consciousness

Correlatie is geen causatie. Het klinkt als een logische stelling voor de sceptici onder ons, maar het zal u verbazen hoe snel u onbewust (en wellicht onterecht) oorzaken aan gevolgen verbindt puur op grond van het feit dat twee gebeurtenissen kort na elkaar voorkomen. Dat onze hersenen zo makkelijk deze connectie maken hebben we aan onze evolutie te danken. De eigenaar van een brein dat rap consequenties trekt, leert sneller dat hij maar beter van de besjes af kan blijven die hij at voor hij die ongelofelijke buikpijn kreeg, of dat hij moet jagen waar hij hoefafdrukken ziet staan. Een sceptische holenmens komt niet zo ver.

Maar zelfs voor hen die ondanks hun evolutionaire geschiedenis al twijfelend door het leven gaan, heeft het brein nog wat verrassingen in petto. Ook onze eigen cognitieve functies zijn niet zonder meer veilig voor overhaaste oorzaak-gevolg verbindingen. Een voorbeeld: Piet grijpt naar zijn kopje koffie, en neemt een slok. In Piets beleving was het zijn bewuste wil die zijn hand bewoog; zijn besluit de oorzaak – het gevolg: de slok koffie. Toch?

Volgens psycholoog Daniel Wegner, werkzaam aan Harvard University, is dit een illusie. In het afgelopen decennium is hij hard bezig geweest te tornen aan ons begrip van bewustzijn en vrije wil. In 2002 haalde hij met zijn boek “The Illusion of Conscious Will” (“De Illusie van de Bewuste Wil”) de ontastbaarheid van ons bewustzijn onderuit door te stellen dat zowel een actie als onze bewustwording daarvan gevolgen zijn van een onderbewuste oorzaak. In het voorbeeld van Piet is zijn onderbewuste dus verantwoordelijk voor zowel de slok koffie als Piets perceptie dat dit zijn bewuste keuze was. Kortom, zegt Wegner, waar wij denken dat ons bewustzijn de baas is, hobbelt het in werkelijkheid continu achter de feiten aan.

Wegner doet die uitspraken niet zomaar. Hij haalt de conclusies aan van een overvloed aan onderzoeken uit de afgelopen halve eeuw, waaronder een beroemd experiment van Benjamin Libet. Libet vroeg proefpersonen op eigen initiatief hun vinger te bewegen, en mat tegelijk hun hersenactiviteit. Zo kon hij al ongeveer een halve seconde van te voren de vingerbeweging aan zien komen. Toen hij de proefpersonen vroeg om met behulp van een klok het moment vast te stellen waarop ze besloten hun vinger te bewegen, zag hij iets interessants: het moment van deze beslissing viel pas na de eerste zichtbare hersenactiviteit. De ‘bewuste keuze’ volgde dus het daadwerkelijke signaal tot bewegen uit de hersenen.

Ondanks het feit dat Wegners conclusie wellicht voor de bewuste mens als schokkend kan worden ervaren, zorgen zijn ideeën in zijn vakgebied nauwelijks voor controverse. Een enkele protestbrief op zijn boek volgde slechts vanuit filosofische hoek: want wat is precies een illusie? Hoe kunnen we nu echt zeggen of wij een keuze maken of niet? Niet te vergeten, dat wij een bewuste wil ervaren is juist functioneel in de realiteit waarin wij leven. Ons brein vormt vele illusies, die alle tot doel hebben om de wereld in een bruikbare vorm te gieten.

Daar heeft de filosoof een goed punt. Hoezeer het menselijk brein de feiten vervormt, de volgorde van gebeurtenissen vervalst, en zijn eigenaar voor de gek houdt met illusies als ‘vrije wil’ en ‘bewustzijn’ – uiteindelijk is dit in ons eigen belang. Wij zijn slechts toeschouwers in ons eigen hoofd, maar zijn ons daarvan zalig onbewust.

Dit stuk verscheen ook in de Groene Amsterdammer nummer 45 | 10 November 2010

 

Illustratie: ‘Consciousness’, door Yael Beeri op Flickr, met Creative Commons licentie (BY-NC-ND 2.0).