Internisten zijn veel trager in het vinden van een parkeerplaats dan hun snijdende collegae. Het paper in het British Medical Journal laat echter vooral zien dat chirurgen soms wat moeite hebben met het voorkomen van type 1 statistische fouten in de opzet van hun studies.

Noord-Ierse internisten hadden om hun auto te parkeren bijna twee keer zoveel tijd nodig als hun chirurgische collega’s. Door per specialist de tijd te klokken die verstreek tussen het bereiken van de slagboom van de parkeerplaats en het binnenlopen van het ziekenhuis ontdekten vijf chirurgen dat hun specialisme significant sneller is dan internisten, en dat radiologen en anaesthesisten daar ergens tussenin zitten – over geriaters werd niets gemeld.

In het speciale kerstnummer van het prestigieuze British Medical Journal is altijd ruimte voor ludiek onderzoek, en dit keer tikten de Noord-Ieren met hun paper The barrier method as a new tool to assist in carreer selection: covert observational study zo’n felbegeerde kerstpublicatie binnen. Dit jaar blijkt onder andere dat mensen mooier worden van goede slaap en dat wodka niet via de voeten kan worden opgenomen.

Promillage-gedreven publicatie

Bizar onderzoek haalt wel vaker goede tijdschriften, maar – anders dan bijvoorbeeld de publicaties met een IgNobel prijs onderscheiden worden – zijn de artikelen in de kerstspecial van het BMJ a priori niet serieus bedoeld. Vaak lukt het de BMJ-kerstpapers niet om te verhullen dat de studieopzet op een vrijdagavond na de labborrel door twee melige arts-onderzoekers in elkaar is geflanst.

Waar normaliter de ingestuurde manuscripten door peer reviewers flink op hun wetenschappelijke kwaliteit worden beoordeeld lijken de kerstartikelen vooral op hun catchy koppen te zijn geselecteerd. Bij nauwkeurige lezing lijkt de studieopzet van de Noord-Ierse chirurgen voor een kritische wetenschapper verre van ideaal.

Hoewel de onderzoekers namelijk keurig rapporteren hoe een vermomde, onherkenbare observant met een stopwatch per arts bijhield hoe lang het parkeren duurde, en daarbij het geslacht en de specialisatie noteerde melden ze en passant dat de dokters tussen 07:15 en 10:30 binnen kwamen rijden. De argwanende lezer ziet hierin een potentiële confounding factor: specialisten die eerder arriveren omdat ze bijvoorbeeld vroeger beginnen met werken zullen meer vrije parkeerplaatsen treffen, en kunnen dus mogelijk sneller parkeren.

Chirurgisch denken, een contradictio in terminis?

Voor een internistisch georiënteerde wetenschapper is het parkeeronderzoek daarmee meteen een prachtig voorbeeld van stereotype chirurgisch handelen: grote stappen, snel thuis en niet te veel neuzelen over details. De ochtendoverdracht voor chirurgen is immers in de meeste ziekenhuizen rond 07:30, terwijl internisten doorgaans pas tegen 08:30 á 09:00 beginnen, dus zolang de onderzoekers niet kunnen laten zien dat het specialisme niet van invloed is op de tijd van aankomst kan de vermeende correlatie tussen parkeersnelheid en beroepskeuze richting shredder.

Net als Vlamen en Walen, Fransen en Engelsen en mannen en vrouwen is de relatie tussen chirurgen en internisten gebaseerd op onderlinge afhankelijkheid, een gedeelde achtergrond en een gezonde dosis afgunst. Het is goed dat het BMJ zo nu en dan een podium geeft voor die rivaliteit: het bevestigt ons idee dat die mooie chirurgen net zo aandachtig autorijden als dat ze de wetenschap bedrijven.