In 2009 en 2010 zijn 233 journalistieke moorden gepleegd. Bovendien werden 3938 persmensen gearresteerd (1108), of fysiek aangevallen of bedreigd (2830). Onderdrukking van de persvrijheid is een hardnekkig internationaal probleem. Het in kaart brengen van misstanden is een kleine stap naar verklaren. Maar verklaren is een grote sprong naar verhelpen. Wat zijn de diepere oorzaken van personderdrukking en persvrijheid? Leidt algemene armoede of armoede door inkomensongelijkheid tot onderdrukking van de persvrijheid? Spelen etnische verscheidenheid, religieuze diversiteit, of taalverschillen een kwalijke rol? Leiden autocratisch leidinggeven en bureaucratisch organiseren tot personderdrukking, terwijl democratisch leidinggeven en flexibel organiseren tot persvrijheid leiden?

In onderzoeken over 175 landen werden al die rivaliserende verklaringen systematisch vergeleken aan de hand van de gegevens die jarenlang door diverse organisaties zijn verzameld. In de online versie van het tijdschrift Applied Psychology: An International Review is nu een verrassende bevinding gerapporteerd: een combinatie van armoede- en klimaatproblemen overtroeft alle andere verklaringen van personderdrukking. Bovendien gaat die verklaring van personderdrukking ook op voor politieke onderdrukking in het algemeen.

Vormen van (pers)onderdrukking zijn het sterkst in landen met bedreigende leefomstandigheden door armoede en een streng klimaat van koude winters of hete zomers, en zwak in arme landen met een mild klimaat. Omgekeerd zijn uitingen van (pers)vrijheid het sterkst in landen met uitdagende leefomstandigheden door rijkdom en een streng klimaat, en zwak in rijke landen met een mild klimaat. De illustratie maakt duidelijk dat de persvrijheid meer onder druk staat naarmate de leefomstandigheden minder ideaal zijn. In arme landen aan de linkerkant ontstaan meer stress en problemen door overbelasting bij meer klimatologische bedreigingen. Maar in rijke landen aan de rechterkant ontstaan juist meer stress en problemen door onderbelasting bij minder klimatologische uitdagingen. Kortom, zowel een te lege als een te volle schatkist, afgemeten aan wat er nodig is om de lokale winter- en zomerproblemen aan te pakken, zet de persvrijheid onder druk.

Natuurlijk zijn in dit project ook de gebruikelijke kip-of-ei vragen gesteld en inmiddels bevredigend beantwoord. Al met al ziet het er naar uit dat de mate van persvrijheid wel afhangt van de mate van rijkdom, zoals we al lang weten, maar dat dit niet het hele verhaal is. Koudere winters en hetere zomers veranderen de culturele invloed van het nationaal inkomen, omdat we ons geld nu eenmaal op legio manieren gebruiken om die zomers en winters zo prettig mogelijk door te komen. Onze culturele aanpassingen aan hoe rijk we zijn en hoeveel klimaatproblemen we moeten afkopen benadrukt eens te meer het belang van het goed op elkaar afstemmen van ontwikkelingshulp en klimaatbeleid. Louter armoedebestrijding of louter klimaatbeheersing leidt er toe dat we (pers)onderdrukking en (pers)vrijheid alleen maar anders over de aarde verdelen.

Evert van de Vliert is emeritus hoogleraar organisatiepsychologie aan de universiteiten van Groningen en Bergen, en auteur van het boek Climate, Affluence, and Culture.