TL-licht schijnt op de onwennige sollicitatiekleding van de kandidaten. Vanuit iedere hoek van de zaal bestudeert een zwijgende assessor hoe wij een paperclipsorteerder ontwikkelen. Op basis van dit assessment worden onze analytische en creatieve competenties ingeschat. Voor een organisatie zijn creatieve medewerkers veel geld waard: ze gaan beter om met veranderende omstandigheden en verzinnen sneller en goedkopere oplossingen. Dat lijken goede redenen om sollicitanten op creativiteit te selecteren.

Maar hier volgt een waarschuwing voor mijn assessoren. Uit een nog ongepubliceerde studie blijkt dat er duistere kanten aan creativiteit zitten. Creatieve personen zijn oneerlijker en het stimuleren van creativiteit leidt tot meer bedrog. Dit blijkt uit een serie experimenten van Dan Ariely, auteur van Predictably Irrational – The hidden forces that shape our decisions (2008). Ariely heeft een neus voor controversiële maar simpele experimenten. Eerder heeft hij online datingstrategieën, uitstelgedrag en biervoorkeuren onderzocht. Ook zijn meest recente experiment ruikt naar academische kroeggesprekken. “Handige jongen hoor, die Bernie Madoff. Zouden oplichters eigenlijk creatiever dan gemiddeld zijn?” “Kunnen we dat niet uitzoeken?”

Gino en Ariely (respectievelijk van Harvard en Duke University) tonen met een serie experimenten dat verband inderdaad aan. Ze lieten studenten een vragenlijst over creatieve persoonlijkheidskenmerken invullen en maten met een aparte taak hun eerlijkheid. Daarvoor werden op een scherm een seconde lang twintig stippen getoond, verspreid over twee vakken. Elke ronde moesten de proefpersonen aangeven of er meer stippen in het linker- of in het rechtervak stonden. Na een aantal oefenrondes werden hun antwoorden beloond met geld: 5 cent voor het antwoord ‘rechts’, 0.5 cent voor ‘links’ – onafhankelijk van wat het juiste antwoord is. Een proefpersoon die stippen op de middellijn vaker als rechts beoordeelde zodra hij of zij ervoor betaald werd, gold als oneerlijker. Die oneerlijke personen bleken degenen te zijn volgens de persoonlijkheidstest ‘creatiever’ waren.

Maar wat veroorzaakt dat verband tussen creativiteit en oneerlijkheid? De onderzoekers opperen twee verklaringen: misschien is voor zowel oneerlijkheid als creativiteit intelligentie nodig, of zijn creatieve mensen beter in het goedpraten van grensgevallen. Uit vervolgonderzoek bleek dat intelligentere mensen niet vaker oneerlijk gedrag vertonen, maar dat cognitieve flexibiliteit, het rechtvaardigen van amoreel gedrag, wel met creativiteit en bedriegen samenhangt. Voor dat experiment werden proefpersonen gestimuleerd om out of the box te denken door zinnen te maken met woorden als ‘ingenieus’ en ‘uitvinding’. Dat werkte, want die groep loste vaker een creatieve opdracht op dan een controlegroep; alleen, omdat mensen in de creatieve groep ook heel flexibel en creatief in het goedpraten van hun leugens werden, logen ze ook vaker over hun prestaties.
In de realiteit blijken deze resultaten ook relevant. De onderzoekers voorspellen dat werknemers in creatieve beroepen het minder nauw met de waarheid zouden nemen. Dat blijkt inderdaad het geval. Zowel in afdelingen als in functies die als creatief worden gezien, werken personen die beter dan gemiddeld kunnen rechtpraten wat krom is. Dat varieerde van werknemers die zich goed konden voorstellen dat ze pennen mee naar huis namen, tot managers die dachten dat ze de bedrijfsresultaten wel wat konden overdrijven. Inderdaad: creatief boekhouden.

Door dit onderzoek heeft creativiteit een nare bijsmaak gekregen. Misschien had ik toch die paperclipsorteerder niet zo creatief van zonnecellen moeten voorzien.