Het is 2046. William Geld – fraudeinspecteur – verricht DNA onderzoek op het haar van zijn geliefde, Maria. Zij is zwanger, maar wordt gedwongen abortus te plegen vanwege een ‘Code46’-overtreding; genetische verwantschap. Uit het DNA-onderzoek blijkt dat Maria een kloon van zijn moeder is.

De film Code 46 schetst een doemscenario van een maatschappij waarover de overheid grote controle heeft over de partnerkeuze en het voortplantingsgedrag van haar onderdanen. Hoewel ouderwetse, natuurlijke sex nog wel voorkomt, wordt het nageslacht voornamelijk gegarandeerd via de nieuwste vruchtbaarheidstechnieken, waaronder klonen. William – de hoofdpersoon – blijkt dan ook uit hetzelfde setje klonen te komen als Maria.

De scène schoot door mijn hoofd toen ik drie weken geleden mijn favoriete zaterdagglossy las, en waarschijnlijk was ik niet de enige. Volkskrant Magazine berichtte over het Medisch Centrum Kinderwens in Leiderdorp, dat als eerste klliniek in Nederland embryodonatie aanbiedt. Embryo’s die overblijven na een succesvolle in vitro fertilisatie (ivf) – de zogenaamde restembryo’s – worden normaliter vernietigd of gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Niet in Leiderdorp, waar ouders sinds kort kunnen besluiten om de restembryo’s de donoren, bijvoorbeeld aan stellen waarbij reguliere ivf niet werkt.

Embryodonatie niet nieuw is; in Spanje en België, maar ook in andere landen wordt al jaren gebruik gemaakt van embryodonatie. Voor zover ik kon nagaan, heeft het daar nog nooit tot moeilijkheden geleid. Misschien heeft dat te maken met de anonimiteit die donoren hebben in die landen, waardoor geadopteerde embryo’s later niet weten wie hun biologische ouders zijn. Toch vroeg ik me af hoe groot de kans is om in William’s situatie terecht te komen, wanneer embryodonatie op grote schaal zou worden toegepast.

Volgens het onlangs opgerichte Embryodonatie Bureau blijven er in Nederland jaarlijks ongeveer 1500 geschikte embryo’s over. Als die allemaal bij verschillende wensouders geplaatst zouden worden, zouden er jaarlijks zo’n 400 (het gemiddelde slagingspercentage is 25%) baby’s worden geboren uit gedoneerde embryo’s. Met de totale jaarlijkse geboorte  van ongeveer 170.000 baby’s in Nederland zouden 1 op 425 baby’s uit embryodonatie voortkomen. De kans dat daarbij hele broers of zussen zitten, is veel kleiner, aangezien de oorspronkelijke restembryo’s uit ongeveer 200 verschillende donoren komen. Bovendien heeft ‘Leiderdorp’ momenteel slechts veertig embryo’s beschikbaar voor adoptie. Volgens de directeur zal dit aantal niet sterk stijgen. Veel potentiële donoren – zo stond in het Volkskrant Magazine – vinden het namelijk raar om later tegen de gedoneerde kinderen te moeten zeggen dat ze “in een weckpotje gemaakt” zijn, en vervolgens “bij andere ouders ingebracht”. En dus laten die mensen de overige embryo’s vernietigen. Het uitgangspunt bij dit bezwaar – dat de wensouders de ‘andere’ ouders zijn- is niet terecht. Weliswaar is donatie niet anoniem – donorouders worden geregistreerd bij de Stichting Donorregistratie – maar de kinderen zullen opgevoed worden door de wensouders. Juist daarom is embryodonatie in andere klinieken verboden, zoals die van het VU medisch centrum in Amsterdam. Het zou belastend zijn voor het kind, omdat er geen enkele genetische verwantschap is tussen de wensouders en het kind. Over dat effect in relatie tot embryodonatie zijn vooralsnog geen onderzoeksgegevens beschikbaar, maar het zal niet fundamenteel anders zijn dan bij reguliere adoptie. Misschien is de band tussen kind en wensouders zelfs groter wanneer de wensmoeder het kind als embryo gedragen heeft.

Er is dus geen reden tot paniek en alle reden voor ivf-ers om hun embryo’s te doneren. Het is relatief goedkoop; de procedure voor het doneren – wat betaald wordt door de wensouders – kost ongeveer 1000 euro, en het inbrengen wordt vergoed. Daarnaast worden embryo’s niet onnodig vernietigd, wat zelfs bij streng-gelovigen gevoelens van empathie oproept. En bovenal, zo’n 10 gezinnen vinden het geluk dat ze jarenlang zochten.