We worden de afgelopen tijd geteisterd door ziekmakende bacteriën. Groenten en vlees zijn besmet met dodelijke EHEC en Salmonella. Voor je het weet lig je in het ziekenhuis in een geïsoleerde ruimte met een levensbedreigende bacteriële infectie onder de leden terwijl je je juist zo verheugde op een nieuwe heup. Waar hebben we dit aan te danken? Aan onszelf! En het einde is nog lang niet in zicht.

Klebsiella
Het probleem is niet zo zeer dat we geconfronteerd worden met ziekmakende bacteriën als wel dat die bacteriën in toenemende mate resistent zijn tegen alle antibiotica die we tot onze beschikking hebben. Van Klebsiella pneumoniae bijvoorbeeld, de bacterie die momenteel huishoudt in het Maasstad ziekenhuis, worden over de hele wereld steeds vaker en alsmaar meer varianten gevonden die resistent zijn tegen antibiotica die normaal gesproken als eerste worden voorgeschreven (Carbapenems).

De verspreiding van de meest voorkomende resistente Klebsiella, KPC, werd afgelopen jaar in kaart gebracht. KPC werd voor het eerst in 2001 in Noord Carolina in de VS gevonden en vormde tot 2005 vooral een probleem in het Oosten van de VS. Deze patstelling bleek echter van tijdelijke aard, nu zorgt de bacterie overal in Amerikaanse ziekenhuizen voor problemen. Buiten de VS werd de bacterie voor het eerst in 2005 in Frankrijk aangetroffen en sinds 2006 is ook Zuid-Amerika aan de beurt; eerst alleen Columbia maar vervolgens ook Brazilië en Argentinië. In het Maasstad ziekenhuis komt de OXA-48 variant van Klebsiella voor die voorheen vooral in Turkije gevonden werd. Niet zo lang geleden werd de bacterie in België aangetroffen en nu dus ook in Nederland.

Terug naar de oorsprong
Willen we verdere verspreiding en het ontstaan van resistente bacteriën voorkomen dan is het uitermate belangrijk dat we begrijpen hoe resistentie ontstaat. Die zoektocht blijkt niet zo heel moeilijk. Ten eerste wordt er in veel landen vaak onnodig en te scheutig met antibiotica omgesprongen. Hoe vaker bacteriën in aanraking komen met antibiotica, en vooral met suboptimale concentraties (concentraties die net niet hoog genoeg zijn om volledige bacteriële groei te stoppen) des te groter de kans dat een steeds sterkere mate van resistentie kan evolueren. Daarnaast hebben we van de meeste antibiotica helemaal geen goed idee wat de optimale behandelingsduur is. Nu wordt daardoor nog veel te vaak een lange kuur voorgeschreven terwijl een kortere kuur volstaat.

Antibiotica in de veeteelt
Nederland is redelijk conservatief in het voorschrijven van antibiotica. Dat wil zeggen voor mensen. In de veeteelt zijn we namelijk samen met Frankrijk koploper in het gebruik van antibiotica. Niet als middel om groei te bevorderen natuurlijk, want dat is sinds 1999 ten strengste verboden, maar als therapeutisch middel. Is het toevallig dat de enorme toename als geneesmiddel precies samenvalt met het verbod op antibiotica om groei te stimuleren? Nee, dat dacht ik ook niet. Daarmee zijn we aangekomen bij het tweede probleem. Veel resistentie ontstaat in de veeteelt industrie. Zo lijkt het erop dat MRSA (meticilline resistente Staphylococcus aureus), de bacterie die in het St Jans Gasthuis in Weert op maandag voor een IC opnamestop zorgde en waarvoor het Rijnstate-ziekenhuis in Arnhem op Woensdag een oproep aan oud-patiënten deed, ontstaan is in een aanverwante bacterie in de veeteelt en van daaruit in de variant is terecht gekomen die mensen ziek kan maken.

Steeds meer studies richten zich daarom op de veeteelt en proberen in kaart te brengen wat zich daar in de bacteriepopulatie afspeelt. En ook al is dat niet veel goeds, die informatie kan precies vertellen wat ons te wachten staat. Zo laat een studie uit Japan van afgelopen december zien dat in een veestapel in Hakkaido Salmonella varianten voorkomen die resistent zijn tegen de antibiotica die we op dit moment gebruiken om Salmonella infecties bij mensen te behandelen. Zoals ik hierboven aangaf kunnen landsgrenzen misschien een tijdelijk obstakel vormen voor resistente bacteriën maar ze zijn allerminst onoverkomelijk.

Nog zieker in het ziekenhuis
De afgelopen weken en dagen hebben we gemerkt dat er heel wat bacteriën in ziekenhuizen voorkomen die daar niet thuis horen. In Nederland leiden zo’n 6-7% van de ziekenhuisopnames tot een ongewilde bacteriële infectie. Zo’n infectie resulteert gemiddeld in 4 extra opname dagen, één zo’n dag kost al snel zo’n €1000 en per jaar kost dat de ziekenhuizen zo’n 300 miljoen euro. Even een dooddoener tussendoor: voorkomen is nog altijd beter dan genezen. Uit het nieuws bleek dat de hygiënist en de arts-microbioloog in het Maasstad ziekenhuis niet goed met elkaar en met de rest van het ziekenhuis communiceerden over de te volgen regels. Dat moet natuurlijk beter, maar uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de ziekenhuizen in Nederland niet eens genoeg hygiënisten en arts-microbiologen in dienst hebben om ziekenhuisinfecties te voorkomen. Dat is dom, want met strenge voorzorgsmaatregelen en simpele regels die duidelijk gecommuniceerd en nageleefd worden is met het voorkomen van ziekenhuisinfecties enorm veel geld te besparen.

De oplossing
Naast het toepassen van simpele maatregelen, het conservatief voorschrijven van antibiotica en het sterk terugdrijven van het schandalig hoge gebruik van antibiotica in de veeteelt moeten er ook nieuwe antibiotica worden ontwikkeld. Dat laatste is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Meer dan driekwart van de antibiotica die we nu gebruiken zijn ontdekt voor 1980. Om allerlei redenen, met een technologische, politieke en financiële oorzaak, zijn in de afgelopen jaren de meeste farmaceuten gestopt met onderzoek naar nieuwe antibiotica. Daar moet verandering in komen. Dat kan bijvoorbeeld door specifieke onderzoeksrichtingen te stimuleren naar nieuwe antibiotica te zoeken. Dat hoeft niet bij bedrijven, dat kan op universiteiten maar dat kan ook door het oprichten van private non-profit onderzoeksinstellingen te stimuleren.

Het doemscenario
Dat er iets moet gebeuren staat vast. Voor sommige bacteriën zijn nog maar een à twee werkende antibiotica beschikbaar. En soms werken zelfs alleen heel extreme middelen zoals chemotherapie dat bij een infectie met XDR-TB (extensively drug resistent Tuberculose) als laatste redmiddel wordt toegepast. In films en op het nieuws worden we regelmatig bang gemaakt met toekomstvoorspellingen van een nieuwe Spaanse griep die weleens aan miljoenen mensen het leven kan kosten. Wat wordt vergeten is dat niet de meeste mensen aan het griep virus ten onder gingen maar aan secundaire bacteriële infecties. In 1918 hadden we nog geen benul van het bestaan van antibiotica en door de huidige ontwikkelingen hebben we steeds minder de beschikking over werkende antibiotica. Dit is niet langer alleen bangmakerij, dit is de realiteit.