Heeft u een partner die op nieuwjaarsdag standaard met een kater rondloopt? Ja?, dan wordt het tijd voor een experimentje. Koop blauwe snoepjes in de vorm van een pil. Begint uw partner op 1 januari te klagen over hoofdpijn? Geef hem dan één van de snoepjes en vertel erbij dat dit het nieuwste medicijn tegen hoofdpijn is. Vergeet daarbij niet te vermelden dat het medicijn nogal duur was en dat hij ze vier maal per dag moet innemen. Grote kans de hoofdpijnklachten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Nepmedicijnen of placebo’s werken ook bij kinderen wonderbaarlijk goed; in de auto doet een pepermuntje tegen misselijkheid wonderen. Bij onze kinderen vinden we een leugentje om bestwil prima en maken we makkelijk gebruik van een placebo (letterlijk: ik zal behagen). Waarom maakt de reguliere geneeskunde dan zo weinig gebruik van placebo’s?

Historie van misleiding
Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de Amerikaan Henry Beecher geïnteresseerd in placebo’s toen hij als anesthesist in het leger werkte. Eén van zijn verpleegsters verdoofde een soldaat, bij gebrek aan morfine, door een injectie met een zoutoplossing waarbij ze vertelde dat het een pijnstiller betrof. De pijn van de soldaat verminderde waardoor hij niet in een shock belandde. Dit inspireerde Beecher om later wetenschappelijk onderzoek te doen naar het placebo-effect. In 1955 schreef Beecher een artikel met de titel “The powerful placebo”, waarin hij liet zien dat het slikken van een neppil al voldoende is voor een positief effect op een patiënt.

Problemen voor farmaceuten
Beecher’s onderzoek heeft uiteindelijk geleid tot gerandomiseerde klinische studies waarbij de werkzaamheid van nieuwe medicijnen worden vergeleken met die van nep-medicijnen. Deze manier van testen is nu nog steeds de standaard voor nieuwe geneesmiddelen. Voor farmaceuten leidt deze strenge manier van testen ook tot problemen, vooral bij medicijnen die gericht zijn op de mentale gezondheid. Deze geneesmiddelen lijken in het onderzoeksstadium vaak veelbelovend, maar falen in de klinische studies omdat ze niet effectiever blijken dan placebo’s. Dit zegt overigens meer over de effectiviteit van placebo’s dan over de geteste medicijnen. Zelfs een medicijn dat al tientallen jaren op de markt is, zoals Prozac, zou het vandaag de dag waarschijnlijk niet redden (lees: is niet effectief genoeg) in de strengere klinische studies.

Kleur, kosten en hoeveelheid
Intussen is er veel onderzoek gedaan naar placebo’s. De kleur van pillen is bijvoorbeeld van invloed op de genezende werking van het medicijn. Blauwe pillen zijn effectievere pijnstillers, gele pillen beter werkzaam als antidepressiemiddel en rode pillen hebben een stimulerend effect. De hoeveelheid pillen beïnvloedt ook de suggestie; een medicijn is effectiever naarmate het vaker per dag moet worden ingenomen. Ook de kosten van een medicijn spelen een rol, een duurder medicijn wordt als meer effectief ervaren.

Leugentje om bestwil onnodig
Vaak wordt gedacht dat de kracht van placebo’s zit in de misleiding van de patiënt. Of werken placebo’s ook als de patiënt weet dat het een placebo is? Juist dit aspect werd onderzocht in een vorige week gepubliceerde studie. Hier werden patiënten met het prikkelbare darmsyndroom (PDS) in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg een placebo, de andere groep werd niet behandeld. Bijzonder was dat de gegeven pillen ook echt als placebo waren gelabeld. Tot verbazing van de onderzoekers bleek dat de klachten van de placeboslikkers bijna tweemaal zo vaak verdwenen vergeleken met die van de onbehandelde patiënten. Sterker nog, de effectiviteit van de placebopillen was bijna hetzelfde als die van het PDS-medicijn Lotronex, dat bekend staat om zijn ernstige bijwerkingen. Deze studie suggereert dat we ons graag laten bedotten door placebo’s, zelfs als we weten dat we een neppil slikken.

Placebo’s bij de huisarts
Naar mijn mening zouden meer placebo’s hun weg moeten vinden in de reguliere geneeskunde, vooral voor psychische aandoeningen of ziektes met vage klachten waar maar weinig effectieve medicijnen voorhanden zijn. Daarbij kunnen we slim gebruik maken van de kennis die we hebben van placebo’s. Dus doktoren, schrijf rode, blauwe, gele, grote, kleine, bittere en vooral hele dure placebo’s voor, nauwkeurig afgestemd op de aandoening. Natuurlijk kunnen patiënten ook terecht in het alternatieve circuit, wat grotendeels berust op de genezende werking van suggestie. Maar ik denk dat patiënten beter af zijn onder gecontroleerde begeleiding van een arts. De resultaten van het PDS-onderzoek biedt ook soelaas aan artsen die patiënten niet willen voorliegen; zij kunnen gewoon “placebo” voorschrijven.