geld

Bezuinigingen: daar ontkomt zo’n beetje geen kabinet aan. Maar met wat ombuigingen hier en wat kaasschaven daar wordt de begroting normaal gesproken voor sluitend afgedaan en gaan we weer over tot de orde van de dag. Het huidige kabinet heeft de kaasschaaf echter in de bestekbak laten liggen en heeft de botte bijl uit het schuurtje gehaald om eens flink wat spaanders te produceren. Ook het academische onderzoek moet eraan geloven en dat vraagt om keiharde keuzes.

Rutte 1 is ondertussen lekker aan het bezuinigen, zo hebben onder andere de mensen in de cultuurhoek kunnen merken. Boven andere groepen pakken de donderwolken zich ondertussen samen. Eén van die groepen is onderwijs. Sinds het beleid van minister Deetman in de jaren 80 wordt er structureel bezuinigd op onderwijs en schrikt niemand daar meer van. De plannen zijn al jaren hetzelfde; bijvoorbeeld het terugbetalen van de studie, en uiteindelijk zal het er wel een keer van komen.

Een andere idee uit de oude doos is bezuinigen op wetenschappelijk onderzoek. Maxime zal dat tegenspreken want hij is juist zo goed bezig om het innovatiebeleid in Nederland handen en voeten te geven en de vastgelopen kenniseconomie vlot te trekken. Dat doet minister Verhagen door de grootste Nederlandse bedrijven in hun innovatie te stimuleren met behulp van ‘gezonde subsidies’. Nu kan ik het helemaal verkeerd hebben, maar uit ervaring weten we dat innovatie vooral van nieuwe kleine ‘start-ups’ moet komen waar ideeën kunnen groeien door korte lijnen en een platte organisatie, in plaats van gevestigde bedrijven, veel lagen en de macht van de kwartaalcijfers.

De holle aanpak van Verhagen’s innovatiebeleid daargelaten is bezuinigen op basaal wetenschappelijk onderzoek natuurlijk een slecht idee; innovatie moet immers ergens z’n fundament hebben. Maar misschien kunnen fikse financiële ombuigingen in het Nederlandse onderzoekslandschap helemaal geen kwaad. Het zou zelfs wel eens op de langere economische termijn positief uit kunnen pakken en innovaties sneller richting de markt sturen. Meer in ieder geval dan nu gebeurt door het innovatieve spekken van grote bevriende bedrijven.

Die ombuigingen moeten gevonden worden in het verkleinen van het aantal onderzoeksrichtingen. We doen in Nederland namelijk aan zo’n beetje a-l-l-e-s onderzoek en, als het zou bestaan, zouden we jaarlijks wereldkampioen allround-onderzoek doen worden. Maar die medaille wil het kabinet niet want dat levert niets op; we moeten excelleren, patenten schrijven en, hup, vermarkten. Eerst dus maar eens flink schrappen in al die onderzoeksrichtingen die niets anders dan borrelpraat opleveren en dat geld vervolgens investeren in onderzoek dat uiteindelijk zelf geld op gaat leveren. Ik gooi de knuppel in het hoenderhok. Wat dacht u van onderzoek dat laat zien dat we betere beslissingen nemen als we een volle blaas hebben? Of recent door het NWO gehonoreerde aanvragen die in de komende jaren voor zo’n 200,000 euro per stuk zullen onderzoeken waarom we iets esthetisch vinden, hoe lichamelijke bevrediging kan worden bevorderd, hoe adolescenten tot beslissingen komen en wat de effecten zijn van hertrouwen op de gezinssituatie.

Allemaal reuze interessante vragen, maar wat hebben we eraan als de economie in de goot ligt en het geld schaars is? Kortom als we nog langer mee willen als kennisland moeten we duidelijke keuzes maken. Net zoals niet alle cultuur nog langer aan de subsidie-infuus gehangen kan worden, kan dat ook niet langer met al het academische onderzoek.

Ik ben benieuwd naar uw keuze. Wat zou er volgens u, de lezer, voor onderzoek moeten verdwijnen en in wat voor onderzoek zouden we dat vrijgekomen geld moeten investeren? Of moeten we er voor kiezen allround-wereldkampioen te blijven en is juist die diversiteit in het landschap wat ons zo sterk maakt als kennisland?