In de jaren 40 van de vorige eeuw begon Isaac Asimov aan zijn magnum-opus; ‘de Foundation serie’. In deze 8-delige reeks is de wiskundige Hari Seldon de uitvinder van de ‘psychohistorie’. Met een combinatie van complexe wiskundige modellen en statistiek losgelaten op het kuddegedrag van grote groepen mensen kan hij de toekomst van de mensheid voorspellen.

Nu, bijna 70 jaar later krijgt de wetenschap in die fictie de overhand en worden menselijke gedragingen alsmaar beter te voorspellen. Eén van de meeste basale maar ook leuke voorbeelden is het spel steen, papier, schaar. Perfect willekeurig gespeeld zal het spel nooit een winnaar kennen. Maar door een computerprogramma honderdduizenden spelrondes te laten analyseren die mensen eerder speelden kunnen patronen worden ontdekt in het speelgedrag die blijkbaar onbewust worden toegepast. Probeer het zelf en je zal zien dat als je jezelf niet dwingt om perfect willekeurig te zijn de computer onverslaanbaar is.

De verwachting is dat in de nabije toekomst zelfs crimineel gedrag, terroristische aanslagen, of revoluties te voorspellen zijn voordat ze werkelijk plaatsvinden. Die onwaarschijnlijke vooruitgang wordt vooral gedreven door krachtigere computers, complexere wiskunde en vooral omdat er steeds meer informatie van alles en iedereen te achterhalen is. Om die informatie te verzamelen worden programma’s geschreven die razendsnel miljoenen documenten doorspitten op zoek naar relevante steekwoorden of connecties tussen mensen. Zo’n beetje alles lijkt geschikt om inzicht te krijgen in een bepaalde groep of specifiek persoon. Zo wordt informatie uit het nieuws, rapporten, internet, email en sociaal media verkeer gebruikt maar ook bewegings- en belpatronen die in je telefoon of bij de provider worden opgeslagen. Die data kan vervolgens worden gecombineerd met culturele, economische en politieke informatie om zo bijvoorbeeld de organisatiestructuur van een ‘extreme’ groep bloot te leggen en daarmee de belangrijkste pionnen aan te wijzen die een ideologie verspreiden.

Het bedrijf Cataphora, stort zich ondertussen op deze aanpak om witteboordencriminaliteit binnen organisaties te ontmaskeren. Bijna in real-time worden documenten geanalyseerd, connecties tussen mensen blootgelegd en email en internet interacties tussen personen gevolgd om abnormale patronen te ontdekken. Zo’n patroon kan bijvoorbeeld een verandering in gedrag zijn; een plotselinge leemte in emailverkeer en een toename in persoonlijke gesprekken, bijvoorbeeld over de telefoon, is volgens Cataphora een indicatie van geheimzinnig gedrag.

Een ander voorbeeld is het Amerikaanse leger dat de ‘wiskundige-sociologie’ en complexe netwerkanalyse zelfs al toepast in het veld. Zo kon het leger door de locaties van bermbomaanslagen te combineren met de demografie van de stad Bagdad en de aanname dat aanslagplegers liever niet heel ver reizen met een bom op zak tot op 800 meter nauwkeurig de locatie van materiaal opslagplaatsen voorspellen en uiteindelijk ontmantelen.

De mogelijkheden lijken oneindig en met de tijd zullen voorspellingen in nauwkeurigheid toenemen. Er is ook een grote keerzijde. Er wordt alsmaar meer informatie, gewild en ongewild, van iedereen opgeslagen; wat we aanschaffen, van welke organisaties we lid zijn, ons stemgedrag, en onze bewegingspatronen. Zo kunnen er steeds betere analyses worden gemaakt met betrekking tot wat voor ideeën of idealen we koesteren en tot wat voor gedrag dat uiteindelijk zal leiden. Nu zullen weinigen bezwaar hebben als het om de nationale veiligheid en gevaarlijke ideeën gaat, maar wie bepaald straks wat gewenste intenties zijn? Deze ontwikkeling is niet tegen te gaan en ook dat voorspelde Asimov al in een van zijn boeken (Foundation’s Edge) waarin hij schreef: “Vooruitgang in beschaving is niets anders dan een oefening in het inperken van privacy”.