Bacteriën spelen in ons lichaam een belangrijke rol. Ze helpen onze darmen om voedingsstoffen uit het eten te halen, produceren vitamines, en maken het ziekteverwekkers lastig om zich te vestigen. Naast de darmen houden bacteriën ook de huid in balans. Reden genoeg om met onze ‘huisgenoten‘ zorgzaam om te gaan en daarom ook zeer voorzichtig te zijn met antibiotica.

In en op ons lichaam zijn 10 keer zoveel bacteriën te vinden als lichaamscellen – een behoorlijke hoeveelheid. Toch was tot voor kort nog weinig over onze microflora bekend. Eén van de obstakels was dat de meeste bacteriën niet te kweken zijn in een petrischaal. Dit was nodig om genoeg genetisch materiaal te verkrijgen voor de identificatie van de verschillende bacteriesoorten. Door nieuwe high-throughput sequentietechnologieën is daar verandering in gekomen: het kweken van bacteriën is niet meer nodig, en de darmflora kan direct na het verlaten van het lichaam worden geïdentificeerd. In 2010 werd een internationaal consortium opgericht dat alle data over onze darm- en huidbewoners verzamelt en door nieuwe inzichten worden verbanden tussen microflora en menselijke ziektes en gezondheid helderder.

Heel veel bacteriën
Eén feit werd door deze grootschalige aanpak snel duidelijk: de veel bestudeerde darmbacterie E.coli blijkt helemaal niet één van de meest voorkomende darmbacteriën te zijn. De bacterie was domweg gevonden doordat het zo makkelijk te kweken was. Inmiddels zijn er duizenden bacteriesoorten bekend, en bestaat het vermoeden dat in een gemiddelde darm minimaal 160 verschillende soorten bacteriën leven (zie dit artikel). Een interessante nieuwe ontdekking is dat de combinaties van bacteriesoorten in onze darmen niet zomaar willekeurig zijn: een studie onlangs gepubliceerd in Nature verdeelt mensen in drie grote groepen aan de hand van de darmflora. Hiermee kunnen nu beter verbanden tussen de samenstelling van de darmflora en ziektes worden bestudeerd.

Darmflora en het immuunsysteem
In de laatste paar jaar is duidelijk geworden dat de darmflora ook het immuunsysteem opleidt. De bacteriën maken stoffen waardoor een continue productie van antibacteriële stoffen door lichaamscellen in stand wordt gehouden en deze stoffen houden ziekteverwekkende bacteriën tegen. De bacteriën zorgen er ook voor dat darmcellen zich vaker delen – een andere manier om de vestiging van ziekteverwekkers tegen te gaan. Daarnaast wakkert de darmflora specifieke immuuncellen aan die afweerreacties juist onderdrukken (zie hier). Dit in toom houden van het immuunsysteem is ook erg belangrijk: een ontregeld immuunsysteem is namelijk dé oorzaak van chronische darmziektes.

Het langetermijngevolg van antibioticagebruik
Kortom: bacteriën doen veel belangrijke zaken voor ons. Maar de balans van onze darmflora is delicaat. We kennen allemaal wel de effecten van een antibioticakuur: de darmen zijn minder goed in staat om het voedsel te verteren, menigeen heeft last van diarree en bij sommige mensen leidt het zelfs tot chronische darmontsteking. Dit komt omdat naast de ziekteverwekker ook een deel van onze goede darmflora om zeep wordt geholpen. Doordat de balans van de darmflora wordt verstoord, heeft antibioticagebruik langdurige gevolgen: studies tonen aan dat de darmflora zich tot acht maanden na een antibioticakuur nog steeds niet volledig heeft hersteld.

Poeptherapie
Gezien het belang van de darmbacteriën wordt naar therapieën gezocht om een verstoorde bacteriebalans, bijvoorbeeld veroorzaakt door antibioticagebruik, weer te herstellen. Eén methode blijkt verrassend goed te werken: de poeptransplantatie . Bacteriën worden continu (levend) uitgescheiden in onze poep. Door een grote boodschap te transplanteren naar een darm met bacterieproblemen kan de darmflora van de patiënt hersteld worden. Kleine studies die al decennia lang worden uitgevoerd suggereren dat deze methode inderdaad de darmflora kan opfleuren (zie hier). Onlangs is er onder andere binnen het AMC in Amsterdam een brede studie naar deze creatieve toepassing van onze uitwerpselen opgezet dat hopelijk meer inzicht zal geven en deze obscure, maar natuurlijke behandeling geaccepteerd zal maken.

Veel van het onderzoek staat ondertussen nog in de kinderschoenen, maar twee aspecten zijn inmiddels helder; poep hoeft niet vies te zijn en wees uiterst voorzichtig met antibiotica.