In de afgelopen weken zijn er meerdere ranglijsten verschenen waarin universiteiten wereldwijd beoordeeld zijn op de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Nederland heeft geen top universiteiten maar wel relatief veel in de middenmoot.

Nederland 114e of 5e positie?

Deze ranglijsten ondervinden nogal wat kritiek door de subjectiviteit van de methoden die gebruikt worden. Zo is het lastig te zeggen hoe zwaar het telt om een Nobelprijswinnaar in dienst te hebben ten opzichte van aantal citaten of publicaties, en hoe meet je eigenlijk kwaliteit van onderwijs? Maar door de posities op de rangorde niet te precies te nemen valt er toch een hoop uit op te maken. Een van de meest toonaangevende ranglijsten is de Times Higher Education World University Rankings. Hierin is de hoogst genoteerde Nederlandse universiteit de Technische Universiteit Eindhoven met een 114e plek. Een twijfelachtig resultaat voor een land dat in de eerste regel van het regeerakkoord (weer) de ambitie uitspreekt om bij de top 5 van kenniseconomieën wereldwijd te horen. Maar een wat optimistischere kijk op de lijst laat zien dat Nederland als land op de 5e plaats staat omdat we 10 universiteiten hebben die in de top-200 voorkomen en dat terwijl er in totaal in Nederland maar 14 universiteiten zijn. We hebben geen top universiteiten dus, maar we hebben er wel veel die bij de middenklasse horen. Dat klinkt sterk als een Nederlandse structuur.  De Verenigde Staten staan wel veruit op nummer 1 in deze lijst met 72 universiteiten bij de top-200, maar dit zijn er wel 72 tegenover vele honderden universiteiten die niet bij de top horen.

Promovendi

Een significant verschil tussen de topuniversiteiten en de Nederlandse, is het grote verschil in het aantal promovendi in verhouding tot het aantal studenten. In de Nederlandse structuur zijn universiteiten met name gericht op onderwijs en is het onderzoek  maar een klein deel, in mankracht gemeten dan. Op een topuniversiteit als Harvard zijn twee keer zoveel promovendi als studenten! Daartegenover heeft bijvoorbeeld de Universiteit van Amsterdam maar één promovendus per dertig studenten. Een belangrijk verschil is dat in Nederland een promotieonderzoek aansluit op een masterstudie en in de VS dit volgt op een bachelorstudie. Ondanks dat op de topuniversiteiten de focus meer op zelfstandig onderzoek gericht dan in Nederland  scoren we goed op het gebied van onderzoek. De paar procent promovendi die we wel hebben leveren goed werk af: ze werken zelfstandig, kunnen artikelen schrijven en zijn hoog opgeleid door zowel een master als promotie te hebben gedaan. Wereldwijd staan Nederlandse onderzoekers ook goed bekend en vinden veel promovendi een postdocplek in het buitenland. Bovendien creëert bij Amerikaanse promovendi de druk door de ‘alles of niks’ structuur erg veel stress. Zo wordt onderzoek wat een lange adem vereist sneller opzij gezet omdat er gepresteerd moet worden, en dit kan de kwaliteit van het onderzoek op de lange termijn in de weg zitten.

Egalitaire structuur

Kortom, de kwaliteit van Nederlands onderzoek is goed, gemiddeld genomen. Dit strookt ook met de Nederlandse egalitaire structuur. Het is belangrijk dat we ons realiseren dat er momenteel in Nederland een andere stijl heerst dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Als er gestimuleerd wordt om excellente toponderzoekers aan te trekken kan dat uitsluitend met veel extra geld. In de plannen van het toekomstige kabinet wordt er geen cent extra in onderwijs en onderzoek gestoken. Als het geld dat er is dan ook nog eens naar ‘toptalent’ verschoven wordt, dan zal dat sterk ten koste gaan van de kwaliteit van andere universiteiten. Het klinkt triviaal, maar het is niet mogelijk om en toponderzoekers/universiteiten te hebben, en de kwaliteit die er is vast te houden, en te bezuinigen!

Keuze van stijl

Dit is een keuze van stijl die gemaakt moet worden. Welke stijl beter is wordt met name door smaak bepaald. Feit is wel dat Nederland momenteel aan de ene kant van het spectrum staat en daar ook goed in is. Duitsland heeft 5 jaar geleden besloten een dergelijke omvorming in gang te zetten om meer top onderzoek te genereren op universiteiten en onderzoeksinstituten. Dit ging wel gepaard met in totaal 6 miljard euro extra investeringen in de wetenschapssector over een periode van 5 jaar. Dit zou omgerekend naar aantal inwoners voor Nederland een investering van 1.2 miljard euro zijn!

Kortom, Nederland naar de top (terug)brengen is zeker mogelijk omdat de capaciteit er is, maar vereist veel extra geld. Als het huidige kabinet ten tijde van sterke bezuinigingen niet bereid is extra in onderwijs en wetenschap te investeren, dan is het bewaken van de huidige kwaliteit een betere keuze dan te hervormen naar een ‘alles of niks’ systeem.

Dit stuk verscheen ook op de opinipagina van de Volkskrantsite