polidor

Toen in 1966 voor het eerst dopingcontroles werden ingevoerd in de Tour de France, was Raymond Poulidor de eerste coureur die een controle moest ondergaan omdat de controleurs hem toevallig op de gang van hun hotel tegenkwamen. Nadat hij bevestigend had beantwoord op de vraag of hij een wielrennner was moest hij in een flesje plassen. Niemand controleerde zijn identiteit en het flesje werd zonder verzegeling meegenomen.

Cutting edge
Tegenwoordig is deze manier van werken ondenkbaar. De strijd tegen doping is steeds wetenschappelijker geworden. Dopingcontroleurs weten op elk willekeurig moment van de dag waar een sporter zich bevindt, en is het vrijwel onmogelijk om een sporter te betrappen op doping zonder over een goed uitgerust laboratorium te beschikken. Zo werd Tour de France winnaar Alberto Contador onlangs tijdelijk geschorst omdat er vijftig picogram van het verboden middel clenbuterol was aangetroffen. Zoals Contador het zelf zei: dat komt neer op nul komma nul, nul, nul, nul, nul, nul, nul, nul, nul, nul, vijf gram. Wereldwijd kunnen slechts enkele laboratoria dergelijke kleine hoeveelheden detecteren.

De verwetenschappelijking van doping wordt in hoge mate ingegeven door de geraffineerde methodes van dopingzondaars. De tijd dat wielrenners onderweg in het café een brandewijn nuttigden om de pijn te stillen is allang voorbij. In 2001 vonden dopingcontroleurs op de hotelkamer van de Italiaan Dario Frigo zelfs producten die nog in de onderzoeksfase waren. De Italiaan, wiens banden met de farmaceutische industrie nooit zijn opgehelderd, was zo vindingrijk dat hij inzag dat een middel om zuurstofarme hersentumoren te doorbloeden ook gebruikt kon worden om met een fiets hard bergop op te rijden. De innovaties van dopingzondaars dwingen vervolgens controleurs om telkens nieuwe methodes te bedenken om het valse spel te detecteren.

Omgekeerde bewijslast
De wedloop tussen dopinggebruikers en –controleurs heeft ook gevolgen voor de normale sporter. Middelen die op de dopinglijst staan kunnen immers ook op allerlei manieren per ongeluk in het lichaam van een sporter terecht komen. Als er echter een verboden middel wordt aangetroffen dan wordt de sporter automatisch geschorst. Vanaf dat moment verschuift de bewijslast. De sporter wordt veroordeeld voor dopinggebruik tenzij hij of zij kan aantonen dat het verboden middel via een andere weg het lichaam is binnengekomen.

En dit is bepaald niet gemakkelijk. De sporter zal dus veel wetenschappelijke kennis op moeten doen om zijn of haar baan te behouden. Een andere sporter die hierin slaagde was de Franse tennisser Richard Gasquet, die in 2009 werd betrapt op het gebruik van cocaïne. Zijn schorsing werd vervroegd opgeheven nadat hij had aangetoond dat de minuscule hoeveelheid cocaïne die bij hem werd aangetroffen het gevolg kon zijn van ‘onopzettelijke besmetting’ via een kus met een vrouw in een nachtclub.

Besmet vlees of excuus vlees?
De vereiste kennis bevindt zich bovendien soms gevaarlijk dicht bij het front van de wetenschap. Neem het voorbeeld van clenbuterol. Dit is officieel een middel tegen astma, maar het werkt ook vetverbrandend en staat daarom op de dopinglijst. De Japanse wielrenner Fuyu Li werd in mei 2010 dan ook geschorst nadat er een minuscule hoeveelheid clenbuterol in zijn urine was aangetroffen. Li pleitte onschuld en stelde geen idee te hebben hoe de clenbuterol in zijn lichaam terecht was gekomen.

De Nederlandse anti-doping expert Douwe de Boer verdedigde Li indertijd en wierp de hypothese op dat de clenbuterol het lichaam kan binnen komen door het eten van besmet vlees. Dezelfde vetverbrandende eigenschappen die clenbuterol zo aantrekkelijk maken voor wielrenners, zijn voor veehouders ook een reden om het aan runderen toe te dienen om zo het vlees mager te houden. Hoewel dit al jaren is verboden, belandden in 1994 nog 140 Spanjaarden in het ziekenhuis nadat ze met clenbuterol besmet vlees hadden gegeten, en in 2009 werden maar liefst 336 Chinezen in Sjanghai vergiftigd nadat ze clenbuterol-varken hadden gegeten. De dopingautoriteiten vonden deze verklaring echter niet geloofwaardig en Li werd op staande voet ontslagen.

Topsporters als wetenschappers
Amper zes maanden later werd de Russische tafeltennisser Dmitrij Ovcharov echter wel vrijgesproken voor hetzelfde vergrijp. De verklaring dat clenbuterol in vlees aanwezig kon zijn werd toen wel geloofwaardig bevonden nadat ook een andere expert, Wilhelm Schaenzer, eveneens suggereerde dat clenbuterol in vlees aanwezig kon zijn. Ook Contador is inmiddels met de steun van De Boer vrijgesproken. De vijftig picogram clenbuterol zou best wel eens in zijn urine terecht kunnen zijn gekomen door het eten van een stukje biefstuk dat zijn kok speciaal voor hem in Spanje had gekocht.

Dit klinkt natuurlijk al snel als een vergezocht excuus. Maar als je daadwerkelijk geen doping hebt gebruikt, hoe verklaar je dan de aanwezigheid van 0.000.000.000.05 gram clenbuterol in je lichaam? Niet alleen moet je dan op hoogte zijn van het bestaan, de werking, en het gebruik van clenbuterol, ook moet je jezelf verdiepen in het Europese beleid ten aanzien van dergelijke medicatie in de agrarische sector, en de naleving daarvan in individuele lidstaten. Toppers als Contador kunnen het zich misschien veroorloven om experts in te huren om dit te onderzoeken. Voor de mindere goden in de sport zit er maar één ding op: eerst de studies afmaken voor je met de sport begint!