sb

“Voor de prijs van een Starbuckskoffie kan je negen kinderlevens redden!”

Deze woorden werden opgetekend uit de mond van de Engelse conservatieve minister voor Ontwikkelingssamenwerking Andrew Mitchell, toen hij een gezondheidscentrum in Pakistan bezocht. Los van het verbazende feit dat een Tory-minister zo uitgesproken is, is deze quote om een andere reden belangrijk. Het maakt voor een leek duidelijk wat de werkelijke kosten zijn van een medische interventie. En de uitspraken van Mitchell staan niet op zichzelf. Ook de waardering van andere soort medicijnen wordt in toenemende mate tegen het licht gehouden én openbaar gemaakt.

De werkelijke prijs?

Maar wat bepaalt de prijs van een geneesmiddel? De prijs wordt bepaald door een aantal factoren: de kostprijs van de ingrediënten, productiekosten, transportkosten zoals koeling, wat marketing en de ontwikkelingskosten. Het ontwikkelen van een geneesmiddel wordt tegenwoordig geraamd op tussen de 800 miljoen en 1 miljard euro. Uiteindelijk wordt de prijs van het product bepaald tijdens de onderhandeling tussen de producent en de koper (overheid, verzekeraar, of NGO). Maar wat als die 800 miljoen een overschatting zijn? Het is gissen, want serieuze publicaties over ontwikkelingskosten zijn er niet. De prijs werd tot nu toe bepaald door wat de markt wilde betalen. Nu slaan bij verschillende landen de stoppen uit de financiële meterkasten van de gezondheidszorg door. ‘Een nieuw model (van denken) is er nodig’ was de veel gehoorde kreet de afgelopen 4-5 jaar, uit monden van analisten, CEO’s en beleidsmakers.

UNICEF

UNICEF heeft een eerste stap genomen. Het kinderfonds van de Verenigde Naties kondigde eind mei aan dat het de prijzen die het voor vaccins betaalt openbaar gaat maken. Unicef is de grootste afnemer van vaccins ter wereld: in 2010 heeft het in 99 landen 2.5 miljard vaccins uitgedeeld ter waarde van een slordige 520 miljoen euro. UNICEF wil graag transparanter werken en zorgen dat in de toekomst de aanvoer van vaccins gewaarborgd en betaalbaar blijft. Dat lijkt te werken: een week later  kondigden GlaxoSmithKline en Merck, twee van de grootste vaccinproducenten, aan de prijs van hun rotavirus-vaccin met 68% naar beneden te brengen voor de landen die het het meest nodig hebben. Rotavirus is een ernstigste diareeveroorzaker die tot veel kindersterfte in ontwikkelingslanden leidt. Op díezelfde dag kondigden ook de opkomende Indiase vaccinproducenten Serum Insitute of India, Panacea Biotec en Bharat aan dat zij hun combinatievaccin (DTP, Hepatitis B, Hib) tegen gereduceerd tarief gaan verkopen.

Een ongekende dappere zet van UNICEF, dat met deze actie de markt opengooit. Maar er zit meer achter dit verhaal: UNICEF maakt onderdeel uit van de GAVI alliance. De GAVI alliance is een samenwerkingsverband tussen publieke en private partijen: GAVI probeert op grote schaal vaccins in te kopen, om zo afname te garanderen en de prijs te drukken. Pas na tien jaar worden de eerste echte resultaten zichtbaar, waarvan het openbaar maken van de cijfers één van de eerste tastbare is.

 

Bloedverdunner

En niet alleen is de rek eruit bij vaccinprijzen. Ook de prijs van andere medicijnen staat ter discussie. Duitsland staat op het punt een wet aan te nemen die er op gericht is alleen díe medicijnen te vergoeden die echt een hogere waarde hebben dan bestaande producten. Dit terwijl een producent vroeger alleen hoefde aan te tonen dat het product veilig was en beter dan een placebo. Het eerste ‘slachtoffer’ hiervan is een nieuwe bloedverdunner van AstraZeneca (Brilique). Naast de toelating op basis van werkzaamheid en veiligheid, wordt dit product in Duitsland zeer grondig tegen het licht gehouden door de toezichthouders of het daadwerkelijk toegevoegde waarde heeft. Voor het eerst is er, door de producent, naast medisch onderzoek ook een gezondheidseconomisch onderzoek gedaan naar ‘het aantal levensjaren gewonnen door de interventie’. Hiermee verplaatst de producent zich al voor een deel in de drijfveren en rationales van de toezichthouder/overheid.

Orwell

Grote beursgenoteerde farmaceutische bedrijven zijn financiële instituten waar aandeelhoudersdividend en vernieuwende goede producten met elkaar strijden om de eer en dat extra procentje marge. De grenzen van dat systeem zijn bereikt. In de UK houdt de overheid de farmaceutische industrie nu aan eerdere prijsafspraken voor medicijnen, en lijkt ongevoelig voor het weerwoord dat dit ten koste gaat van banen. De private partners zullen met toenemende regulering worden geconfronteerd inzake de prijs van een medicijn. En dat is goed, want nieuwe, innovatieve producten blijven zo beloond. In kleine stapjes op weg naar een eerlijke prijs en vergoeding, zodat iedereen goed zicht heeft op de kosten en baten, is de enige maar lange weg. Zoals George Orwell zei: “To see what is in front of one’s nose needs a constant struggle“.