De fraude die vooraanstaand sociaal psycholoog Diederik Stapel pleegde heeft een golf van verontwaardiging losgemaakt, waarbij de emoties hoog oplopen. Toch moeten we niet vergeten dat er een effectief controlesysteem bestaat binnen de wetenschap, en dat dit soort zaken de uitzondering zijn. Verbeteren van de controle kan altijd, maar opnieuw uitvinden is niet nodig.

Besmet

Dat Stapel zijn publicaties moet inleveren, zijn baan verliest en in het publieke domein letterlijk aan de schandpaal genageld wordt is logisch en bovenal pijnlijk. Vooral voor alle mensen die al dan niet in professionele zin van hem afhankelijk waren: zijn directe familie, de leden van zijn vakgroep en zijn collega’s die te goeder trouw met hem samenwerkten. In dezelfde pijnlijke situatie zijn ook de vaktijdschriften van wie hij redacteur is geweest, de geldschieters die hem hebben ondersteund en de organizaties die zijn werk hebben bekroond terecht gekomen. Ook zij zijn letterlijk besmet door de fraude van Stapel.

Ondanks de fall-out van dit schandaal moeten we ons blijven realisteren dat de affaire Stapel een uitzondering is. Dat een Japanse kerncentrale in zeer serieuze problemen komt door een tsunami wil nog niet zeggen dat alle kerncentrales onveilig zijn. In extremere zin: dat je kunt worden platgereden betekent niet dat je nooit meer moet durven oversteken, ook al geven sommige media je soms dat idee.

Afgelopen vrijdag verscheen in Trouw een interview met de Groningse psycholoog Maarten Derksen en Zaterdag in de Volkskrant een stuk van Borsboom en collega’s. Alle auteurs zijn in hetzelfde vakgebied actief als Diederik Stapel. Ik lees dat de auteurs ernstig teleurgesteld zijn door de hele affaire en de schade die hun vakgebied erbij opliep. Dat gevoel herken ik: mijn vorige werkgever bleek ook op grote schaal fraude te hebben gepleegd en zelfs een fictief tijdschrift bij Elsevier te hebben betaald om medicijnen te pushen. Ondanks mijn ontgoocheling betekent dit niet dat alle pharma- en biotech bedrijven per definitie verdacht zijn.

Dat is echter wel de conclusie die ik in de stukken van Derksen en vooral Borsboom en zijn collega’s lees. Volgens hen doen universiteiten en subsidieverstrekkers te weinig om fraude te ontdekken, en volgens hen zijn ingrijpende maatregelen nodig om dit soort fraudeurs te dwarsbomen. Alle gegevens zouden op onafhankelijke servers moeten komen te staan en een toezichthouder zou de kwaliteit van het onderzoek moeten controleren.

Borsboom et al. hebben wel een punt dat het mooi zou zijn om onderzoeksgegevens op een neutrale plaats duurzaam ter archivering op te slaan, maar een toezichthouder in het leven roepen is gewoon niet mogelijk. Er wordt zoveel wetenschap bedreven dat alle resultaten te laten controleren een monnikenwerk is dat onnoemelijk veel geld gaat kosten.

Zelfreinigend

Het is bovendien helemaal niet nodig: fraude in de wetenschap komt bijna altijd uit. De wetenschappelijke gemeenschap heeft een groot zelfreinigend vermogen: publicaties worden gecontroleerd, vaak moeten er extra data worden aangeleverd en soms gaat iemand het experiment nadoen. Zeker bij nieuw en baanbrekend onderzoek met een hoge impact is de review zeer streng. De Koreaanse ontwikkelingsbioloog Woo-Suk Hwang was binnen enkele maanden ontmaskerd , de kankeronderzoeker Potti in een paar jaar, beiden veel sneller dan bijvoorbeeld de meeste belastingontduikers. Het spijtige is dat het net als in de echte wereld soms toch te lang duurt om te voorkomen dat de fraude zonder schade blijft: door de Wakefield affaire stierven mensen aan mazelen na valse claims dat BMR vaccins autisme veroorzaakte.

Daarbij komt dat bij ontmaskering van wetenschappelijke fraude de carriere in één klap over is: Karl-Theodor zu Guttenberg , Marc Hauser : wetenschappelijke fraudeurs zijn in één keer bijna voorgoed werkeloos. Dit is heel anders dan bij wielrenners die 2 jaar na een dopinggeval weer op de fiets zitten of bij bankiers die na schimmige credit default swaps rustig hun business kunnen voortzetten.

Ik concludeer kortom dat de auteurs in de Volkskrant niet hun best doen om de nuances in de wetenschap goed weer te geven of het probleem bij de oorzaken (‘publish or perish’, eenzijdigie anonieme peer review) te duiden, maar in plaats daarvan slechts aan symptoombestrijding willen doen.

Misschien liggen de nuances in de sociale psychologie anders maar vanuit de beta-wetenschap beschouwd is de affaire Stapel niet exemplarisch voor de gehele wetenschap en de internationaal geaccepteerde wetenschappelijke methodes. Het vragen om meer toezicht is een emotionele oproep: logisch, maar niet uitvoerbaar, en zeker niet nodig.