park

In onze dagelijkse beslommeringen vergeten we het wel eens: wij mensen zijn ook maar een soort. Een groep organismen gevormd door een lange evolutionaire geschiedenis die verantwoordelijk is voor onze overbodige blindedarm, voor die handige opponeerbare duim, en zelfs voor de vele facetten van het menselijke gedrag. Van DSK’s seksuele transgressies tot de hekserij van Christine O’Donnell, alles vindt zijn oorsprong in de evolutie. De mens staat kortom middenin de evolutionaire wervelwind, maar wat moeten we met die kennis?

Misvatting
Het is een misvatting dat evolutie alleen over dinosaurussen en apen gaat: ook op het abstractere niveau vindt evolutie plaats. Ideeën evolueren, net als (onder meer) productieprocessen, handelswijzen, talen en filosofieën. Die begrippen zijn wellicht niet zo concreet als genen, maar staan wel degelijk bloot aan variatie en selectie, die de kern vormen van evolutionaire verandering. Het mechanisme ‘evolutie’ beschrijft de dynamiek van ieder proces waarin succes loont en mislukking voor problemen zorgt, en is daarmee een nuttig paradigma in alle hoeken van de wetenschap.

Praktijk
Hoewel het gebruik van evolutie in opkomst is bij theoretici in o.a. de sociale en economische wetenschappen, wordt er in de praktijk nog weinig gebruik van gemaakt. Evolutionaire dynamiek lijkt hooguit intellectueel interessant te zijn, maar bij toegepaste wetenschap denkt men toch eerder aan technici, biomedici, en farmaceuten. Wederom een misvatting: toegepaste evolutie timmert aan de weg – vrij letterlijk – en is inmiddels verantwoordelijk voor meerdere maatschappelijke projecten die gewapend met wetenschap de sociale structuur van een gemeenschap verbeteren.

Initiatiefnemer van deze methode is David Sloan Wilson, professor aan de Universiteit van New York in Binghamton, en oprichter van een interdisciplinair programma (EvoS) dat evolutie probeert toe te passen op diverse vakgebieden, van antropologie tot filosofie, van economie tot psychologie. Hij begon als evolutiebioloog, maar identificeert zichzelf nu als evolutionist: iemand die de evolutietheorie bestudeert, ongeacht de achterliggende wetenschapsdiscipline.

Groepsselectie
Wilson heeft zijn sporen verdiend door zijn werk aan groepsselectie. Die theorie geeft een evolutionaire verklaring voor moraal en sociaal gedrag, door de nadruk van selectie te verleggen van het individu naar de groep: groepen voorouders met een sterke sociale cohesie waren succesvoller dan groepen met meer intern conflict, en zo was ook in een competitieve Darwinistische wereld plaats voor zorgzaamheid en vrijgevigheid. Wilson vat het zelf als volgt samen: “Egoïsme verslaat altruïsme binnen een groep. Altruïstische groepen verslaan egoïstische groepen. Al het andere is bijzaak.”

Sociale cohesie speelt in Wilsons projecten dus een grote rol. Daarnaast is Wilson zich als bioloog natuurlijk bewust van de interactie van organismen met hun leefomgeving, en heeft hij van zijn stad Binghamton een waar veldexperiment gemaakt. In The Binghamton Neighborhood Project wordt de soort Homo sapiens sapiens waargenomen in zijn natuurlijke habitat, en blootgesteld aan de onderzoekswoede van de locale wetenschappers. Het is een uniek project van empirische, toegepaste evolutie, met als ultiem doel om de levenskwaliteit in de stad te verbeteren.

In kaart
Bij de bewoners van Binghamton wordt onder andere gemeten hoe veilig ze zich voelen, hoe sterk hun onderlinge binding is, hoe sociaal ze zich opstellen, en zo nog een aantal factoren. Die gegevens lieten grote variatie zien tussen de verschillende buurten in de stad, en werden vervolgens vergeleken met een heel scala aan statistische data: de bouwstructuur, de hoeveelheid misdaad – zelfs de dichtheid van kerstverlichting werd in kaart gebracht. Hiermee wisten Wilson en collega’s een sterke link te leggen tussen sociale cohesie en de leefomgeving: hoe beter en prettiger de omgeving, hoe meer binding tussen de mensen die er wonen, en hoe socialer men zich gedraagt.

Projecten
Die resultaten waren de aanleiding voor Wilson om de evolutie van Binghamton in de handen van haar bewoners te leggen. Weinig verrassend staat ook bij de invoering van verbeteringen de evolutieleer centraal: variatie, competitie en selectie worden ingezet om voor de verbetering van de leefomgeving te zorgen. In groepen ontwerpen de bewoners een park, waarmee de verwaarloosde stukjes stad opgefleurd kunnen worden. De beste parken worden uiteindelijk ten uitvoering gebracht, en het proces wordt herhaald, de nu bestaande parken als uitgangspunt. Hoewel de competitie zelf wat in het water viel, worden in Binghamton inmiddels drie van de ontworpen parken aangelegd.

Een ander project wordt uitgevoerd in scholen: door leerlingen in groepen te belonen voor goed gedrag en effectieve samenwerking, hopen Wilson en zijn studenten de druk van groepsselectie in te zetten voor een socialere cultuur op school. Dit experiment staat ook nog in de kinderschoenen, maar de eerste testscores van de betrokken leerlingen zijn al beduidend hoger dan die van een controlegroep in een nabijgelegen school.

Toekomst
De wereld bekijken door een evolutiebril is dus niet langer alleen de beroepsdeformatie van een evolutiebioloog, maar een onontbeerlijke stap in de vooruitgang van de mensheid. Evolutie is toegepaste wetenschap geworden, en geeft de mens uniek inzicht waarmee hij in kan grijpen in zijn eigen toekomst. Niet door te knutselen met ons genetisch materiaal, maar met een culturele (r)evolutie!

 

Een aanrader voor hen die even tijd hebben: bekijk een lezing van David Sloan Wilson over zijn project, toepasselijk getiteld: “Evolving the City”.

 

Plaatje boven: door Patrick Greer op Flickr (licentie CC BY-NC-ND 2.0).