Vorige week waren ze er: de tien actieplannen die Nederland ‘Naar de Top’ van de wereldkenniseconomie moeten brengen. Boegbeelden van tien innovatieve Nederlandse  sectoren stonden vrijdag tegenover minister Verhagen (Economie, Landbouw & Innovatie) voor de presentatie van hun plannen voor de toekomst. ‘Publiek-private samenwerking’ is de sleutelterm in alle plannen; om Nederland innovatief te maken, moet er vooral samengewerkt worden tussen kennisinstellingen en bedrijven. Goed voor de economie, vindt het kabinet. Desastreus voor de lange termijn, aldus sommige wetenschappers.

Eerder dit jaar riep Verhagen tien Topsectoren in het leven waarin Nederland een sterke staat van dienst heeft: Energie, Life sciences & health, Hightech, Water, Tuinbouw en uitgangsmaterialen, Agrofood, Creatieve industrie, Hoofdkantoren en Chemie. Vervolgens gaf hij die sectorspecifieke Topteams de opdracht een actieplan te schrijven om hun sector te laten uitblinken op de wereldmarkt. Ieder van de Topteams bestond uit een boegbeeld uit de sector (denk serieuze Captains of Industry zoals Jeroen van der Veer, Leo van Wijk), een kleine ondernemer, een wetenschapper en een topambtenaar. Na gesprekken met experts uit de sector, veldbezoeken en ontvangen memo’s hadden ze afgelopen vrijdag hun advies klaar. Veel Topteams sturen aan op samenwerking tussen onderzoekers en ondernemers. Life Sciences & Health spant de kroon met het voorstel om voor die sector 100 miljoen euro te reserveren voor het inrichten van een ‘kweekvijver’ voor publiek-private samenwerkingen. En dus ging er hoogstwaarschijnlijk gejuich rondom mijn voormalige kantoor bij het Netherlands Genomics Initiative, dat zich de afgelopen maanden hard maakte voor deze kweekvijver.

Hopelijk is de stemming bij De Jonge Academie – de jonge honden van de Koninklijke Nederlandse Academie der Wetenschappen (KNAW) – ook iets beter dan begin vorige week. Toen waren de leden nog bezorgd, en pleitten ze in een brandbrief aan minister Verhagen voor investering in fundamenteel onderzoek binnen de topsectoren. Terecht, want in de opdracht van Verhagen lag ook besloten dat onderzoeksfinanciers NWO en KNAW 350 miljoen zouden moeten bijdragen aan de Topsectorplannen. En dus dreigt er 350 miljoen euro aan fundamenteel onderzoek overgeheveld te worden naar innovatie. Dat zou de zoveelste aderlating zijn voor de fundamentele wetenschap. In 2007 haalde minister Plasterk (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) al 100 miljoen weg bij universiteiten voor competitie- (en dus vaak markt-) gedreven onderzoek. Vorig  jaar werd de FES-kraan (de aardgasbaten die werden ingezet voor wetenschappelijk onderzoek) definitief dichtgedraaid. Tenslotte blijft er ook bij het ministerie van Onderwijs. Cultuur en Wetenschap weinig over nu de “I” in EL&I de overhand krijgt in wetenschapsland.

Maar wat schijnt er door het woud van innovatiekredieten, seed-fondsen en impulsinvesteringen? Jawel hoor, ik zie een zonnestraal voor fundamenteel onderzoek. ‘Behoud van de sterke kennisbasis” heet het in het actieplan van Life Sciences & Health. In de koepelbrief die de topteams gezamenlijk opstelden, staat dat er roadmaps moeten komen, met ‘een aanpak over de hele keten, van fundamenteel onderzoek tot demonstratieprojecten. Iedereen weet dat nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek er dan meestal karig vanaf komt. Nu denk ik niet, want deze roadmap wordt niet opgesteld voor korte termijn, en structurele steun is precies wat fundamenteel onderzoek nodig heeft. Als het dus mogelijk is om de fundamentele poot duidelijk op de roadmap te krijgen, is de kennisbasis van Nederland voor de komende tijd gegarandeerd.

En dus moet de wetenschap aan de slag. Niet met pipetjes en buisjes, maar eerst met woorden en papier. Natuurlijk, de publiek-private formule is populair in Den Haag, en tevens in Brussel; de afgelopen jaren zijn er miljarden geïnvesteerd in publiek-private samenwerkingen. En hoewel de resultaten wisselend zijn, blijft het fenomeen op de beleidsagenda staan. Grote en kleine bedrijven zullen zich grotendeels daarop richten. Het is daarom aan de wetenschappers om de publiek-publieke tak binnen deze topsectoren in te vullen en op tijd voor te leggen. Terwijl vele toegepaste onderzoeksgroepen en bedrijven de zaken uitvechten die na het doen van de ontdekking van belang zijn – zoals intellectueel eigendom en toepassing – kan de fundamentele wetenschap zich toeleggen op de ontdekking zelf.  Natuurlijk zullen de verschillende wetenschappers niet hetzelfde antwoord hebben op vragen als “wat is er nodig voor goede wetenschap?” en “hoe wordt het doen van goed onderzoek georganiseerd?”. Wel hebben ze een belangrijk ding gemeen: ze zien de allemaal noodzaak voor investering in pure wetenschap als voedingsgrond voor ideeën .

Voorlopig is minister Verhagen even aan zet; hij reageert in september op de adviezen, en draagt de topteams op om dan hun definitieve agenda’s op te stellen. Daarvőőr moet de wetenschap al een gezamenlijk plan hebben, om zo Nederland – ook op de lange termijn – “naar de top” te brengen.