Hebt u ook geld gegeven aan Giro 555? Dan raakte u waarschijnlijk net zo gefrustreerd als ik door alle geluiden over fraude bij de voedselhulp in Somalië: omkoping van krijgsheren, strijkstokken, corruptie. De NRC gaf vorige week zelfs veertien redenen om niet te geven (en één erg goede reden om dat wel te doen). Hoe gegrond die veertien redenen misschien ook zijn, mijn eerste neiging was om ze niet te lezen. Ik wil niet horen dat mijn geld misschien slecht besteed wordt. Aan die volslagen irrationele zwakte lijden meer mensen, blijkt uit een experiment van twee Amerikanen. Maar hun advies is: geef er vooral niet aan toe.

Geschonden vertrouwen
Geschonden vertrouwen doet pijn; een loterij verliezen is minder erg dan wanneer een vriend geleend geld niet aan je teruggeeft. De Amerikaanse onderzoekers wilden testen hoeveel pijn dat precies doet, en of dat invloed heeft op hoeveel geld mensen durven te investeren. Daarvoor gebruikten ze een vertrouwensexperiment. De deelnemers werden ingedeeld in tweetallen. Één van beiden kreeg niets; de ander kreeg 10 dollar, die hij eerlijk met zijn partner kon delen. Maar hij kon ook de riskante beslissing nemen om alle 10 dollars in zijn partner te ‘investeren’. Als de investeerder dat durfde, werd het bedrag door de onderzoekers verdrievoudigd tot 30 dollar, maar die bevond zich dan dus in de handen van de ontvanger. De ontvanger kon op zijn beurt kiezen uit twee opties: een eerlijke en een ‘vertrouwen beschamende’. Of hij deelde de winst eerlijk met de investeerder zodat beiden 15 dollar kregen, of hij lichtte zijn investeerder op door 28 dollar te houden, en maar 2 dollar terug te geven.

Ondanks dat de investeerders op deze manier een aanzienlijk risico op oplichting liepen, durfde tweederde van hen het aan om hun partner al het geld toe te vertrouwen. Blijkbaar is de verwachte winst (15 dollar tegenover maximaal 5 dollar zonder verdrievoudiging) groot genoeg om het risico op een nare ervaring op de koop toe te nemen. Maar als de investeerders dat nare gevoel konden vermijden, deden ze dat graag. Een deel van de investeerders kreeg de keus om niet uit te vinden of hun specifieke partner te vertrouwen geweest was. Als ze dat liever hadden, werden ze betaald volgens de beslissing van een random persoon uit de zaal. De kans op winst of verlies bleef dus even groot, maar ze konden de pijn van het geschonden vertrouwen vermijden.

Gekwetste partners
En daarvoor kozen ze massaal. Als de investeerders wisten dat ze het resultaat mochten vermijden, schoot het aantal deelnemers dat durfde te investeren omhoog van twee derde naar 100 %. Het spel voelde ineens als een loterij met behoorlijk goede kansen. Door die hogere investeringen werd er veel meer geld verdiend door de deelnemers. Maar de onderzoekers konden niet geloven dat wegkijken echt leidde tot hogere verdiensten. Daarom pasten ze de instructies van het experiment aan: nu was het zowel voor de investeerders als voor hun partners duidelijk dat niemand te weten kon komen of zijn partner hem had opgelicht. Dat had een naar bijeffect op de partners. Ze voelden zich minder schuldig om iemand te benadelen, omdat hun partner toch niet gekwetst zou worden. En dat voelden de investeerders aan hun water- na de nieuwe instructies durfden ze veel minder vaak te investeren.

De onderzoekers concluderen dat onze afschuw van opgelicht worden juist bijdraagt aan hogere investeringen. Wegkijken is makkelijk, maar als iedereen dat doet leidt kalft het vertrouwen af. De Samenwerkende Hulporganisaties van Giro 555 zijn er dus bij gebaat om ons precies te vertellen hoe ons geld besteed wordt. Ik zou blij zijn met de boodschap “Sadiiq heeft 300 gram mais van u gekregen; de extremistische organisatie Al-Shabaab hief daar 20 % belasting over.” Wantrouwen is gezond; geld geven redt levens.