Wat doet een chimpansee om zijn overwicht te doen gelden? Hij steekt zijn kaak uit, tuit zijn lippen, zet zijn ellebogen naar buiten en zijn haar omhoog. Een goedgekozen foto van Jan Peter Balkenende laat zien dat alleen het vermogen om ons hoofdhaar rechtop te zetten bij ons niet geëvolueerd is. Maar er vallen diepere lessen te trekken uit de evolutionaire kijk op leiderschap.

Ter gelegenheid van de oratie van Mark van Vugt, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de VU, organiseerde VUConnected vorige week het symposium “Darwin voor leiders”. Daar werd eerst getoond hoe apenleiders hun macht verdienen: door empathie, door veel te vlooien en door voedselbronnen voor de groep te ontdekken. Daarna kwam een aantal mensenleiders aan het woord: de rector magnificus van de VU, Lex Bouter, en Marry de Gaay Fortman, advocaat-partner bij Houthoff Buruma. Ook zij benadrukten het belang van dienend leiderschap.

Foute leiders
Waarom kiezen we dan zo vaak verkeerde leiders, die niet het beste voor de groep willen, maar door eigenbelang worden gedreven? De oratie begon met een publieksvraag. Wie is de beste leider, Larry (Ellison, van Oracle) die bovenop zijn 26 miljard dollar zowel het grootste jacht als het grootste huis van de wereld heeft; of John (Mackey, van WholeFoods), die zijn geld weggeeft en met één dollar salaris genoegen neemt? De keuze lijkt duidelijk: de eerste is een dominante, autoritaire leider die in ruil voor een gevaarlijke leiderrol status, seks en tegenwoordig salaris krijgt. De tweede is een voorbeeld van de dienende leider, die het welzijn van de groep boven zijn eigenbelang stelt. Maar onze voorouders zochten leiders uit op eigenschappen die het op de savanne goed deden, zoals lange benen en brede kaken. En dat, stelde Mark van Vugt in zijn oratie, zijn niet automatisch de beste leiders van een moderne organisatie.

Privileges leiden tot corruptie
Die mismatch tussen onze oude voorkeuren in een moderne omgeving kan tot rare keuzes leiden. Dat heeft ten eerste effect op welke leiders worden uitgekozen. Zo wint bij Amerikaanse presidentsverkiezingen bijna altijd de langste kandidaat, terwijl leeuwen spotten niet zijn belangrijkste verantwoordelijkheid meer is. Daarnaast heeft onze veranderde omgeving effect op welke types het leiderschap ambiëren. De groepen waarin onze voorouders leefden waren minder hiërarchisch dan moderne organisaties. De beste jager voerde de expeditie aan, maar moest de buit delen; die rotte anders toch weg. Het prestige dat met leiderschap verbonden was bleef daardoor beperkt, terwijl nu de CEO van Oracle tweehonderd keer zoveel verdient als zijn laagste medewerker. Zulke buitenproportionele statusvoordelen trekken leiders met verkeerde eigenschappen aan: narcistische, machiavellistische machtswellustelingen.

Hoe krijg je ze weg?
Bijkomend nadeel van de exorbitante privileges is dat je een eenmaal zittend leider niet snel meer wegkrijgt. Een rijke dictator zit niet alleen lekkerder, hij kan ook meer lijfwachten betalen. Van Vugt stelt in zijn boek “De natuurlijke leider” (Bruna, 2010) dat er een aantal controlemechanismes geëvolueerd is waarmee de macht van leiders ingeperkt kan worden. Als voorbeeld noemt hij het ridiculiseren van de machthebber en daardoor ondermijnen van diens autoriteit. Roddelen dus, met als modern equivalent Pownews en Twitter. Daarnaast is klokkenluiden een gevaarlijke maar effectieve strategie om iemands machtsbasis aan te vallen (denk aan Wikileaks). Deserteren en rebelleren tenslotte, met als uiterste middel een moordaanslag, krijgen op de lange termijn zelfs de meest vastgeroeste leiders weg. Macht moet de leider gegund worden, zowel bij mensapen als bij mensen.