obama

Terwijl de wereld ademloos luisterde naar Obama’s toespraak haalde een groep geografische wetenschappers in Los Angeles de schouders op en zapte verder. Bin Laden zat niet in een grot? Voor hen geen nieuws. Ruim twee jaar geleden publiceerden Thomas Gillespie en John Agnew van UCLA samen met hun studenten een biogeografische analyse onder de wellicht wat Disney klinkende titel, “Finding Osama bin Laden”. Hun conclusie: hij houdt zich waarschijnlijk op in een huis met tenminste drie kamers en hoge muren, in de Kurramregio in Pakistan. Veel aandacht werd er niet besteed aan het artikel, want wat wisten biogeografen nou van de bewegingspatronen van een terrorist? Aanzienlijk wat, zo blijkt nu. Ze zaten er misschien een paar honderd kilometer naast, maar verder was de analyse behoorlijk accuraat.

Goed gegokt?
Nee, dit was geen waarzeggen van het niveau Paul de Inktvis, die ook pas ná een serie juist voorspelde wedstrijden beroemd werd. De wetenschappers uit LA zijn niet de winnaars van een potje ‘goed gokken’, waarin in de opmaat naar de aanval op Bin Laden de wildste wetenschappelijke theorieën deelnamen. Het artikel dat in 2009 gepubliceerd werd is een toepassing van biogeografische logica; wetenschappelijke theorieën die doorgaans gebruikt worden om de verspreiding van soorten over bepaalde gebieden te bepalen.

Biogeografie
Allereerst gebruikten de geografen het zogenaamde distance-decay model: als een levend wezen voor het laatst gezien is op plek A is de kans dat hij nu op plek B is afhankelijk van hoe ver de afstand is tussen A en B. Bin Laden was het laatst gezien in Tora Bora, dus daar zat de hotspot. Maar net als ieder levend wezen bewoog Bin Laden zich niet lukraak door de omgeving heen. Organismen stellen specifieke eisen aan hun leefomgeving: de combinatie van al deze eisen is de zogenaamde ecologische niche. De behoeftes van Bin Laden waren wellicht wat typischer dan de temperatuur- en luchtvochtigheidwaarden die de meeste niches definieren, maar daardoor niet minder bruikbaar. Om te beginnen zat Bin Laden aan de dialyse, en had dus elektriciteit nodig. Verder stelden de wetenschappers dat hij een lijfwacht zou hebben, behoefte had aan privacy en prijs stelde op een wat concretere, fysieke bescherming. De niche van Bin Laden werd dus geformuleerd als: een complex met hoge muren, meerdere kamers, aangesloten op het elektriciteitsnet.

Eilandtheorie
Complexen met hoge muren en stroomvoorziening staan niet zomaar in de woestijn, dus grepen de geografen naar satellietbeelden van de omgeving. Om een beeld te krijgen van de plaatsen met een hoge dichtheid van menselijke activiteit werd specifiek de lichtproductie bekeken. Eilandjes met veel licht werden gezien als mogelijke verstopplekken: steden met genoeg voorzieningen om Bin Laden onder te brengen. Om te bepalen welke steden het meest waarschijnlijk waren maakten ze gebruik van een andere biogeografische theorie: het eilandmodel. Deze theorie stelt dat afstand tot het vasteland en de grootte van het eiland invloed hebben op de immigratiesnelheid, dus op de kans dat het eiland ontdekt wordt door een soort – of door Bin Laden. In combinatie met het distance-decay model kwamen ze zo uit op de stad Parachinar, enkele tientallen kilometers ten zuiden van Tora Bora.

Kruisbestuiving
Zo’n 400 kilometer ten oosten van Parachinar werd Bin Laden uiteindelijk gevonden. In een complex met hoge muren, en meerdere kamers. Middenin een stad, zoals voorzien. Goed, de uiteindelijke voorspelling op basis van de biogeografie (“hij zit waarschijnlijk in één van deze drie gebouwen in de stad Parachinar”) klopte dan niet exact, maar heel ver ernaast zaten ze niet. Slechts de afstand van Tora Bora klopte niet, en dat is natuurlijk niet vreemd aangezien het hiervoor verantwoordelijke model, dat van distance-decay, 10 jaar na de laatste locatiebevestiging niet heel nauwkeurig is.

Ook terroristen blijken dus gewoon reduceerbaar te zijn tot een zich verplaatsend groepje dieren. Zo blijken de theorieën die oorspronkelijk ontworpen zijn om de dynamiek van soorten in een gebied te beschrijven, ineens inzetbaar als defensiestrategie. Wetenschappelijke kruisbestuiving op z’n best.

Serieus
Ondanks de zorgvuldige redeneringen in het stuk ontsnap je als lezer toch niet aan de gedachte dat een terugblik altijd helder zicht biedt. 400 kilometer ernaast lijkt nu wel mee te vallen, maar als je op zoek bent naar een naald in een hooiberg is dat wellicht een wat ruime foutmarge. Of de CIA het document in 2009 heeft opgenomen in de archieven is niet bekend, maar heel veel impact heeft het destijds op de publieke opinie niet gemaakt. Het lijkt zelfs alsof Gillespie en collega’s zichzelf amper serieus hebben genomen: het stuk is alleen gepubliceerd op het internet, en in de inleiding wordt gewag gemaakt van de koffiekamergesprekken die geleid hebben tot de hele onderneming.

Niettemin blijft het frappant om te zien dat modellen die voorheen slechts hun toepassing kende in de ecologie, toch in staat blijken tot het doen van redelijk accurate voorspellingen over een voortvluchtige terrorist. Het bewijst maar weer dat wetenschap verder reikt dan de eigen comfortzone, en toepassingen soms in de vreemdste hoeken zitten.

 

Plaatje boven: screenshot van de speech van president Obama.