QR-code“In het jaar 2000 verplaatst iedereen zich in vervoermiddelen sneller dan de snelheid van geluid. Kanker is bijna volledig uitgebannen, en de gemiddelde levensverwachting is 85 tot 90 jaar. Wie een verplicht pensioen bij een leeftijd van 65 voorstelt, wordt pontificaal uitgelachen.” Wetenschappers doen nogal eens voorspellingen over de toekomst van hun vakgebied. Dat is riskant: wat als ze zulke toekomstmuziek niet kunnen waarmaken? Toch kunnen ze niet anders. Men vraagt ze te verantwoorden waar hun onderzoek goed voor is. En dan ga je als wetenschapper optimistische voorspellingen doen.

Het citaat aan het begin van dit artikel is afkomstig uit een transcript van een serie lezingen gegeven ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van NASA in 1983, te vinden op NASA’s website.Wetenschapsjournalist Jules Bergman voorspelde toen dat we ons ruim 25 jaar later zouden verplaatsen door middel van supersonisch transport, en dat de strijd tegen kanker bijna gewonnen zou zijn.

Nog steeds doen wetenschappers voorspellingen over de technologie van de toekomst, en over kankeronderzoek. Dit leidt soms tot zeer gewaagde beloftes, vindt KWF Kankerbestrijding. Een krantenkop zoals “Kanker over tien jaar chronische ziekte” is volgens KWF bijvoorbeeld wel erg optimistisch.

Van lab tot behandeling

KWF waarschuwt voor het vertekende beeld dat kankerpatiënten kunnen krijgen van te optimistische krantenkoppen. Wat betreft het kankeronderzoek bevestigt KWF wel dat er de laatste tijd inderdaad veel vooruitgang is geboekt. Met behulp van nieuwe technieken kan vooral fundamenteel onderzoek tegenwoordig veel sneller gaan. Maar men moet goed beseffen dat het zeker tien jaar kan duren voor een ontdekking in het lab zich vertaalt naar een behandeling voor de patiënt.

“Medicijn tegen kanker stap dichterbij” is niet meteen een incorrecte krantenkop: er is dan inderdaad weer een stap vooruit gedaan in het kankeronderzoek. Het is echter voor patiënten moeilijk in te schatten hoe dichtbij dat medicijn nu precies is, en hoe groot de stap er naartoe. Daar komt bij dat er in de kranten overwegend weinig negatieve berichten over kanker verschijnen, schrijft de NRC. Uit een steekproef van kranten- en tijdschriftartikelen tussen 2005 en 2007 bleek dat journalisten een onrealistisch beeld schetsen, waardoor patiënten een verkeerde verwachting hebben.

Opschepperij

Het lijkt misschien opschepperij als een wetenschapper zegt dat zijn onderzoek ons een stap dichterbij een geneesmiddel voor kanker brengt. Of dat hij een cruciale ontdekking heeft gedaan waardoor we over een aantal jaren eindelijk die supersnelle kwantumcomputers zullen hebben, die vele malen sneller zijn dan de huidige computers. Zelfs het meest fundamentele onderzoek belooft wel een toepassing, of dat nou direct het redden van mensenlevens is, of een abstractere toepassing binnen het vakgebied.

Natuurlijk houden wetenschappers ervan te fantaseren over wat hun onderzoek voor geweldige implicaties kan hebben. Maar het wordt hen ook uitgebreid gevraagd. Niet alleen zoals men dat in 1983 bij NASA deed (‘fantaseer eens over de toekomst?’), maar ook door de maatschappij (‘waar is jouw onderzoek nou helemaal goed voor?’). Voor elk onderzoek is geld nodig, waarvoor een wetenschapper een aanvraag moet indienen. Om onderzoek te kunnen doen moet een wetenschapper wel beloven dat zijn onderzoek écht de moeite waard is. En dus schetst hij een optimistisch beeld van de mogelijke toepassingen. Wat vervolgens door de media gretig wordt benadrukt.

Het is nu eenmaal handig om te zeggen dat je onderzoek een stap is in de richting van een heuse werkende kwantumcomputer. Of een medicijn tegen aids, of kanker. Want als onderzoeksgeld verdeeld moet worden, wat klinkt er dan beter dan een onderzoek dat uiteindelijk mensenlevens zal kunnen redden?

Dit stuk verscheen ook op de Opiniepagina van de Volkskrantsite