Sommigen denken het te kunnen vergelijken met onze oer-Hollandse variant (rauwe haring met uitjes) maar er schijnt toch echt niets boven blauwvintonijn sushi te gaan. Ik schrijf ‘schijnt’, want ik geloof niet dat ik het ooit heb mogen proberen en zal het ook waarschijnlijk nooit meer met goed fatsoen kunnen bestellen.

De blauwvintonijn staat op uitsterven. Voor Greenpeace is bescherming onderhand een prioriteit geworden maar door het gemis van de aaibaarheidsfactor van walvissen is succes niet vanzelfsprekend. Evengoed komt de tonijn steeds vaker in het nieuws. De New York Times publiceerde afgelopen weekend in hun magazine  een 9 pagina tellend artikel over de tonijn en vandaag heeft de NOS site de tonijn ook in haar vizier.

Een zin in het NOS stuk greep m’n aandacht, het was ook gelijk het meest positieve nieuws in het stuk. Wetenschappers in Japan, zo schrijft de NOS, is het nagenoeg gelukt om blauwvintonijn te fokken, daardoor zou er minder van de wilde variant gevangen hoeven te worden om toch aan de alsmaar toenemende vraag te kunnen voldoen. Wat de NOS niet noemt is dat voor het kweken van iedere kilogram tonijn 15 kg voedsel nodig is. Ik vraag me af of die verhouding nu wel echt een duurzame oplossing voor het probleem is.