De vraag intrigeert al sinds mensenheugenis, hij hield Aristoteles ook al bezig. Deze zei eens, vrij vertaald: “Als er een eerste mens was, dan werd deze – in strijd met alle natuurwetten – geboren zonder vader en moeder. Want er kan geen eerste ei zijn geweest waar een vogel uitkwam, of er moet ook een eerste vogel zijn geweest die een ei legde; want een vogel komt uit een ei.” Maar meer dan een gedachte-experiment is het niet. En dat heeft alles te maken met het feit dat soortvorming een geleidelijk proces is. Het is dus onduidelijk wanneer de kip als soort precies ontstond. En of het ei daarbij eerder was dan de kip, tja…

De kip…
Toch was daar vorige week ineens het antwoord. In de meest vooraanstaande bladen en populaire wetenschappelijke blogs was te lezen dat ovocleidin-17, een eiwit dat uitsluitend voorkomt in de eierstokken van kippen, nodig is voor het maken van de eierschaal. En daarom, zo werd geredeneerd, kan een ei alleen bestaan indien het gemaakt is door een kip. Probleem opgelost: de kip was er eerst. Maar die conclusie werd iets te makkelijk getrokken.

In de studie waar deze hype uit voortgekomen is, waren de onderzoekers helemaal niet op zoek naar het antwoord op de vraag wat er eerst was, de kip of het ei. Ze waren geïnteresseerd in de vorming van de eierschaal. Op zichzelf ook een interessant fenomeen want een kippenei groeit de schaal om zichzelf heen in een proces dat lijkt op de groei van botten en schelpen. Het ei wordt in eerste instantie alleen omgeven door een membraan waar op regelmatige afstand van elkaar eiwitten opzitten. Die dienen als hechtingspunt voor de afzetting van het kalk dat uiteindelijk de eierschaal vormt. Het was al langere tijd bekend dat ovocleidin-17 hier een rol bij speelt, maar de onderzoekers hebben nu heel mooi laten zien hoe dit eiwit als een katalysator fungeert bij de vorming van calciumkristallen.

Hoewel interessant, bewijst dit onderzoek allerminst dat de kip er eerder was dan het ei. Want ook al komt ovocleidin-17 alleen maar voor in de eierstokken van kippen, soortgelijke eiwitten vinden we overal in het dierenrijk. En calcium binden kunnen ze allemaal. Zonder ovocleidin-17 kunnen er dus ook behoorlijke eieren geproduceerd worden. Reptielen bijvoorbeeld, de voorgangers van de vogels, legden ook al eieren. En de eerste kip die het eiwit verwierf dat we nu ovocleidin-17 noemen (door mutatie van een ander calciumbindend eiwit), kroop ook al uit een ei.

…of het ei?
Dus was het ei er dan eerder? In 2006 werd het pleit inderdaad al eens beslecht in het voordeel van het ei. Toen door een onderzoeksteam bestaande uit een geneticus, een filosoof en een kippenboer. Omdat, zo redeneerden zij, het genetisch materiaal van een organisme niet (of nauwelijks) verandert tijdens de ontwikkeling, moet de vogel die geëvolueerd is tot onze huis-tuin-en-keuken-kip, eerst als ei hebben bestaan. Of dat ei ook gelegd werd door een kip doet er volgens deze ‘eggsperts’ niet zoveel toe. Als uit een ei een kip kruipt dan was het een kippenei en dan was het ei er dus eerder dan de kip, zo luidde het betoog.

Soortvorming
Hieraan ten grondslag ligt de wetenschap dat de genetische veranderingen die leiden tot de vorming van een nieuwe soort, plaatsvinden tijdens de vorming van geslachtscellen. Dus strikt genomen hebben de eggsperts gelijk. Maar soortvorming is een langzaam proces: we weten allemaal dat een dinosaurus geen kippenei legt. Het dier dat het eerste kippenei legde leek al in heel veel opzichten op een kip, zoveel is zeker. Het is dus moeilijk om ergens een grens te trekken en te bepalen wanneer de kip zoals we hem nu kennen precies is ontstaan. Laat staan dat we ooit onderscheid kunnen maken tussen de kip en het ei.

Dus met veel sympathie voor de redenering van de eggsperts, moet ik hier toch ook afstand nemen van hun conclusie. De kip of het ei, het blijft onopgelost. Maar zo was het raadsel ook bedoeld. Als food for thought.

Dit stuk verscheen ook op de opiniepagina van de Volkskrantsite.