Academische Jaarprijs (4): De evolutie van financiële marktenDit artikel is deel 4 in de reeks over de Academische Jaarprijs – een wedstrijd tussen Nederlandse universiteiten en onderzoeksinstellingen voor de beste vertaling van wetenschappelijk onderzoek naar een groot publiek. Vijf teams strijden op 27 oktober tijdens de finale in de Stadsgehoorzaal in Leiden om een prijs van 100.000 euro om hun plannen waar te maken. Op Sciencepalooza meer informatie over de teams, hun onderzoek en hun plannen.

Er bestaan grote verschillen in financiële ontwikkeling tussen samenlevingen. We weten niet hoe dat komt. De economische theorievorming over het belang van financiële ontwikkeling neemt aan dat goedwerkende geldmarkten groei bevorderen, zonder een sluitend bewijs te kunnen leveren of te kunnen verklaren waarom een bepaalde markt goed of slecht presteert. Historisch onderzoek brengt ons een stap verder. Door met behulp van economische theorieën de samenhang tussen financiële ontwikkeling en economische groei in het verleden te bestuderen, leren we hoe specifieke markten werkten, waarom ze zo werkten en wat ze bijdroegen aan economische groei. Die inzichten uit het verleden stimuleren op hun beurt de theorievorming. Economen gebruiken ze graag, maar beschikken zelf niet over de methoden en technieken om historische bronnen op te sporen en de gegevens daaruit tot inzichten te verwerken, dat is bij uitstek het werk van historici.

Sinds het jaar 2000 hebben Oscar Gelderblom en Joost Jonker, die samen het Utrechtse onderzoeksteam Evolutie van Financiële Markten in Vroegmodern Europa leiden, zich met succes toegelegd op het bevorderen van die wisselwerking tussen economie en geschiedenis. Hun eerste gezamenlijke artikel (The Journal of Economic History, 2004) liet zien hoe belangrijk de verhandelbaarheid van effecten voor de vroege Amsterdamse geldmarkt was. Dit artikel kreeg van de redactie de Arthur H. Cole Prize prijs voor het beste artikel in die jaargang en behoort sindsdien tot de meest gedownloade artikelen van het tijdschrift. Daarna onderzochten ze verschillende aspecten van de Amsterdamse geldmarkt tijdens de Gouden Eeuw: het gebruik van derivaten (2005), institutionele beleggers (2009), het uitblijven van een crisis in 1720 (2010), de afwijkende ondernemingsvorm van de VOC (ter perse) en de overheidsschuld van Holland (ter perse). Telkens bleek dat de organisatie van de financiële markt sterk werd bepaald door lokale omstandigheden: economische kansen, sociale structuren, politieke verhoudingen. Die factoren bepalen de mate waarin financiële markten kunnen bijdragen tot economische groei.

Momenteel onderzoeken we welke van die lokale factoren nu de evolutie van financiële markten bepaalden door een vergelijking te maken tussen twee gebieden. Onder Karel V kregen de Habsburgse Nederlanden een hoge mate van eenheid, maar na de Opstand tegen Spanje (1568) vielen ze uiteen. Het noordelijke deel, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, splitste zich af en beleefde eerst een Gouden Eeuw van ongehoorde economische groei om vervolgens op een hoog niveau te stagneren. Het zuidelijke deel bleef bij Spanje, raakte economisch in de versukkeling, maar zette aan het einde van de achttiende eeuw wel als één der eerste landen de stap naar industrialisatie. Rond 1550 vertoonden beide gebieden nog sterke overeenkomsten op sociaal, politiek, juridisch en economisch gebied; tegen 1800 overheersten de verschillen.

Om erachter te komen in hoeverre deze verschillen gevolgen hadden voor financiële markten, onderzoeken we concrete financiële markten in verschillende delen van beide landen en koppelen deze aan de lokale omstandigheden. We reconstrueren hoe mensen betaalden, spaarden, leenden en verzekerden, wat dat kostte, hoe die handelingen en de prijzen daarvan veranderden door de tijd, en waarom. Daarnaast kijken we, hoe diep die markten doordrongen in de bevolking: welke sociale groepen hadden wanneer toegang tot welke producten en op welke voorwaarden? Op die manier kunnen we nauwkeurig in kaart brengen hoe financiële markten evolueerden en hoe die markten zich verhielden tot de economische ontwikkeling. Met die inzichten kan de theorievorming over het verband tussen financiële markten en economische groei weer verder.

Voor de Academische Jaarprijs maken de Utrechtse economisch historici Oscar Gelderblom en Joost Jonker met hun team het Spel van de Gouden Eeuw. Een van de studenten in het team, Ruben Schalk, vond onlangs in Enkhuizen het oudste aandeel ter wereld. Als je meer weer wilt weten over ons onderzoek naar de VOC, bekijk dan dit filmpje. En STEM HIER voor de AJP Publieksprijs.