HIV-budding-Color

In de maand voorafgaand aan de verjaardag van de Bisschop uit Myra, kleuren de Nederlandse straten niet exclusief rood door zijn mantel en mijter maar ook rood van de abri reclames van Stop Aids Now. Al jarenlang is dit één van de standaard communicatie routes die de HIV organisaties gebruiken om de HIV/AIDS problematiek in de week van Wereld Aids Dag weer voor het voetlicht te krijgen. Dit jaar viel de eerste week van December ook samen met het Kamerdebat over de voorgenomen bezuinigingen van het kabinet op de ontwikkelingshulp in het algemeen en de HIV/AIDS hulp in het bijzonder. Diverse ontwikkelingsorganisaties stonden op hun achterste benen. Was deze ophef te voorkomen? Moet de inhoud van communicatie anders?

Eerst terug naar de vroege jaren ’80, toen de wereld werd geconfronteerd met een vreemde ziekte waaraan vooral homoseksuele mannen bleken te overlijden. De huidige generatie HIV hoogleraren, stonden toen tijdens hun co-schappen en promoties met hun neus boven op de Genesis van deze pandemie. In de navolgende jaren werd het HIV/AIDS vraagstuk vooral hoog op de agenda geplaatst door de Westerse activistische patiëntengroepen die zich, in het pre-internet tijdperk, met groot gebaar en geluid kenbaar maakten. Iedereen was bij de les, publiek én politiek. Het is dankzij de acties van deze organisaties dat de zorg -en vooral acceptatie van HIV-positieve personen tot grote hoogte kwam. De komst van de antivirale combinatietherapie (ART) resulteerde in een significant betere levensverwachting voor HIV-positieve personen. Een zegen voor de patiënten en een triomf voor de therapieontwikkelaars en behandelaars.

Een decennium later blijkt de pandemie nog geen halt te zijn toegeroepen: naast een verdieping van de epidemie in zuidelijk Afrika, heeft ook een verdere geografische (en dus sociale en politieke) verplaatsing plaatsgevonden naar Azië, Oost-Europa en Rusland. Los van de problematische gezondheidszorg in die regio’s, is de acceptatie stukken minder, zijn er minder activistische groepen en is er vooral minder geld. De in het Westen door ART ingegeven uitspraak dat HIV een chronische ziekte zou zijn geworden is gevaarlijk. Juist in deze regio’s werkt zo’n uitspraak averechts. Berichten over HIV dringen overal door. Een studiegenoot ondervond tot zijn verbazing tijdens HIV voorlichting in de noordelijke woestijn van Namibië dat mensen in het algemeen op de hoogte waren van wat er in de Europese kranten stond over HIV.

Totaal geen reden tot achter-over-leun-politiek dus, maar hoe houd je publiek en de politiek bij de les? Hoe houd je een zo’n belangrijk onderwerp hoog op de politieke agenda in een periode waarin de economische crisis de euro’s moeilijker uit de portemonnee doet rollen?

De organisaties zitten niet stil. Moderne middelen zoals SMS acties worden breed ingezet en het Dance4life richt zich met succes speciaal op de jongeren. Maar is het genoeg? Deze situatie vraagt ook om een andere inhoudelijke boodschap naar het publiek. We worden dagelijks gebombardeerd met informatie. De wijzer staat steeds vaker in het rood. Overload. In die mêlee moeten goede doelen ook de aandacht zien te krijgen. Zelf denk ik dat het publiek gevoeliger is voor een andere manier van communiceren, een manier van communiceren die direct duidelijk maakt wat de gevolgen zijn van de HIV crisis: eerlijk zijn en vertellen dat naast ideële motieven ook economische motieven voor de lange termijn een rol spelen.

Ik werd deze week getroffen door een spotje op de radio van het HIVOS. “Energiebesparing hier, scheelt rampen daar”. Dat kan ook omgekeerd dacht ik. het bestrijden van de HIV epidemie elders, zorgt naast het redden van levens dat de sociale en economische stabiliteit niet in gevaar komt (HIV treft vooral de jonge beroepsbevolking). En de stabiliteit in die gebieden is ook belangrijk voor de rest van de wereld (waaronder Nederland). Kun je die medische en vervolgens politieke en economische lange termijn gevolgen van de ziekte zo beter duidelijk maken? Bij mij werkte het in ieder geval. Begeef ik me op ethisch glad ijs of loop ik op de zakelijke lijn van Ben Knapen?

Afgelopen weekend stond in deze krant een ingezonden brief van bovengenoemde HIV-hoogleraren en in het FD van kopstukken uit het bedrijfsleven. Die boodschap was direct: vanwaar komen we [geen therapie voor onderontwikkelde landen], waar willen we heen? [verdere opschaling van therapie voor onderontwikkelde landen] En, wat als we dat niet doen? [alle succesvolle inspanningen zijn te vergeefs]. Want HIV-therapie voor die onderontwikkelde landen werd een dikke tien jaar geleden voor onmogelijk gehouden maar is nu een stuk op streek door lange adem die zorgde voor het benodigde geld. Het HIV/AIDS probleem is sterk gebaat bij lange termijn investeringen terwijl het de aard van de huidige politiek is om slechts naar de korte termijn te kijken.

Het HIV/Aids bewustzijn bleek deze week niet gestorven in Nederland maar er was wel een serieuze voorgestelde bezuinigingsronde voor nodig en een lawine van verontwaardiging om de mensen weer bij de les te krijgen. Laten we dat voorkomen door eerlijk te blijven uitleggen en lange adem te houden.