Van de zomer zorgde een artikel van mierenspecialist E.O. Wilson en twee collega’s voor oproer. Het artikel over de rol van verwantschap in de evolutie van altruïstisch gedrag werd van alle kanten aangevallen. Nature stond vol met ingezonden brieven en bekende biologen zoals Coyne en Dawkins schreven boze blogs.

Helpen of niet?

In het artikel beweren Wilson en co-auteurs dat Hamilton’s regel meestal niet waar is. Deze regel zegt dat altruïstisch gedrag evolutionair voordeel oplevert als de voordelen voor de ontvanger (b) maal de verwantschap tussen ontvanger en gever (r) groter zijn dan de kosten voor de gever (c), in formule: b*r>c. Bijvoorbeeld, de verwantschap tussen mij en andere kinderen van mijn ouders is 1/2, want we hebben voor de helft dezelfde genen. Als ik mijn ouders help waardoor zij drie kinderen meer groot kunnen brengen, dan ze zonder mijn hulp zouden kunnen, maar ik daardoor zelf geen (in plaats van twee) kinderen zou kunnen krijgen, dan zegt Hamilton: 3*1/2 > 1, dus doen!

Wat doen de anderen?

Maar stel nou dat mijn twee zussen hetzelfde doen. Mijn ouders hebben dan drie hulpjes in plaats van één. Dat betekent niet per se dat ze 3×3=9 kinderen groot kunnen brengen. Misschien zijn drie hulpjes namelijk wel meer dan drie keer zo goed, en kunnen ze door al die hulp 20 kinderen grootbrengen. Dit kan in de natuur het geval zijn als er een minimum aantal individuen nodig is om bijvoorbeeld een nest efficiënt te verdedigen. Maar voor hetzelfde geld zijn drie hulpjes minder dan drie keer zo goed, en kunnen mijn ouders met drie hulpjes “maar” zes extra kinderen krijgen. Het resultaat van mijn hulp (de “b” in de formule) hangt in dit soort gevallen dus af van wat mijn zussen doen. En Hamilton’s regel, die net nog zo logisch leek, werkt plotseling niet meer zo goed.

We moeten ons concentreren op genen en groepen

Wilson en collega’s concluderen dat we Hamilton’s regel beter kunnen vergeten. Er zijn, volgens de auteurs, betere manieren om te berekenen of altruïstisch gedrag evolutionair voordeel oplevert. Bovendien is het wiskundig gezien onhandig om uit te gaan van het individu dat altruïstisch gedrag vertoont, het zou beter zijn als we ons zouden concentreren op genen en hoe individuen gegroepeerd zijn. De vraag of altruïstisch gedrag evolutionair voordelig is zou dan als volgt gesteld kunnen worden: zouden groepen (zoals families) met genen die ervoor zorgen dat de kinderen hun ouders helpen sneller groeien dan groepen zonder die genen? Het antwoord hangt af van de omstandigheden, bijvoorbeeld of er een nest is dat verdedigd moet worden.

Wetenschappers houden wel van een rel

Een paar weken geleden gaf Martin Nowak, de hoofd-auteur van het artikel, een praatje voor de evolutiebiologen van Harvard. De dag vóór Nowak’s lezing stuurt een jonge professor nog een mailtje rond aan zijn studenten: “Jongens, ga naar dat praatje morgen, het belooft spannend te worden!”. De volgende dag is de zaal dan ook overvol. Het is duidelijk, wetenschappers houden van een goeie wetenschappelijke rel.

Tijdens zijn praatje doet Nowak net alsof hij nooit verwacht had dat het artikel controversie zou opleveren. Ik denk dat niemand dat gelooft, maar de meesten maakt het niet uit. Nowak is een briljant spreker en we genieten van zijn verhaal. Alleen de vraag-en-antwoord sessie na afloop valt wat tegen. Blijkbaar zit geen van de tegenstanders in de zaal.