Thuis bevallen brengt twee keer zoveel risico op babysterfte met zich mee dan bevallen in een ziekenhuis. Thuis beginnen met bevallen en dan tijdens de bevalling alsnog naar het ziekenhuis resulteert zelfs in een vier keer hogere kans op babysterfte. Op deze manier werden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek uit het UMCU dat deze maand gepubliceerd is in het British Medical Journal (BMJ). Inmiddels is er over dit onderzoek zowel binnen de wetenschappelijke wereld als in de populaire media veel ophef ontstaan. Jan Smit en zijn Lisa hebben zelfs op het laatste moment besloten toch maar in het ziekenhuis te bevallen.

Hoge babysterfte in Nederland
Eerder onderzoek heeft aangetoond dat Nederland bijna de hoogste babysterfte heeft van Europa. Verschillende factoren zouden kunnen bijdragen aan deze cijfers, waaronder suboptimale zorg voor premature kinderen, het niet standaard screenen op aangeboren afwijkingen en het aantal oudere moeders. Volgens de Utrechtse onderzoekers kunnen bovenstaande factoren de relatief hoge babysterfte echter maar gedeeltelijk verklaren, en is de rol van de verloskundige zorg in Nederland hierin onduidelijk. Om inzicht te krijgen in die rol zijn ze in 2007 een onderzoek gestart.

Uit dat onderzoek blijkt dat babysterfte significant vaker voorkomt bij vrouwen die bevallen onder begeleiding van een verloskundige in vergelijking tot vrouwen die bevallen onder begeleiding van een gynaecoloog. Ook laat de studie zien dat wanneer een vrouw tijdens de bevalling alsnog naar een gynaecoloog verwezen wordt het risico op babysterfte toeneemt.

Slechte verloskundige zorg?
Het meest opmerkelijke van de grote media aandacht is dat er direct gesproken werd over het risico van thuis bevallen. Dit terwijl er in het onderzoek niet specifiek gekeken is naar thuisbevallingen maar alleen naar wie de bevalling begeleidde: een verloskundige of een gynaecoloog. Een verloskundige kan een bevalling zowel thuis als in het ziekenhuis begeleiden, en in beide gevallen wordt er dan gesproken van zogenaamde eerstelijns verloskundige zorg. Een bevalling wordt alleen begeleid door een gynaecoloog wanneer de vrouw al voor de bevalling ingedeeld wordt in een zogenaamde hoog-risico groep of wanneer er tijdens de bevalling complicaties optreden. Wil je als vrouw, wanneer je niet in de hoog-risico groep valt, in het ziekenhuis bevallen dan wordt je automatisch begeleidt door een verloskundige.

Het grootste probleem van het onderzoek is dat een eventueel verschil tussen vrouwen die thuis bevallen of vrouwen die in het ziekenhuis bevallen onder begeleiding van een verloskundige niet onderzocht lijkt te zijn. Daarom is het helemaal niet bekend of er verschil is tussen de twee groepen en weten we niet of het veiliger is voor het kind om in het ziekenhuis geboren te worden. Ook een eventueel verschil in sterfte of complicaties bij vrouwen die thuis bevallen en naar het ziekenhuis zijn doorverwezen tijdens de bevalling, of vrouwen die in het ziekenhuis bevallen maar bij wie tijdens de bevalling de begeleiding wordt overgedragen van verloskundige naar gynaecoloog lijkt niet onderzocht in de Utrechtse studie. Ook deze vraag is essentieel om te bepalen of het nut heeft om als vrouw bij voorbaat te kiezen om in het ziekenhuis te bevallen.

Mediahype
Hoe heeft de publicatie van één onderzoek zoveel stof kunnen doen opwaaien? De onrust is in eerste instantie ontstaan door het persbericht van het ziekenhuis, dat kopte: “Verloskundige systeem moet beter”. Deze titel deed mijn wenkbrauwen fronsen. De publicatie beschrijft namelijk dat de vraag of de hoge babysterfte in Nederland verlaagd kan worden binnen het bestaande verloskundige systeem onbeantwoord blijft, al sluiten de onderzoekers een rol van het Nederlandse verloskundige systeem in de hoge babysterfte niet uit. Daarnaast beschrijft het persbericht dat “de kans op sterfte nog hoger is als een bevalling start onder begeleiding van een verloskundige maar de vrouw halverwege naar het ziekenhuis gebracht moet worden”. Echter, deze conclusie wordt niet onderbouwd door de wetenschappelijke publicatie. In de groep ‘hogere babysterfte’ zaten namelijk ook vrouwen die al in het ziekenhuis aan het bevallen waren maar bij wie complicaties optraden waardoor de begeleiding van een gynaecoloog nodig werd.

Naar aanleiding van het persbericht schreven verschillende media over het onderwerp met weinig subtiele koppen: “Hoge babysterfte door slechte overdracht” (NRC), “Hoge babysterfte mogelijk door verloskundigen“(Nu.nl), “Thuisbevallingen verhoogt babysterfte” (RTL Nieuws), en “Babysterfte hoog door falend systeem” (Volkskrant). Hoewel er uiteraard altijd een balans zal zijn tussen informatievoorziening en entertainment is het ongepast om medische informatie niet volledig objectief weer te geven. Daarnaast waren niet alleen de titels suggestief, ook in de artikels ontbrak enige vorm van nuance of wetenschappelijke verantwoording. En met dergelijke berichtgeving is het niet verwonderlijk dat er onrust ontstaat in bevallig Nederland.

Nadine Pouw studeerde fundamentele biomedische wetenschappen in Utrecht en promoveerde in de Tumorimmunologie in het ErasmusMC. Als Medical Information Associate bij een biotechnologisch bedrijf gebruikt ze haar wetenschappelijke achtergrond nu om inhoudelijke vragen van artsen, apothekers, en anderen te beantwoorden.