Ik verbaas me telkens weer waarom sommige mensen zoveel moeite hebben met het concept evolutie. Neem nou dit fragment van de Miss USA verkiezingen van dit jaar. Tijdens de competitie werd aan de dames gevraagd of evolutie gedoceerd moest worden op school. Het merendeel van de dames vond van niet, of stelde de evolutietheorie gelijk met het creationisme. Ik begrijp niet hoe men wetenschap en geloof als gelijken kan zien. Wetenschap lijkt soms zelfs als ‘geloof’ te worden beschouwd, in plaats van wat het daadwerkelijk is – het verzamelen en interpreteren van harde feiten. En dat is erg. Evolutie is hier het slachtoffer van. Ik wil een voorbeeld uit de recente wetenschappelijke literatuur nemen om te laten zien hoe wij mensen baat hebben gehad door te evolueren.

De Neanderthaler en wij

Onze neef, de Neanderthaler is ongeveer 30.000 jaar geleden uitgestorven. Vorig jaar is het genoom van de Neanderthaler grotendeels ontrafeld – technisch gezien trouwens een enorme prestatie om het gehele DNA uit botmateriaal te halen, maar dat terzijde. Uit dit en ander onderzoek bleek dat wij 4-6% overlap hebben met het DNA van de Neanderthaler. Deze vinding is een sterke aanwijzing dat een verre voorouder van ons een Neanderthaler was. Nu heeft de groep van Peter Parham in Amerikade moeite genomen om te bepalen of wij moderne mensen baat hebben bij deze kruising: en dat is inderdaad het geval (zie deze link voor het artikel). We hebben namelijk met de Neanderthaler sommige MHC-moleculen gemeen. En dat is goed voor de moderne mens.

MHC-moleculen helpen ziekteverwekkers op te sporen

MHC-moleculen zitten op vrijwel alle lichaamscellen. Ze fungeren als sensor om het afweersysteem te laten weten wat er in een cel gaande is. Zo wordt een infectie aan het afweersysteem verklapt doordat stukjes van de ziekteverwekker aan de buitenkant van de cel getoond wordt. Hierdoor kunnen afweercellen de geïnfecteerde cel opsporen en vernietigen. Opvallend aan dit opsporingssysteem is dat binnen de menselijke bevolking een grote diversiteit van MHC-moleculen bestaat. Deze diversiteit wordt polymorfisme genoemd en is voor de mensheid van cruciaal belang.

De diversiteit maakt het verschil

De één is beter gewassen tegen een bepaalde ziekteverwekker dan een ander. Zo zijn sommige mensen bijvoorbeeld minder gevoelig voor tuberculose, of ontwikkelen geen chronische Hepatitis B infectie. Dit komt onder andere omdat de combinatie van MHC-moleculen met specifieke ziekteverwekkers niet bij iedereen even optimaal is (en voor een andere andere dan weer wel). Wat voor het individu heel vervelend kan zijn, is voor de mensheid dé manier van overleven: door het polymorfisme is altijd wel iemand in de bevolking te vinden die tegen bepaalde ziekteverwekkers gewassen is. Zo komt de mensheid niet in gevaar.

De Neanderthaler heeft ons geholpen te overleven

Parham en collega’s vonden dat sommige MHC-moleculen van de Neanderthaler overlappen met die van mensen die nu in die regio wonen. De Neanderthaler heeft ons dus een belangrijk wapen tegen lokale ziekteverwekkers meegegeven. Hij was al in Europa voordat de nieuwe mens (onze voorouders) uit Afrika arriveerde, en was al bekend met de lokale ziekteverwekkers. En de mengeling met de inheemse Neanderthaler zal voor onze voorouders evolutionair van groot voordeel zijn geweest, toen ze in hun nieuwe leefomgeving met onbekende ziekteverwekkers in aanraking zijn gekomen.

Evolutie

Dit is een mooi voorbeeld hoe evolutie goed kan uitpakken. En het laat zien dat alleen door evolutie levende wezens zich aan nieuwe omgevingen en veranderingen kunnen aanpassen.  Dus, Miss USA kandidaten: het antwoord op de vraag of evolutie geleerd zou moeten worden kan alleen maar volmondig JA zijn!

Trouwens: in deze persiflage op de Miss USA verkiezingen wordt aan de kandidaten gevraagd of wiskunde geleerd moet worden op school – en de vergelijking slaat de spijker op de kop.