peacock

De zeepbel: dot-com-bubbles en housing-bubbles. Modern zijn ze absoluut niet. Zeepbellen zijn een bijkomstigheid van marktwerking, en ook marktwerking is niet gisteren ontdekt. Het Amerikaanse radioprogramma Planet Money wijdde er een paar maanden geleden een leuke test aan: ze vroegen hun luisteraars om uit drie dieren (een kitten, een aapje en een baby-ijsbeer) de liefste te kiezen. De vraag werd echter op twee verschillende manieren gesteld: een deel van de bezoekers werd gevraagd welk dier zij zelf het liefst vonden, het andere deel werd verzocht te bepalen welk dier zij dachten dat het ‘best uit de test’ zou komen. Resultaat: hoewel de kitten in beide gevallen populair was, bleek in de eerste groep slechts 50% uit kittenliefhebbers te bestaan, terwijl in de tweede een forse 76% op het katje stemde.

Die opgeblazen populariteit is de basis voor een kitten-bubble, zo stelden de makers van Planet Money, en een verklaring voor de vorming van zeepbellen. De waarde van iets vertaalt zich eerder naar wat men denkt dat algemeen in trek is, dan wat aan de eigen specifieke behoeften voldoet. Dat is ook te zien op de huizenmarkt: voor een huis dat een koper makkelijk weer kwijt kan raken legt hij sneller een centje meer op tafel.

Marktwerking is niet alleen te vinden op de beurs of de huizenmarkt, maar ook in de natuur om ons heen. Daar wordt het seksuele selectie genoemd: hoe aantrekkelijker het mannetje, hoe populairder bij de vrouwtjes, dus hoe meer nageslacht hij produceert. De genenpool die hieruit volgt kan bizarre vormen aannemen: denk bijvoorbeeld aan de enorme verenpracht van een pauw. (De theorie hierachter is overigens dat een mannetje met grote staart fit genoeg is om zich een zware verenpracht te veroorloven, en dus goed genetisch materiaal met zich meedraagt.)

Daarnaast lijken de ingrediënten voor een zeepbel ook bij seksuele selectie grotendeels aanwezig te zijn. Namelijk, niet alleen moet vader een vrouwtje werven, maar hun zoons moeten dat vervolgens ook succesvol kunnen doen. Het is dus niet alleen vaders uiterlijk, maar ook moeders keuze die belangrijk is voor de toekomst van het nageslacht, en die dus bloot staat aan selectie. Het loont niet om als vrouwtje een excentrieke smaak te hebben, als dit betekent dat jouw zoons er zo vreemd uitzien dat niemand ze moet hebben. In tegenstelling tot bij de wispelturige beursspeculanten wordt de seksuele markt echter streng gereguleerd: voorkeur waait niet met alle winden mee, maar is generaties lang evolutionair voorgeprogrammeerd. Evolutie houdt de boel zo streng in de gaten.

Hoe zit het dan als er toch een zeepbel ontstaat? Dat weten we dankzij recent onderzoek uit Brisbane, Australië, waar het scenario experimenteel werd opgezet. In het laboratorium werden fruitvliegjes kunstmatig ‘sexier’ gemaakt: de mannetjes werden door de wetenschappers in 11 generaties geselecteerd op hoge productie van seksferomonen, en zo werd de zeepbel opgeblazen. Deze supersexy mannetjes werden vervolgens teruggeplaatst bij vrouwtjes uit de groep, waar ze hun kansen konden wagen. Hoewel ze ongetwijfeld populair bleken, kelderde hun genetisch aandeel in de populatie razendsnel: binnen vier generaties was de situatie weer terug bij af, en was het feromoongen waarop geselecteerd werd gewoon weer op de oude frequentie aanwezig. Natuurlijke selectie, gestoeld op andere aspecten dan aantrekkelijkheid, had andere prioriteiten.

Kortom: al is de zeepbel nog zo snel, natuurlijke selectie achterhaalt haar wel. Daar kunnen ze op de beurs nog wat van leren.

 

Plaatje boven: door Wouter Beckers op Flickr (licentie CC BY-NC-SA 2.0).