Sommige stukken bodem van de diepzee vormen voor biologen en geologen een verborgen speeltuin, waar met een beetje mazzel bij iedere duik een nieuwe soort wordt gevonden. Wetenschappers krijgen nu gezelschap van Chinese goudzoekers en andere diepzeekompels met heel andere belangen.

Tot voor kort was vrijwel niemand geïnteresseerd in de gedeelten van de aarde waar een paar kilometer zeewater bovenop drijft, maar de opkomst van nieuwe grondstofslurpers zoals China en India enerzijds en geavanceerdere diepzeetechniek anderzijds maakt de diepzee ineens iets waar politici en ondernemers zich druk om maken. Rusland stuurde al in 2007 een onderzeeër onder de Noordpool om de claims op de olievelden daar kracht bij te zetten, en een bemande diepzeeduikboot plantte onlangs in de zuid-Chinese zee op 3.759 meter diepte een Chinese vlag.

Die plotselinge aandacht van overheden en bedrijven voor de diepzee hebben de wetenschappers deels zelf veroorzaakt: dankzij vaak wetenschappelijke diepzeemissies is duidelijk geworden dat de zeebodem op geselecteerde plaatsen vol ligt met rijke ertsen en economisch interessante mineralen. Diepzeemijnbouw lijkt dan ook een perfecte business opportunity: op de hoge zee heb je vrijwel geen last van omwonenden, de regelgeving over eigendoms- en delvingsrechten moet zich nog uitkristalliseren, en omdat de percentages metaal en mineraal per ton gedolven erts veel hoger liggen dan op het land zou de hoeveelheid vervuiling per kilo geproduceerd eindproduct ook lager liggen dan in traditionele landmijnen.

Edelmetaal
In werkelijkheid weet niemand precies wat de ecologische effecten van diepzeemijnbouw zullen zijn. Bij het delven van de meest interessante ertsen zoals goud-, zilver- en koperertsen, die gevonden worden op plaatsen waar de aardplaten elkaar raken, worden deze ecosystemen locaal vernietigd – in ieder geval tijdelijk, maar mogelijk permanent. Door vulkanisme spuit bij deze zogeheten deep sea hydrothermal vents heet water onder hoge druk de diepzee in, en komt ook allerlei edelmetaal omhoog. Deze diepzeegeisers vormen het centrum van – uit biologisch perspectief – superinteressante ecosystemen, die uiteindelijk gebaseerd zijn op bacteriën die de zwavel uit de heetwaterbron gebruiken om energie op te wekken.

Ook bij het oogsten van meer verspreid liggende ertsen en mineralen, zoals mangaanknollen, lijkt beschadiging van het mariene ecosysteem onvermijdelijk. De omvang van de secundaire schade, door bijvoorbeeld het loswoelen van sediment en de daardoor gevormde onderwaterwolken, blijft ongewis. Dieren die voor hun voedselvoorziening afhankelijk zijn van het filteren van zeewater kunnen hier bijvoorbeeld last van hebben, en het in de watermassa brengen van grote hoeveelheden voedingsstoffen uit de zeebodem kan massale algenbloei veroorzaken. Vanwege de directe vernietiging van onderwaterleven en de mogelijke secundaire gevolgen pleit een marine bioloog in Nature voor het instellen van strakke regelgeving over het ontginnen van diepzee-gebieden.

Beschermingsstrategie
Mariene biologen moeten echter wel weten wát de overheden moeten beschermen, en welke beschermingsstrategie de hoogste kans op succes heeft. Een van de manieren zou kunnen berusten op het onderverdelen van ecosystemen in een aantal categorieën, en van iedere categorie een strategische hoeveelheid te beschermen. Als de mijnwerkers weer zijn vertrokken, kunnen de beschermde ecosystemen hopelijk bijdragen aan de herbevolking van de ontgonnen gebieden. Voor deze aanpak is echter wel systematisch verzamelde informatie nodig.

Een recente publicatie in Current Biology laat zien waarom systematisch onderzoek naar diepzeeleven cruciaal is om de optimale beschermingsstrategieën te kunnen bepalen. Australische en Nieuw-Zeelandse biologen clusterden de data van 295 onderzoeksexpedities en ontdekten dat de verspreiding van verschillende soorten slangsterren (diepzeedieren die sterk op zeesterren lijken) afhankelijk is van de breedtegraad, en eigenlijk niet van het verloop van het onderzees reliëf, zoals eerder aangenomen werd. Dat betekent dat er in dezelfde trog allerlei verschillende soorten slangsterren kunnen voorkomen als de trog noord-zuid ligt, maar dat de variatie in een oost-west trog veel kleiner is. Een verstoord ecosysteem zal in theorie dus sneller herbevolkt worden vanuit een intact gebied op dezelfde breedtegraad. Dit kan een overweging zijn wanneer het gaat om het aanwijzen van diepzeereservaten.

Mariene biologen waren de pioniers van het diepzeeonderzoek, en hun gegevens vormen nu de basis voor de interesse van mijnbouwbedrijven in de zeebodem. Om het leven van de diepzee zoveel mogelijk weerbaar te maken tegen de impact van diepzeemijnbouw is het tijd voor een systematische integratie van datasets en een breed gedragen beschermingsplan. Enige voortvarendheid kan geen kwaad: in juli van dit jaar zal de International Seabed Authority zich buigen over de eerste vergunningsaanvragen voor het ontginnen van de bodem van de hoge zee.