Dagelijks confronteert de koffiepauze talloze milieubewuste werknemers met het dilemma: een eigen mok, of toch liever een plastic automatenbekertje? Dit ogenschijnlijk onschuldige vraagstuk toont de ware kracht van de wetenschap, en tegelijkertijd haar zwakte.

Of de planeet eerder naar de knoppen gaat als u uit plastic koffiebekertjes drinkt is geen makkelijke vraag. Natuurlijk, voor het maken van een plastic bekertje is olie nodig, dus dat is slecht voor het milieu. Zo’n bekertje moet vervolgens worden afgevoerd, verwerkt, verbrand, en eindigt misschien wel op een grote vuilstortplaats, om daar tot halverwege de volgende oerknal over de zonden van de mensheid te kunnen napeinzen.

Toch is voor het maken van een mok ook energie nodig, en flink veel ook. Bovendien moet zo’n mok toch minstens ééns per dag afgespoeld worden, liefst met zeep en warm water – water dat waarschijnlijk door het verbranden van kolen of olie is verhit. Een mok is bovendien veel groter dan een bekertje, waardoor in de praktijk veel mensen twee shots koffie tappen in één mok. Twee keer koffie, twee keer warm water, en een deel van die mensen drinkt uiteindelijk niet eens alle koffie op.

Gelukkig hebben we de wetenschap nog, denkt u nu. Die mensen met gympen onder hun labjas hebben vast een helder antwoord.

De hypothese
Voor iedereen die met ongelooflijke (religieuze) theorieën geen genoegen neemt is de moderne wetenschapsbeoefening de enige acceptabele manier om tot een zinvol antwoord op een dergelijke vraag te komen. Centraal staat daarin de hypothese: op basis van eerdere inzichten formuleert de wetenschapper een idee, en onderwerpt dat vervolgens aan het proces van falsificatie. Met een experiment probeert hij de hypothese te weerleggen, al is het in de realiteit natuurlijk zo dat hij probeert positief bewijs te vinden dat zijn theorie ondersteunt.

Het ideale experiment
Om valide gegevens te krijgen is het meestal nodig op een kunstmatige manier tot twee condities te komen, die slechts op één punt verschillen. Alleen dan is het mogelijk om te bepalen wat de bijdrage is van die ene variabele. Praktijkvoorbeelden zijn bijvoorbeeld het behandelen van patiënten met een nieuw medicijn of met een neppil (placebo), het effect van kunstmest versus gewone mest op het aantal kilo’s aardappelen per hectare of het gemiddelde benzinegebruik van een auto met of zonder caravan.

Cruciaal is het dat de onderzoeker precies weet hoe de onderzochte groepen onderling verschillen. Alleen de te onderzoeken variabele mag verschillen: in alle andere opzichten moeten de experimentele condities gelijk zijn. Als de caravan door een BMW wordt getrokken, en het verbruik vergeleken wordt met dat van een losse Citroën is de conclusie dat een caravan een hoger verbruik geeft niet valide.

Het onmogelijke experiment
Om de milieu-impact van koffiemokken op een valide manier met plastic bekertjes vergelijken zou een wetenschapper dus een experiment moeten ontwerpen waarin alle variabelen precies vergelijkbaar zijn, behalve dat de ene groep plastic en de andere aardewerk gebruikt. Daarna zou hij per groep alle milieueffecten op een goede manier bij elkaar op moeten tellen. Het domweg uitrekenen van de energie die nodig is voor de productie van de mokken of bekertjes is niet voldoende: voor een zinnig antwoord moet alles, van grondstof tot gebruik tot afvalverwerking worden meegerekend.

Hier eindigt dit gedachte-experiment: zo’n all-inclusive proef is gewoonweg onmogelijk. Om alle milieukosten van oliewinning, transport, productie van mokken en bekertjes, afvalverwerking, afwaswaterzuivering enzovoort te kunnen meewegen zou het uiteindelijk noodzakelijk zijn om twee autarkische, volstrekt identieke landen te nemen, waarbij het ene land alleen uit aardewerk, en het andere uitsluitend uit plastic koffiedrinkt.

U voelt het al: het definitieve antwoord op deze vraag gaat er deze koffiepauze niet komen, en misschien zelfs nooit. Daarin is het koffiebekertjesprobleem een goed voorbeeld van een wetenschappelijk vraagstuk, het enige wat de wetenschap kan bieden zijn voorlopige waarheden en tijdelijke theorieën. Die knagende onzekerheid in het achterhoofd heeft een groot voordeel: tot de identieke autarkieën zich hebben aangediend kunt u zonder schuldgevoel uit plastic uw koffie drinken.

Lucas is arts-onderzoeker en als promovendus op het AMC in Amsterdam probeert hij meer te begrijpen van (auto)immuun-gemediëerde ziekten van de galwegen.