Afgelopen week had premier Rutte de mond vol van woorden zoals “innovatie” en “aan de slag”. Maar de staatssecretaris van Innovatie Henk Bleeker was niet aanwezig bij de regeringsverklaring, en ook uit andere gebeurtenissen blijkt dat innovatieve bedrijven uit Nederland verdwijnen.

Per 1 november sluit de onderzoeksafdeling van het biotech-bedrijf Nobilon in Boxmeer zijn deuren en verlies ik mijn baan. Nobilon was gespecialiseerd in de ontwikkeling van moderne vaccins. De sluiting is een gevolg van de reorganisatie bij het Amerikaanse farmaceutisch moederconcern MSD. Maar de ontmanteling van deze Nederlandse vaccinontwikkelaar past in een trend: het valt samen met de opheffing van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) en met het voornemen van farmaceut Abbott om de vaccin-onderzoeksafdeling in Weesp te sluiten. Honderden kenniswerkers komen op straat, de historisch opgebouwde reputatie in vaccins en de voorsprong in onze technologisch kenniseconomie staan onder druk.

In 2002 werd in de noordpunt van de Peel een “state-of-the-art” fabriek gebouwd, geschikt voor het produceren van nieuwe generatie vaccins. Een klein jong team kreeg van Akzo Nobel de sleutels, geld, ruimte en het vertrouwen om iets nieuws te doen. Op de onderzoeksafdeling startten we met de ontwikkeling van de nieuwe generatie influenzavaccins en geavanceerde vaccins tegen reizigersdiarree en chlamydia. In de ruimte die we kregen maakten we zeker fouten, maar het schakelen kon zo veel sneller en dus bleef de leercurve steil. Verder hebben veel jonge mensen bij Nobilon stage gelopen en hun eerste baan gehad. Fast-forward naar 2010: de onderzoeksgroep bestaat uit veertig mensen, twee gestarte klinische studies en meerdere projecten die klaar zijn voor de kliniek. Tijdens de Mexicaanse griep had Nobilon binnen drie maanden een vaccin gemaakt. Maar belangrijker dan die materialen zijn de kennis en ervaring die werden gecreëerd. Helaas heeft een niet te stoppen golf van globalisatie en twee buitenlandse overnames als resultante dat onze veelbelovende projecten naar de VS worden overgeheveld en de hele onderzoeksgroep wordt ontbonden.

Maar niet alleen bedrijven en laboratoria verdwijnen, ook het vestigingsklimaat in Nederland is onaantrekkelijker dan bijvoorbeeld bij onze zuiderburen. Vlaanderen heeft een veelvoud van biotechnologische start-ups. Ligt dat louter aan belastingvoordeel of zijn er meer factoren? Het positieve nieuws is dat het ministerie van VWS de reden onderzoekt van de krimping van hoogwaardig farmaceutisch onderzoek in Nederland. Daarnaast wordt er aan universiteiten nog altijd op hoog niveau vaccinonderzoek verricht. Maar in toenemende mate zal de verdere ontwikkeling van vaccins (bv. klinische effectiviteitsstudies) zich naar het buitenland verplaatsen. Onnodig, omdat dit werk nog steeds bij uitstek in Nederland kan en moet worden uitgevoerd. Er is ervaring, getraind personeel en we kunnen ‘polderen’. Ik heb gemerkt dat vooral dat laatste een voedingsbodem is om moderne vaccins, die in toenemende mate complex zijn en creatieve en duurzame kenmerken moeten bevatten, te ontwikkelen. Een vaccin moet effectief zijn tegen geduchte ziektemakers, in een brede populatie toepasbaar, zonder bijwerkingen en gemakkelijk te produceren.

Los van uiteindelijke winst voor de mensheid is dit een kans voor Nederland om uit te blinken. We hebben de mensen en de infrastructuur en een kans om te slagen. Lagelonenlanden zijn (nog) niet zo ver. In China echter is duidelijk de keuze gemaakt: hier willen we goed in zijn. Die keuze moet ook in Nederland expliciet gemaakt worden, zodat vaccinontwikkelaars weten: hier moeten we zijn. Zo wordt een kans voor de toekomst gecreëerd.

Dit stuk verscheen ook in de Groene Amsterdammer onder de naam “poldervaccins”, nummer 44 / 04 November 2010