In de strijd tegen knokkelkoorts roept de mens nu hulp in vanuit een wel heel vreemde hoek: een bacterie. Door muggen te infecteren met die microscopische huurling hopen biologen de verspreiding van het dengue-virus dat knokkelkoorts veroorzaakt te stoppen.

Dengue besmet jaarlijks ongeveer vijftig miljoen mensen. Net als bij malaria begint de infectie met een steek van een mug die de ziekteverwekker met zich meedraagt. Wanneer een dengue-vrije mug bij een persoon met knokkelkoorts vervolgens bloed opzuigt raakt het insect met het virus besmet, en kan het weer aan een ander mens doorgeven.

Om de cyclus van besmettingen met dit virus te onderbreken richten gezondheidsinstanties zich traditioneel op het bestrijden van de muggen, of op het voorkomen van muggenbeten, bijvoorbeeld door het gebruik van klamboes. Ondanks deze maatregelen belanden ieder jaar een half miljoen mensen door knokkelkoorts in het ziekenhuis.

Het is kortom tijd voor een compleet nieuwe strategie. Het geheime wapen van dat nieuwe offensief heet Wolbachia, en is een bacterie.

Gastheermanipulatie
Wolbachia leeft van nature in allerlei verschillende insecten, en de bacterie is een meester in het manipuleren van zijn gastheren. Wolbachia doet dat door op slinkse wijze de voortplanting van zijn slachtoffers te kapen. Omdat de bacterie alleen binnen in cellen kan overleven, lift hij in de eicellen van de besmette moedermug naar de volgende generatie. In de veel kleinere zaadcel is niet voldoende ruimte voor de bacterie, dus een muggenjong krijgt Wolbachia altijd van zijn moeder.

Voor de microbe is het daarom ideaal als vooral besmette vrouwtjes nakomelingen krijgen, en dat is precies wat de bacterie bereikt. Vrouwtjesmuggen die niet met Wolbachia besmet zijn krijgen nauwelijks nakomelingen wanneer ze seks hebben met besmette mannetjes. Dat geeft vrouwtjes die al Wolbachia-bacteriën in hun eicellen hebben een darwinistisch voordeel, want die kunnen met ieder mannetje larven krijgen. Zij krijgen veel meer kroost, waardoor de bacterie erin slaagt om binnen korte tijd een hele populatie te besmetten.

Dit vermogen om zich snel onder bijvoorbeeld een muggensoort te verspreiden is bijzonder, maar maakt Wolbachia nog geen knokkelkoortskiller. Daarvoor is een tweede eigenschap belangrijk.
Een mug met Wolbachia kan namelijk geen dengue meer krijgen. Om nog niet helemaal duidelijke redenen blokkeert de bacterie de binnenkomst en vermenigvuldiging van virussen en parasieten. Het uitzetten van met Wolbachia besmette muggen zou dus een goede manier kunnen zijn om in korte tijd een hele muggenbevolking door bacteriedragende exemplaren te vervangen, en uiteindelijk de overdracht van dengue te onderdrukken. Verbazingwekkend genoeg lijkt deze theorie in aanleg ook in de praktijk te werken.

Mug van Troje

Na een paar kleinschalige laboratoriumexperimenten namen Australische biologen de proef op de som en lieten tussen januari en april 2011 in de dorpen Gordonville en Yorkeys Knob driehonderdduizend Wolbachia-dragende muggen los. De bacteriën deden hun werk voorbeeldig, want een maand na het vrijlaten van de laatste muggen was ruim tachtig procent van alle muggen in die dorpen met Wolbachia besmet.

De Wolbachia-experts en knokkelkoortsdeskundigen zijn unaniem in hun oordeel dat dit een enorme doorbraak is in het bestrijden van door muggen verspreide ziekten, en staan te trappelen om de muggen ook in gebieden uit te zetten waar veel dengue voorkomt. Toch zou je ook enige behoedzaamheid verwachten: het is ook in de biologie maar zelden zo dat aan een oplossing geen enkel nadeel kleeft. Wolbachia lijkt dan wel de ideale soldaat, het blijft uiteindelijk een huurling.