louisefresco

Naast begenadigd schrijfster en eye-opening columnist bij de NRC, is Louise Fresco vooral een autoriteit op het gebied van voedsel, landbouw en duurzaamheid. Met een meer dan indrukwekkend CV op haar naam is ze nu hoogleraar aan de UvA, waar ze focust op de grondslagen van duurzame ontwikkeling in internationaal perspectief. Hiernaast is ze (onder meer) verbonden aan de Universiteit Wageningen, de UN University in Tokyo, en Stanford. Ook bekleedt ze een tal van functies buiten de academische wereld. Vorig jaar gaf ze een lezing op het TED congres in Palm Springs over het voeden van de wereldbevolking; deze lezing (een aanrader!) is onderaan deze pagina volledig te bekijken.

Als (voorlopige) afsluiter van onze themaserie over “Voedsel van de Toekomst” spraken we met haar, over duurzaamheid, de verantwoordelijkheden van overheid, supermarkt en consument, en ons besef van voedsel.

. . .

In een interview met de Volkskrant uit 2006 zei u dat u met uw aanstelling in Amsterdam een antwoord wilde zoeken op de vraag of duurzaamheid een zinvol begrip is. Heeft u dit al gevonden?
Ik ben daar nog steeds veel over aan het nadenken, en ik kom tot de conclusie dat duurzaamheid niet een absoluut begrip is. Het is relatief, het ontwikkelt zich naarmate wij meer weten. We moeten ons dus ook richten op verbeteringen die de goede kant uit gaan, in plaats van op een soort absoluut gebod of verbod. Ik bepaal het vooral aan de hand van grotere efficiëntie in productieprocessen: meer output van dezelfde input, of minder input voor dezelfde output. Efficiëntie in het productieproces is één kernbegrip van duurzaamheid. Een ander is het hergebruiken van grondstoffen, inclusief energie. Ik denk dat je met die twee dimensies heel goed de goede kant op kunt komen zonder dat je je hoeft te buigen over hele ingewikkelde filosofische begrippen waar de meeste mensen niet veel mee kunnen. Mijn conclusie is: laten we doorgaan met de filosofie, maar laten we het ook concreet maken, en via die begrippen kan ik het hanteerbaar maken.

In een duurzame samenleving, wat is de rol van de consument, en wat is de verantwoordelijkheid van de overheid?
Je kunt dit misschien het best uitleggen aan de hand van iets simpels, zoals brood. De overheid bakt geen brood. De overheid consumeert ook geen brood. Maar de overheid stelt wel vast wat de minimumeisen zijn die we aan brood moeten stellen, dat zijn nu eisen als dat er geen gifstoffen in mogen zitten, dat het zoveel moet wegen, enzovoorts. Maar je kunt je voorstellen dat bij bepaalde producten de overheid ook heel duidelijk duurzaamheid als minimumeisen gaat stellen. Ook zou de overheid bijvoorbeeld fiscale voordelen kunnen geven, zoals het btw tarief verlagen voor die dingen die met duurzame energie geproduceerd zijn.

Dus dan zou de overheid in kunnen spelen op de marktwerking, waar vervolgens de consument invloed op heeft?
Inderdaad. Dat is de rol van de overheid, en die heeft een aantal instrumenten, zoals wetgeving, voorlichting en fiscale mogelijkheden, om bepaalde dingen te stimuleren en andere te ontmoedigen. De tweede pijler in dit geheel is natuurlijk het bedrijfsleven. In mijn voorbeeld zijn dit de bakkers, maar ook de boeren die het graan produceren, de bedrijven die het graan tot meel malen, en de supermarkten die het distribueren. Daar ontstaat op dit moment veel meer bewustzijn van het belang van duurzaam produceren. Het blijkt dat de sector ook afspraken maakt over bijvoorbeeld hoe ze omgaan met labels, zodat voor de consumenten ook duidelijk is wat ze eigenlijk kopen. Waar iets vandaan komt, hoe het geproduceerd is en wat er in zit. Dat is nog lang niet altijd duidelijk. Je kunt natuurlijk zeggen – en dan kom ik op mijn derde pijler, de consument – ja, die consument wil dat toch allemaal niet weten. De consument die de labels leest dat is een consument die eigenlijk alles al weet. Toch denk ik dat je naar een situatie toe moet waar zoveel mogelijk informatie duidelijk is voor mensen. Als mensen het niet willen zien is er in ieder geval niet het excuus dat het er niet op staat. De consument moet ook proberen om niet meer te kopen dan nodig is, en ook niet weg te gooien wat onnodig is. We gooien nog steeds ontzettend veel voedsel weg, en duurzaam consumeren is niet alleen maar producten kopen die duurzaam geproduceerd zijn, maar ook duurzaam inkopen. Dus niet te veel en niet te vaak.

Als je vraagt, “Wat is wiens verantwoordelijkheid?”, dan heb je het over heel veel handelingen, en heel veel regels, op een heel groot terrein. Je zou je eigenlijk kunnen bedenken, en dat probeer ik ook te stimuleren in Den Haag, dat je toch toegaat naar een algemene wetgeving over duurzaamheid. Een soort kaderwet, waarin je zegt dat duurzaamheid een leidraad zou moeten vormen. Wat we nu in Nederland hebben is dat er heel veel tegenstrijdigheden zijn in subsidieregelingen, wat mag en niet mag – soms mogen dingen die duurzaamheid bevorderen weer niet. Het zou heel goed zijn om eens te kijken naar een kaderwet – ik heb wel eens provocerend gezegd, “Misschien moet je gewoon toe naar een ministerie van duurzaamheid.” Dat ligt natuurlijk niet helemaal voor de hand, maar dat je probeert het op een hoog niveau in het kabinet te verankeren, dat lijkt mij belangrijk.

Wat betreft de labels van voedsel in de supermarkten zegt u dat er heel veel ontbreekt op een verpakking. Uit eigen ervaring weet ik dat veel van de keurmerken die er zijn juist heel misleidend kunnen zijn. Hoe kan de consument de juiste keuzes maken?
Ik denk ook dat er niet altijd een goede keuze is, want het is een afweging van ongelijksoortige dingen. Het gaat mij er ook niet om dat de ene keuze goed is en de andere slecht, maar de algemene trend van de consumptie is belangrijk. Een goed voorbeeld hier zijn tomaten. Nederlandse tomaten uit de kas zijn energetisch minder belastend dan tomaten die we uit Spanje importeren. Maar tomaten die we uit Marokko halen hebben als voordeel dat ze daar werkgelegenheid, en dus inkomen bieden, waardoor boeren ook weer kunnen investeren in hun land en geen roofbouw plegen. En ja, moet je dat dan voorkeur geven? Wat is uiteindelijk je doel? Er is niet één doel wat alles dekt, duurzaamheid gaat eigenlijk, als je het wiskundig zou willen uitdrukken, over het optimaliseren op veel verschillende parameters.

Wat moet er dan op een label gezet worden?
Ik ben betrokken bij discussies met het bedrijfsleven, en hoewel het de goede kant op gaat is het heel duidelijk dat je nooit alles op zo’n label krijgt. Dan zou je het hele pakje moeten volzetten – en dan nog. Maar wat belangrijk is, is dat de consument met besef kiest. Er is niets tegen als je bijvoorbeeld een keer zegt voor een speciale gelegenheid, “Ik wil nu aardbeien uit Chili eten.” Maar je moet wel beseffen dat het heel uitzonderlijk is dat je ze krijgt buiten het seizoen, en dat ze van zo ver komen.

Maar als de consument bewust kiest dan gaan ook onderbuikgevoelens een rol spelen, zoals een afkeer van genetisch gemanipuleerd voedsel, terwijl dat op zich heel veel problemen zou kunnen oplossen.
Er zijn heel veel misverstanden over voedsel. Dat heb ik ook in mijn TED talk gezegd, en als je kijkt naar de reacties zie je hoeveel onduidelijkheden er zijn over wat voedsel eigenlijk is. Wat betreft genetische manipulatie, om allerlei redenen is dat in Europa heel erg misgegaan. Iedere bioloog weet dat er wel een zekere mate van risico is, maar dat is gezien de ervaringen tot nu toe heel erg beperkt. Ik denk dat dit op den duur wel goed kan komen, als je maar aan de consument kunt uitleggen waarvoor je het doet. Als het gaat om de verbetering van kwaliteit, van bewaarbaarheid, misschien zelfs van geneesmiddelen, dan denk ik dat de consument langzaam maar zeker omgaat. Hoewel je geen genetische manipulatie nodig hebt in mijn visie om de wereldbevolking te voeden als het gaat om de kwantiteit, kan het op bepaalde plekken wel een oplossing bieden. Het gaat er uiteindelijk om wat precies het doel is.

Wat denkt u dat de allergrootste misvatting is over voedsel bij de Westerse consument?
De allergrootste misvatting is dat mensen geen besef hebben van hoe bijzonder het is dat wij in zoveel overvloed voedsel voor een zo lage prijs kunnen krijgen. Dat is evolutionair gezien zo uitzonderlijk. Onze cultuur, onze voedingsgewoonten zijn allemaal ingesteld op schaarste, en dat is ook een van de verklaringen waarom wij zoveel moeite hebben met het matigen van onze voedselinname. Het is heel erg goedkoop, het is overal beschikbaar in het Westen, en het gevolg is dat we dus letterlijk te veel eten en van alles te veel consumeren. Onze evolutie is eigenlijk een hele andere, en het is zo uitzonderlijk dat niemand in het Westen van de honger hoeft om te komen. Mensen hebben dat historische besef volledig verloren.

. . .

Meer zien of lezen van Louise Fresco? Ga naar haar website, bekijk eens dit webcollege over het eten van vlees en vis, of lees haar columns in de NRC. Aanraders zijn (o.a.):
- “Baden in weelde”
- “Kunstkalkoen uit algen of lupines”
- “Tussen groene dromen en daden staan groene wetten”

De lezing die ze gaf op het TED congres in Palm Springs in 2009: