We weten het allemaal: de aarde warmt op. Alleen hoeveel de hogere temperaturen buiten normale weerschommelingen vallen weten we niet. De afgelopen jaren werd veel gespeculeerd over het klimaat – en de grote foutmarges die wetenschappers toepassen maken duidelijk dat het voorspellen niet eenvoudig is. Als het klimaat verandert, zullen wij ons hieraan moeten aanpassen, en accurate voorspellingen  kunnen ons helpen anticiperen op de veranderingen. Goede voorspellingen zijn daarom een grote uitdaging voor klimaatwetenschappers. En wij kunnen ze er een handje bij helpen.

Voor goede voorspellingen hebben klimaatwetenschappers data uit het verleden nodig. Alleen wordt het weer pas sinds het eind van de negentiende eeuw structureel bijgehouden, en de oceanen worden zelfs pas sinds de jaren ‘70 met satellietmetingen nauwkeurig gevolgd. En juist over de oceanen wil men meer te weten komen: oceanen maken namelijk 70% van de aardoppervlakte uit. Bovendien bepalen hun stromingen ons weer – denk eens aan de golfstroom die ons winterweer veel milder maakt dan op vergelijkbare plekken op aarde.

Om meer metingen te verzamelen hebben Britse onderzoekers een mooie truc bedacht. Ze maken gebruik van oude scheepslogboeken, die opgeslagen zijn in het Britse archief. Onderweg naar de koloniën werden het weer en de locatie van het schip 5 keer per dag bijgehouden. Deze logboeken, van tijdens en na de eerste wereldoorlog, leveren dus heel veel meetpunten op. Maar voordat deze kostbare data kunnen worden geanalyseerd moeten ze worden gedigitaliseerd, omdat computers de handschriften niet kunnen lezen. Daarom schakelen wetenschappers de hulp van vrijwilligers in, die de data handmatig op de website van het ‘old weather project’ kunnen invoeren. Men leest de tijd, locatie en temperatuur in en ontcijfert andere bijzonderheden uit het scheepslogboek. Om fouten bij het invoeren te beperken worden alle data door minimaal twee vrijwilligers verwerkt. En online kan men volgen hoeveel van de logboeken al is gedigitaliseerd. De bedenkers hebben ook een spelelement in het project verwerkt: men begint als ‘matroos’ en als men veel werk verricht kan men zelfs tot kapitein van een schip promoveren.

Het concept achter de aanpak van het ‘old weather project’ is werkelijk fantastisch. Voor goed wetenschappelijk onderzoek moeten eerst veel meetpunten worden verzameld. Voor deze studie betekent het dus: hoe meer logboeken worden ontcijferd hoe beter het beeld van het zeeklimaat geschetst kan worden. En dat zal helpen om de samenhangen tussen stormen op zee en het landklimaat beter te begrepen. Zonder hulp van de vrijwilligers zou dit project onmogelijk zijn.

Daarnaast heeft dit project nog een belangrijke functie: het laat de geïnteresseerde leek zien hoe wetenschap wordt bedreven. De vrijwilligers worden goed ingelicht over het project en ze kunnen de vorderingen volgen. Op deze manier wordt wetenschappelijk onderzoek dichter bij de maatschappij gebracht, en bovendien het is leuk én nuttig om te participeren. Op het internationale platform Zooniverse zijn sinds 2007 meerdere zogenaamde ’citizen science projects’ gelanceerd – allemaal aangewezen op de hulp van vrijwilligers. Zo kan men onder andere helpen met planeten ontdekken of de melkweg bestuderen. In Nederland lopen ook dergelijke projecten, zoals de natuurkalender. Hopelijk zullen nog veel projecten volgen, want het betrekken van vrijwilligers in dit soort onderzoek is meer dan slechts educatief.

Nederland zou trouwens ook veel bij kunnen dragen aan het ‘old weather project’: met zijn rijke zeevaartgeschiedenis zitten vast nog talloze schatten voor klimaatonderzoek in archieven verborgen.