De mensheid wordt geconfronteerd met grote maatschappelijke problemen zoals een potentieel energietekort, de opwarming van de aarde en allerhande ziektes. Het lijkt dus een goed idee om zoveel mogelijkheid slimme en gedreven wetenschappers op te leiden die die problemen het hoofd kunnen bieden. Maar wat moet je nu eigenlijk echt met zo’n doctorstitel na je promotie? Op de universiteiten is geen plek voor al die knappe koppen. Bovendien zijn de pas gepromoveerden vaak zo specialistisch dat de kennis en vaardigheden die ze bezitten niet van toepassing zijn buiten het academische vakgebied. Het moet dus maar eens afgelopen zijn met het opleiden van toekomstloze wetenschappers.

Maatschappelijk nut
Hoewel fundamentele kennisvergaring nog steeds een doel is van wetenschap, wordt de toepasbaarheid en het hebben van maatschappelijk nut als steeds belangrijker gezien. De eerste stappen naar innovatie en vermarkten worden over het algemeen gezet door jonge wetenschappers in een tijdelijke universitaire aanstelling die op weg zijn naar hun doctorstitel. Van oudsher is het doel van een promotietraject om na veel geploeter toe te treden tot ‘een select wetenschappelijke gezelschap’ om vervolgens het leven te slijten met de vergaring van kennis. Het opmerkelijke is echter dat meer dan 80% van de promovendi helemaal geen baan vindt binnen de wetenschap. Idealiter zou het systeem dus gepromoveerden moeten voortbrengen die niet alleen academisch nuttig zijn, maar ook inzetbaar zijn in een groot scala aan moeilijke banen voor slimme mensen.

Goedkoop
Universiteiten zal je niet zo snel horen over de huidige situatie. Veel onderzoeksgeld wordt verworven met de bedoeling om promovendi op te leiden tot wetenschapper. Maar veel belangrijker is dat promovendi spotgoedkoop zijn (ze verdienen vele malen minder dan collegae buiten de universiteit met een vergelijkbare opleiding). Ze werken hard en voeren een zeer groot deel van al het onderzoek dat plaatsvindt uit. Er is dus geen enkele prikkel om in plaats van puur academisch gerichte promovendi, breed inzetbare promovendi op te leiden die ook na hun promotie bruikbaar zijn.

Verandering
De huidige situatie is onwenselijk. Op het eerste gezicht is het misschien lekker om zo’n goedkope promovendus te werk te stellen, maar als je uiteindelijk niets met de opgedane kennis kan is het op de lange termijn verspilling van geld en talent. Er zijn twee mogelijke oplossingen: Zet een stop op het aantal promovendi, net zoals nu gebeurt met de opleiding tot arts. Leidt er dus alleen zoveel op als dat je er uiteindelijk nodig hebt. Een tweede oplossing is een verandering van het promotietraject. Universiteiten moeten ook hun opleidingsverantwoordelijkheid voor promovendi serieus nemen en ze uit laten groeien tot breed georiënteerde mensen. Ze moeten naast traditionele academische vaardigheden, echte management-, communicatie- en leiderschapsvaardigheden meekrijgen en bovendien ervaring op doen in het bedrijfsleven en het buitenland. Op zo’n manier creëer je niet alleen promovendi die ook buiten de academie direct aan de slag kunnen, maar ook wetenschappers die midden in de maatschappij staan.