De opinie-webpagina van de Volkskrant staat momenteel vol met opinie over het huidige kabinet. Om verzadiging te voorkomen deze keer geen opinie over de bezuinigingen op het onderwijs, maar iets ongerelateerds: samenwerking bevordert de kwaliteit van wetenschap en moet om die reden gestimuleerd worden.

Solitaire wetenschappers

Het stereotype beeld van wetenschappers is helaas nog steeds een solitair persoon die in de ivoren toren onbegrijpelijke problemen probeert op te lossen. Maar het hedendaagse onderzoek heeft een veel industriëler karakter; niet alleen raakt de wetenschap zelf steeds verder gevorderd waardoor onderzoeksgroepen allemaal deelproblemen oplossen, ook de samenwerking tussen wetenschappers wordt steeds belangrijker. In onderzoek uit 2008 is aangetoond dat het aantal publicaties met maar één auteur de laatste drie decennia gestaag afneemt en het aantal publicaties met meerdere auteurs van verschillende universiteiten juist continu toeneemt. Een sterke toename van samenwerking dus.

Koffiepraat

Afgelopen december hebben onderzoekers van de Harvard Medical School daarnaast aangetoond dat er een sterke correlatie bestaat tussen de fysieke afstand van wetenschappers en het aantal citaties van het onderzoek; hoe dichter de auteurs bij elkaar zitten, des te groter de impact van het artikel. Voor de studie werden vijfendertigduizend artikelen geanalyseerd van in totaal twee honderd duizend auteurs. Ondanks het veelvuldige gebruik van email, Skype en andere digitale communicatie vormen blijkt de interactie bij het koffiezetapparaat dus essentieel te zijn voor goed onderzoek.

Na mijn promotie op de UvA te hebben gedaan werk ik nu sinds een half jaar aan de natuurkunde faculteit van Harvard. Ook al had ik tijdens mijn promotie behoorlijk wat samenwerkingen met verschillende internationale instituten was deze switch toch een aardige cultuuromslag. Zo was het in Amsterdam rustig en kon je je goed concentreren op je eigen project en er zo nu en dan over praten. Hier zijn daarentegen de dagen volgepakt met meetings, presentaties en heel veel ouwehoeren over natuurkunde. En juist dit laatste blijkt een hele snelle manier om veel kennis uit te wisselen; zodra je iets niet weet (en dat is waar onderzoek nou juist om draait) is er wel iemand in de buurt die je daarmee kan helpen. Op deze manier kan er snel door een collectief heel veel vooruitgang geboekt worden.

De vorm van onderzoek waarbij veel samengewerkt wordt, vormt een steeds groter deel van de wetenschap waarbij ook steeds meer initiatieven ontstaan om fundamentele wetenschap en toegepaste wetenschap bij elkaar te brengen. Deze  manier van wetenschap bedrijven zal meer en meer de hedendaagse drijvende kracht achter wetenschappelijk onderzoek worden.

Keerzijde

Maar samenwerking heeft uiteraard ook een keerzijde. Door de snelheid en continue reflectie van het onderzoek kan er weinig rust bestaan om iets goed uit te kunnen zoeken. De analyse die de groep van Harvard Medical School hebben gedaan is een gemiddelde over tweehonderd duizend auteurs. En ook al zal elk van deze individuen daar zelf misschien anders over denken; dit zijn niet allemaal de nieuwe Einsteins. Uitschieters worden in de analyse niet opgemerkt, en juist uitschieters zijn ook belangrijk voor de wetenschap. Een goed voorbeeld dat de rust van eenzaamheid ook positief kan werken komt van Peter Higgs (degene die het Higgs-deeltje voorspeld heeft, voor wie dit niet kent, zie hier). Nadat hij een tijd in Londen had gezeten verhuisde hij in 1960 terug naar Edinburgh waar hij de rust had om goed na te kunnen denken. Een paar jaar na zijn verhuizing formuleerde hij zijn theorie over het Higgs deeltje waar nu met man en macht naar gezocht wordt. Ook Newton formuleerde zijn grootste werk in de twee jaar dat de univeristiet was gesloten vanwege de pest. Meer recent is het voorbeeld van Erik Verlinde die zijn nieuwe beschrijving van de zwaartekracht bedacht toen zijn laptop gestolen was en hij een week in Frankrijk vast zat.

Meer samenwerken

Maar gezien het aantal briljante geesten ook in de wetenschap toch erg beperkt is, moet samenwerking in het algemeen meer gestimuleerd worden. Een klein land als Nederland waar ook nog eens veel goede universiteiten dicht op elkaar zitten is bij uitstek geschikt om veel samen te werken, waarbij dat op veel vlakken zeker niet het geval is. Concluderend verhoogd samenwerken dus de productiviteit… misschien toch nog een relevante conclusie voor de politiek.