Een paar weken geleden was ik samen met drie collega’s mieren verzamelen in New York (State, vlakbij Albany). Het was een goed moment om nog eens te kijken naar de resultaten van vorig jaar, toen we in New York en in West-Virginia waren. We onderzoeken slavenhoudende mieren (zie ook deze post). Het gaat om twee soorten. Eén soort is de slavenhouder, zij kunnen niet overleven zonder slaven. De andere soort wordt als slaaf gebruikt door de slavenhoudende soort. Iedere zomer gaan de slavenhoudende mieren op slavenjacht en roven ze jongen uit de nesten van de andere soort mier. De mieren die geroofd zijn groeien op in het verkeerde nest werken dan de rest van hun leven voor de slavenhoudende koningin! Eén van de vragen die we ons stelden was: hoe ver lopen de slavenhoudende mieren om slaven te roven?



De mieren waar het om gaat leven in eikels, of soms in takjes. Hier zie je zo’n mierennest. Het is nog niet zo makkelijk zo’n nest te fotograferen. Zodra je het openmaakt beginnen de mieren als een gek hun broed uit het nest te halen om het in veiligheid te brengen. Je ziet bijvoorbeeld, op 12 uur, een mier (onscherp) die een pop uit het nest heeft gehaald.
(Foto: Andreas Gros)

In West-Virginia besloten we een kort filmpje op te nemen, speciaal voor Sciencepalooza, om uit te leggen wat we aan het doen waren:

Nu, bijna een jaar later hebben we de eerste resultaten binnen. We weten nu van vijf slavenhoudernesten van hoe ver weg ze hun slaven geroofd hebben. Een deel van de slaven in het nest van de slavenhouder was genetisch identiek met mieren die we “vrijlevend” in een ander nest vonden. We denken dat het gaat om nesten waar (een deel van) het broed geroofd is, maar waar volwassen dieren de rooftocht hebben overleefd. De gemiddelde afstand tussen de “overlevers” en de slavenhouders was 1.30 meter. Dat zou kunnen betekenen dat de slavenhouders 1.30 meter zijn gelopen om slaven te roven. Hier zie je plattegrondjes van twee plots, met daarin in het rood de nesten van de slavenhouders en in het zwart de nesten van de slaven-soort. De “overlevers” zijn met een groene lijn verbonden aan het nest waar hun geroofde familieleden leven.

We hebben nog lang niet alle gegevens. Maar het is toch leuk om te zien dat we in ieder geval een paar overlevers hebben kunnen identificeren!

Aan één probleem hadden we vorig jaar niet gedacht: de mieren kunnen ook verhuizen. En de kans is groot dat juist die mieren waarvan de jongen geroofd zijn een stukje verderop gaan wonen. Als wij dus een afstand van 1.30 meter vinden, kan dat dus best een stukje verder zijn dan de afstand die de slavenhouders aflegden voor hun rooftocht. In één geval vonden we een overleversnest 34 centimeter van de slavenhouders! Die mieren spelen met vuur!!