Als (vogel)paleontoloog begeef ik me nu niet echt in een van de meest winstgevende takken der wetenschap. Toegegeven, als ik morgen het 11e exemplaar van Archaeopteryx zou vinden, dan zou me dat een flinke smak geld kunnen opleveren. Maar afgezien van de mogelijkheid tot het verkopen van erg goedbewaarde of zeldzame fossielen (wat overigens door velen als ‘not done’ beschouwd wordt), levert mijn werk voornamelijk kapitaal in de vorm van kennis. Kennis over prehistorische vogelsoorten, over het uitsterven van ecosystemen en het ontstaan van nieuwe ecosystemen. Zaken die niet direct geld opleveren, maar die desalniettemin waardevol zijn.

Maar volgens het huidige kabinet moet wetenschap anders. In het nieuwe beleid van het ministerie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie worden negen ‘topsectoren’ aangewezen waarin kennis moet worden omgezet in nieuwe diensten en producten (innovatie). Deze topsectoren worden extra gestimuleerd ten koste van andere (niet-top) sectoren. Wetenschap moet dus vooral economisch iets gaan opleveren. Deze plannen leidden tot hevige onrust en verzet in wetenschappelijk Nederland. Want wie bepaalt wat economisch nut precies is? De overheid? Het bedrijfsleven? Of de belastingbetaler? En wanneer levert iets economisch iets op?

Wetenschap bedrijven is nieuwsgierig zijn. Naar beesten, planten of moleculen. Naar patronen en processen. Hoe iets ontstaat, zich ontwikkelt en soms ook weer verdwijnt. Wetenschap is verrassend, spannend en inspirerend. Maar wetenschap is net zo goed geduldig zijn, vallen en op staan, en keer op keer een probleem van een nieuwe kant proberen te bekijken. Zoals een van mijn collega’s wel eens zegt als ik ergens niet uitkom ‘We moeten even met de voeten op tafel’. Even alles los laten en, al dan niet met de voeten op tafel, brainstormen, filosoferen, discussiëren, mogelijkheden bedenken, suggesties afschieten, nieuwe ideeën opperen en die weer van tafel vegen, om dan uiteindelijk met nieuwe invalshoeken en frisse moed terug te keren naar je probleemstelling. Een creatief maar tijdrovend proces waarbij ook stom toeval een rol speelt. Zo werd de werking van penicilline per toeval door Alexander Fleming ontdekt, en bleek jarenlang onderzoek naar muggen pas nuttig toen het West Nijl virus voorbij kwam. Die wetenschappelijke vrijheid, die creativiteit moet gewaarborgd blijven om tot nieuwe innovaties te blijven komen.

In reactie op de plannen van het kabinet heeft De Jonge Akademie, een onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschap (KNAW), een open brief opgesteld. Hierin stelt de Jonge Akademie dat de plannen van het kabinet om wetenschap vooral in te zetten voor innovatie enorm kortzichtig zijn en misschien wel bedreigend voor de toekomst van Nederland als Kennisland. Volgens de Jonge Akademie gaat het stimuleren van toegepast onderzoek voorbij aan het feit dat innovaties direct voortkomen uit fundamenteel onderzoek. Het uitdrukken van wetenschap in economisch nut gaat daarnaast ook voorbij aan het indirecte kapitaal wat voortkomt uit wetenschappelijke vooruitgang. Het extra stimuleren van innovatiegericht onderzoek, zo stelt de Jonge Akademie, kan daarom niet zonder extra impulsen aan fundamenteel onderzoek. Geen innovatie zonder wetenschap. Alleen op die manier behoudt je de creativiteit, nieuwsgierigheid en de ruimte voor innovatief denken die ten grondslag lag, en zal liggen, aan vele grote doorbraken en ontdekkingen. Met andere woorden, alleen op die manier blijft wetenschap echte wetenschap.