compass In de tweede Lord of the Rings-film, met twee hobbits in zijn takken, spreekt Treebeard de historische woorden: “I always like going South. Somehow it feels like going downhill.” Treebeard is niet de enige, zo blijkt uit een studie die deze maand verschijnt in het tijdschrift Memory & Cognition: ook wij mensen geven de voorkeur aan de zuidelijke route, als we de keus hebben.

Logisch? Welnee. Toch associeert onze innerlijke TomTom het zuiden met een snellere, makkelijkere weg naar de eindbestemming, concluderen Tad Brunye en zijn collega’s van Tufts University. Zoals bij de meeste psychologieexperimenten werd een blik studenten opengetrokken, die met behulp van een plattegrond mochten bepalen hoe ze het snelst van A naar B zouden komen. Hierbij waren er twee duidelijke opties: een ‘noordelijke’ route (eerst naar ‘boven’, dan naar ‘rechts’, en dan weer naar ‘beneden’), en een zuidelijke, precies tegenovergesteld. Twee derden van de deelnemers bleek zuid te prefereren boven noord. Hetzelfde vraagstuk werd ook voorgelegd met een oost versus west dilemma, maar daar verschilde de voorkeur nauwelijks.

Maar waaróm wilden de studenten zo graag via het zuiden? Zagen ze het (onterecht) als de kortste route aan? Een volgend experiment vroeg de studenten niet naar hun voorkeur, maar naar welke route het langst was. Ineens bleek er geen enkel verschil te zijn tussen noord en zuid. De onderzoekers zochten daarom verder, en vroegen de proefpersonen naar hun mening over vastgestelde routes: hoeveel calorieen zouden ze verbruiken als ze dit liepen? En hoeveel benzine als ze met de auto zouden gaan? Zou er veel verkeer zijn? Of verwachtten ze een mooi uitzicht? Daar bleken de noordelijke en zuidelijke routes wel weer verschillend te scoren: zowel voor het calorieverbruik als het uitzicht scoorde het noorden significant hoger dan het zuiden. Een teken, vinden de onderzoekers, dat wij ‘noordelijk’ associeren met ‘naar boven’: het kost meer moeite om er te komen, maar als je er bent, dan heb je ook wat.

Dat wij het dus ten onrechte ‘makkelijker’ vinden om naar het zuiden te gaan dan naar het noorden, liet een laatste testje nog duidelijker zien. Hier werd de studenten gevraagd om de tijd in te schatten die het zou kosten om van stad X naar stad Y (beide in de VS) te gaan. Als de steden op de kaart op dezelfde hoogte lagen (en de route dus naar het westen of naar het oosten ging) was er volgens de studenten qua tijd geen verschil tussen heen en terug (op een totale reisduur van gemiddeld 16 uur). Maar routes die noordwaarts gingen werd gemiddeld zo’n twee uur langer ingeschat dan dezelfde route, in de omgekeerde richting.

De Pet Shop Boys mogen het er misschien niet mee eens zijn, maar het devies in ons brein is duidelijk: Go South!