzoeksresultaten essentieel om hun werk te kunnen doen. Ruim baan voor Open Access!