Sara Schaafsma, van de Universiteit van Groningen, deed drie maanden lang onderzoek in Nieuw Guinea. Ik (Pleuni) had allerlei vragen dus vroeg ik of ik haar per chat mocht interviewen. Hier is het verslag:

Pleuni: Hoi Sara!

Sara: Hoi Pleuni! Kom maar op met die vragen ;-)

Pleuni: Goed! Je werkt als promovendus in Groningen, toch?

Sara: Ja klopt, bij gedragsbiologie.

Pleuni: Aan vissen, of heb ik dat fout onthouden?

Sara: Nee, klopt ook. Het gaat om gedrag en hersenlateralisatie bij vissen.

Pleuni: Kun je nog even kort vertellen wat hersenlateralisatie betekent?

Sara: Lateralisatie is de ongelijke verdeling van functies over de hersenhelften.

Pleuni: Ok, dus dat ik voor het ene de linkerhelft gebruik en voor de andere de rechter?

Sara: Ja, inderdaad. Met het klassieke voorbeeld van taal. Het taalcentrum zit bij de meeste mensen grotendeels in de linker hersenhelft. Het idee is dat het verwerken van informatie dan sneller gaat, omdat er minder communicatie nodig is tussen de hersenhelften.

Pleuni: Omdat dingen dichter bij elkaar zitten?

Sara: Ja precies.

Pleuni: Ok, dat lijkt me logisch. En je werk in Nieuw Guinea?

Het voordeel van linkshandigheid

Sara: Daar ging het ook om hersenlateralisatie, maar dan bij mensen. Hersenlateralisatie binnen een individu is vrij logisch. Maar je ziet dat er ook lateralisatie op populatie niveau is.

Pleuni: Hoe bedoel je?

Sara: Links- of rechtshandigheid is een uiting van lateralisatie in de hersenen. Het is logisch dat iemand of links of rechts is. Maar waarom zijn bijna alle mensen rechts?

Pleuni: Toeval?

Sara: Ja dat zou kunnen, en die mogelijkheid staat ook nog zeker open. Maar er zijn ondertussen erg veel onderzoeken die aantonen dat linkshandigen meer kans hebben om ziektes te krijgen.

Pleuni: Echt?

Sara: Ja, linkshandigen hebben meer kans op autisme, schizofrenie, laag geboortegewicht. Nou ja, van alles.

Pleuni: Maar waarom zijn er dan toch nog linkshandigen?

Sara:Precies, dat is de grote vraag. Er is een mooie theorie van Charlotte Faurie en consorten. Zij stelden voor dat het zou kunnen liggen aan grotere winkansen bij gevechten. Als de meerderheid rechtshandig is, heb je een voordeel als je linkshandig bent – omdat niemand gewend is tegen linkshandigen te vechten. Er is dus een frequentie-afhankelijk voordeel.

Pleuni: Ok, klinkt logisch.

Sara: Wat je bijvoorbeeld ziet is dat je bij de meeste sporten een gewone links-rechts verhouding hebt. Er zijn net zoveel linkshandigen onder de sporters als in de rest van de bevolking. Maar als je gaat kijken naar bepaalde vechtsporten dan zie je daar veel meer linkshandigen in de top.

Pleuni: Zoals boksen?

Sara: Ja, zoals boksen inderdaad. Daar kan het bijna oplopen tot 50% linkshandigen. Faurie en anderen hebben gekeken bij vechtsporten, maar zij heeft ook foto’s geanalyseerd van mensen in de samenleving waar wij nu naar toe zijn geweest in Nieuw Guinea.

Pleuni: Om te kijken hoeveel mensen links- of rechtshandig zijn?

Sara: Ja, en zij vonden wel rond de 25% linkshandigheid in deze samenleving.

Pleuni: En dat is veel …

Sara: Dat is heel erg veel, in de meeste samenlevingen is het rond de 10%. Dat hoge percentage zou verklaard worden doordat daar vechten nog zo belangrijk zou zijn, het frequentie-afhankelijke voordeel zou dus nog groter zijn.

Pleuni: Dat snap ik. Als je veel vecht heb je een voordeel als je links bent, terwijl je als je nooit vecht beter rechts kunt zijn want dan heb je minder kans op ziektes.

Sara interviewt man (foto: Alex Verkade).

Evenwicht

Pleuni: Dus jullie gingen dat ter plaatse bekijken, of het echt 25% is?

Sara: Ja, dat gingen wij checken, maar dat niet alleen. Wij wilden ook kijken naar andere ‘fitnessmaten’ – of links- of rechthandigen meer kinderen hebben bijvoorbeeld. En als je bij mensen iets met fitness wil doen dan moet je natuurlijk eigenlijk naar een samenleving waar gezondheidszorg en voorbehoedsmiddelen zo goed als afwezig zijn.

Pleuni: En wat was de verwachting?

Sara: Als eerste dus dat we veel linkshandigen zouden tegenkomen, maar ook de mogelijkheid dat links- en rechtshandigen anders scoren op fitness maten.

Pleuni: Rechtshandigen zouden beter scoren?

Sara: Rechthandigen beter in de algehele gezondheid , maar het zou kunnen dat bijvoorbeeld linkshandigen hoger in aanzien staan.

Pleuni: Waarom zouden ze meer aanzien hebben?

Sara: Omdat ze beter in vechten zijn.

Pleuni: Oja ;-)

Sara: Het zou daarom kunnen dat linkshandigen dus meer kinderen krijgen, waarvan er relatief veel overlijden, omdat ze gemiddeld minder gezond zijn, zodat de hoeveelheid overlevende kinderen tussen links- en rechthandigen uiteindelijk gelijk zou blijven.

Pleuni: … en we een evenwicht hebben?

Sara: Ja, inderdaad. Want uiteindelijk moet de ene het natuurlijk niet beter doen dan de ander, anders zou links- of rechtshandigheid al uitgestorven zijn.

Meten

Pleuni: Hoe hebben jullie lateralisatie gemeten?

Sara: We hebben de mensen een aantal taken te laten uitvoeren, een rondje op de grond tekenen met een stok, een klein kraaltje oppakken, dat soort dingen, en dan gewoon kijken of ze dat met links of rechts doen.

Sara: We hebben ook nog lateralisatie gemeten door ze taken met links en rechts te laten uitvoeren.

We hebben ze op een doel laten gooien met een bal, met links en rechts. We hadden ook een taak om de snelheid van de handen te meten: zo snel mogelijk een aantal kleine pieletjes in gaatjes zetten. En we hadden een handkracht-meter mee.

Pleuni: Hadden jullie een tolk?

Sara: Ja, we hadden een tolk uit het dorp daar, van Indonesisch naar de lokale taal, die door een paar honderd mensen wordt gesproken.

Pleuni: En iemand van jullie sprak Indonesisch?

Sara: Ja, Reint Geuze, een onderzoeker van psychologie, die samen met mij daar zat en ik hebben hard Indonesisch geleerd, en dat ging best aardig.

Vrouw gooit bal (foto: Alex Verkade).

Een reus van een man van 1.68 m

Pleuni: En hoe hebben jullie fitness gemeten? Gewoon vragen hoeveel kinderen ze hebben?

Sara: Ja, gevraagd inderdaad. Aan de persoon zelf, de ouders en de kinderen. Maar ook hebben we hun lengte gemeten en hun gewicht. Waren ze razend nieuwsgierig naar.

Pleuni: Naar hun lengte en gewicht?

Sara: Jep.

Pleuni: Ze zijn klein, toch?

Sara: Ze zijn heeeeeeeeeeeel klein!

Pleuni: Hoe klein? 1.50? 1.40?

Sara: De allergrootste en dat was een reus van een man was 1.68 m. Oudere vrouwen zijn net boven de 1.30 m.

Pleuni: Ja, dat is klein! Hoeveel mensen heb je getest?

Sara: We hebben bijna de hele vallei getest. Wij wilden het liefste allemaal oude mensen, omdat zij klaar zijn met reproduceren. Maar helaas waren de oude mensen op een gegeven moment op. In totaal

hebben we rond de 650 mensen getest, maar daar zitten ook kinderen bij.

Pleuni: Heb je al resultaten?

Sara: Nee, nog niet. We hadden daar nauwelijks elektriciteit, dus we kwamen terug met grote hoeveelheiden boeken met aantekeningen die ik nog aan het verwerken ben.

De terminator en de cameraman

Pleuni: Wie had dit allemaal bedacht en gepland?

Sara: Lang lang geleden hebben Ton Groothuis (mijn prof) en Anke Bouma (een voormalige prof van psychologie) een voorstel ingediend en geld gekregen van NWO. Een promovendus van psychologie zou het project eigenlijk uitvoeren, maar die kon niet door persoonlijke omstandigheden. Toen hebben ze mij gevraagd.

Pleuni: En met hoeveel mensen waren jullie daar?

Sara: Reint en ik zijn daar 3 maanden geweest. Ton Groothuis ging de eerste week mee. En gelukkig was Wulf Schiefenhovel en een van zijn promovendi er de eerste twee weken om ons daar te introduceren.

Pleuni: Wie is dat?

Sara: Schiefenhovel is een duitse arts/antropoloog die daar in de jaren ’60 en ’70 veel onderzoek heeft gedaan. Hij kent dus veel van de oude mensen daar. Hij wordt vertrouwd en het was dus ideaal dat hij ons kon introduceren, zodat we meteen op goede voet met de bevolking stonden. Zonder hem hadden we daar helemaal niet kunnen werken.

Pleuni: En nu weer terug naar de vissen?

Sara: Ja, ben hard aan het schrijven aan een vissenpaper.

Pleuni: Wat is leuker? Vissen of mensen?

Sara: Oei, das een moeilijke vraag. Ik ben wel erg van de experimenten, en dat kan natuurlijk niet met mensen. Denk dus toch vissen, hoewel mensen ook wel heel interessant zijn.

Pleuni: Ik ben benieuwd naar de resultaten!

Sara: Ik ook!

Pleuni: heb je nog een leuke anecdote over het leven daar?

Sara: Oh, ja hoor!

“Op een middag hadden ze het helemaal voor elkaar. Tenbo, de gelukkige eigenaar van een televisie had het toestel buitengezet zodat meer mensen van het spektakel konden genieten. Ze hadden een film op de kop weten te tikken. Een film a la The Terminator. Helaas was ik er niet bij, maar het moet een mooie vertoning zijn geweest.

Wel hadden ze later nog een vraag over hoe die film nou gemaakt was. Dus op een avond in ons huisje waar we met een groepje genoten van een kopje warme oplosmelk kwam die vraag bovendrijven. Waarom zou zo’n gemene moordenaar nou een cameraman meenemen op zijn killing spree, dat is toch heel erg onhandig?

Toen wij het bestaan van acteurs uitgelegd hadden moesten Tenbo en zijn vrienden wel een beetje lachen. Dit was een vermakelijk en onschuldig misverstand, maar misverstanden zullen veel vaker voor gaan komen als ze langzaam maar zeker uit hun isolement komen. Iets wat zij liever vandaag dan morgen zien gebeuren! Maar ik hoop dat men hun onwetendheid over onze samenleving niet zal misbruiken.”

Pleuni: Dankjewel voor je tijd. Tot mails!

Sara: Graag gedaan!

Sara kijkt foto’s (foto: Alex Verkade).