Met een stijgende wereldpopulatie en een beperkt landoppervlak kan de wereld niet gevoed worden. De oceaan biedt uitkomst met mogelijkheden voor duurzame exploitatie van zeewier- en visteelt, in een zeeboerderij.

Onze wereldpopulatie blijft groeien, maar het landoppervlak waarop voedsel verbouwd kan worden, is beperkt. Hiernaast zorgt een stijgende welvaart voor groei in de behoefte aan vlees en vleesproducten. Voor de productie van dierlijk eiwit is zes tot acht keer zoveel plantaardig eiwit – en dus een nog groter oppervlak – nodig. Als we op een duurzame manier ons voedsel willen verbouwen, is het landoppervlak waarop voedsel verbouwd kan worden simpelweg niet voldoende. Het aardoppervlak bestaat echter voor slechts 30% uit land. Wat is er mogelijk met de overgebleven 70%, de oceanen?

Vis in een kooi
Met name de viskwekerij maakt handig gebruik van de ruimte van de zee door de vis in kooien op de open oceaan te kweken, waar oceaanstromingen vuil en overtollig voedsel meteen af kunnen voeren. Onder die omstandigheden neemt de kans op ziektes ook flink af, en hoeft dus aanzienlijk minder antibiotica gebruikt te worden.

Toch komt voedsel voor deze kweekvis alsnog van het land, of zelfs uit een leeggeviste zee. Deze methode drijft bovendien op een grote misvatting: de oceanen zijn geen zwarte gaten waar vervuiling voorgoed verdwijnt. Uit die viskweek, en ook uit de reguliere landbouw, verdwijnen grote hoeveelheden mest en overtollig voedsel in oppervlaktewateren en oceaan, waar ze een kettingreactie van ontregeling veroorzaken. De oplossing is te vinden op een lager niveau van de mariene voedselpiramide: de planten.

Zeeboerderij
Onderzoek aan de Universiteit Wageningen laat zien dat de ‘zeesla’ (de alg Ulva) uiterst efficiënt is in de opname van fosfor en stikstof. Deze stoffen zijn onontbeerlijk in de landbouw, maar worden grotendeels weggespoeld naar het zeewater. Grootschalige kweek van algen kan er dus voor zorgen dat deze stoffen opnieuw gebruikt kunnen worden voor de bemesting van landbouwgrond, in plaats van problemen te veroorzaken in de oceanen.

Deze oplossing heeft nog meer voordelen: in plaats van landplanten zouden algen ook een belangrijke rol kunnen vervullen als eiwitvoorziening van de toekomst. Onder leiding van Willem Brandenburg (Plant Research International/IMARES) wordt in Wageningen gewerkt aan de technologie om duurzaam en op grote schaal wieren te kweken in een zogenaamde ‘zeeboerderij’. Behalve zeesla op ons bord zijn er vele andere mogelijke bestemmingen voor de oogst, zoals veevoer, en het maken van plantaardige bindmiddelen en andere hulpstoffen. Hiernaast zijn algen een geschikte biomassa voor de opwekking van energie.

Gemengde teelt
Algenkweek vindt nu al plaats in landen als Japan en China. Echter, veel van die kweek moet apart worden bemest, en is erg arbeidsintensief. Bovendien wordt het wier gekweekt in slechts één laag, en zijn er dus grote oppervlaktes nodig voor een relatief kleine opbrengst

Het moet efficiënter kunnen, en daar werkt men in Wageningen aan. Sinds 2009 wordt in het Oosterscheldegebied geëxperimenteerd met gemengde zeewierteelt op een drijvend vlot. Door verschillende lagen zeewier onder elkaar te kweken zou gebruik gemaakt kunnen worden van de lichtval in het water, en de opname van verschillende stoffen door verschillende wieren. Ook legt IMARES contacten met viskwekers om de zeeboerderij uit te breiden met “vee”. Daarin is diversiteit net zo belangrijk: de combinatie van schelpdieren en verschillende vissoorten kan zorgen voor een systeem waarmee bemesting en vervuiling teruggebracht worden tot een minimum. Wat de vis uitscheidt, gebruikt de alg als voedsel. De circulatie van stoffen binnen de zeeboerderij is precies wat het duurzaam maakt.

In een toekomst waarin we een groeiende wereldpopulatie willen blijven voeden is de zeeboerderij onontbeerlijk. Wen er dus maar alvast aan, de zeekoeburger met een blaadje zeesla.

Lekker, van de zeeboer.

Met veel dank aan dr. dr. ir. Vincent van Ginneken.
Dit stuk verscheen ook op de opiniepagina van de Volkskrantsite.