In 2009 had de Mexicaanse griep de wereld in haar greep. Vanuit Mexico verspreidde het H1N1-griepvirus zich over de wereld. Even leek deze pandemie op een grote ramp uit te lopen, met mogelijk miljoenen doden. Overheden wereldwijd bereidden zich voor om kostbare, maatschappij-ontwrichtende maatregelen te nemen om de impact van de epidemie af te remmen (bijvoorbeeld het sluiten van scholen en openbare gebouwen en/of reisverboden). Volgens Engelse en Nederlandse theoretische epidemiologen hoef je dergelijke maatregelen niet gelijk aan het begin van een epidemie te nemen. Een paar weken later ingrijpen is vaak zelfs beter en heeft minder impact op de maatschappij en de economie.

Hoe kunnen wetenschappers eigenlijk algemene conclusies trekken over de uitbraak van een ziekte? Elke keer is immers totaal verschillend in besmettelijkheid en sterftecijfer; of waar de epidemie ontstaat, met steeds een andere bevolkingsdichtheid of -opbouw. Het zijn wiskundige modellen die virusverspreiding onder verschillende omstandigheden en maatregelen inzichtelijk maken.

Een wiskundig model is een versimpeling van de werkelijkheid, zodat je verschillende scenario’s kunt testen, net zoals je bepaalt hoe lang de autorit naar Spanje zal duren. Hierbij neem je gemiddelde snelheid en rustpauzes mee in de schatting, maar niet eventuele botsingen. Daarvan neem je aan dat die niet zullen gebeuren. Ook bij wiskundige modellen wordt een keuze gemaakt uit beschikbare variabelen, zoals verspreidingssnelheid, sterftecijfer of het aantal ziekenhuizen. Onderzoekers kiezen de in hun ogen essentiële variabelen voor hun model en laten anderen erbuiten. Zulke modellen zijn eenvoudiger om mee te rekenen en geven vaak nieuwe inzichten.

In het nieuw gepubliceerde model wordt uitgegaan van een griepvirus dat uitbreekt in een land met 58 miljoen inwoners (niet geheel toevallig het inwoneraantal van Groot-Brittannië). De onderzoekers wilden ondermeer met hun model onderzoeken wat het effect was van het uitstellen van maatregelen door de overheid om de epidemie te vertragen. Zulke maatregelen zijn namelijk duur en kunnen een samenleving ontwrichten. Je kunt ze niet eindeloos volhouden. Stop er te vroeg mee en de epidemie komt even hard weer terug.

Wanneer het model getest wordt met verschillende wachttijden voordat maatregelen worden genomen blijkt dat een aantal weken wachten nadat een epidemie is uitgebroken vaak gunstig is. Vanaf het begin ingrijpen werkt eigenlijk alleen maar als de controlerende maatregelen in stand worden gehouden tot de allerlaatste zieke weer beter is. Dit is echter niet de realiteit en onmogelijk. Bij tijdelijke maatregelen blijkt het telkens weer beter om een aantal weken te wachten. De epidemie blijft kleiner, de druk op de medische zorg is minder en de kosten zijn lager. En een minder heftige epidemie ‘koopt’ meer tijd voor de ontwikkeling van een werkend vaccin.

Bovenstaande resultaat springt het meest in het oog, maar uit het model blijkt ook nog dat een gedeeltelijk werkend vaccin, toegediend aan een klein deel van de bevolking voorafgaand aan de epidemie resulteert in een langzamere epidemie. Oftewel nog meer tijd om te wachten met het nemen van maatregelen.

Het is te hopen dat overheden deze resultaten goed bestuderen. Een volgende Spaanse, Mexicaanse vogel- of weetikveelgriepuitbraak kan zeer dodelijk zijn en razendsnel om zich heen grijpen. Een paar weken geduld van de beleidsuitvoerders zou wel eens veel effectiever kunnen zijn, zonder dat de kosten de pan uit rijzen.