Op 3 juni gingen ergens in Moskou de deuren van een 550 kubieke meter kleine ruimte dicht. Daarin waren net zes mannen gestapt die daar voor 520 dagen in zullen verblijven. Terwijl de rest van de wereld aan de televisie gekluisterd zit om naar het WK voetbal te kijken, proberen deze mannen een eigen plekje te vinden in het ruimteschip, een dagritme voor zichzelf te creëren en zich bezig te houden met een zee aan wetenschappelijke experimenten die ze moeten uitvoeren tijdens hun gesimuleerde missie naar Mars.

Mars 500 is een samenwerking tussen de ESA (European Space Agency), Roscosmos en het Russian Institute for Biomedical Problems met als voornaamste doel het testen van de psychologische en fysieke effecten van langdurige isolatie. Vanaf het moment dat de deuren dicht zijn gegaan hebben de zes mannen (drie Russen, een Chinees en twee Europeanen) alleen nog maar contact met elkaar en de controlekamer op Aarde.

Hoewel het nog wel even gaat duren voordat de mens voet op Mars zet (we weten niet eens meer hoe we op de Maan moeten komen), zijn dit soort experimenten toch waardevol. Omdat ze kunnen leiden tot inzichten waar we ook in het dagelijks leven wat aan hebben. Zo hebben in het verleden uitgevoerde vergelijkbare, zij het primitievere, isolatie studies geleid tot de ontdekking van ons circadiaans ritme.

Uit de tijd
De eerste belangrijke ‘uit de tijd’ studie dateert uit 1962. In dat jaar bracht Michel Siffre, een Franse speleoloog, twee maanden door in een ondergrondse gletsjer in Zuid-Frankrijk. Hij liet zijn onderzoeksteam boven de grond weten wanneer hij wakker werd, at en ging slapen maar hij hoorde niets terug van zijn collega’s en moest zelf proberen de tijd bij te houden. Toen Siffre op 17 september weer boven de grond kwam dacht hij dat het 20 augustus was. Het was dus heel moeilijk voor hem geweest om accuraat de tijd bij te houden in het donker: soms als hij dacht dat hij een middagdutje had gedaan, had hij in werkelijkheid acht uur geslapen. Maar de verwarring was puur psychologisch, want uit de informatie die Siffre had doorgegeven aan zijn team bleek dat hij er zelfs in het donker een ritme van ongeveer 24 uur op na had gehouden.

Omdat er in de tijd dat Siffre in zijn ondergrondse gletsjer zat nog niets bekend was over de ritmes van het menselijk lichaam, was dit een puur experiment; niet besmet met enige voorkennis. Kort na Siffre stopten de Russen en Amerikanen in het kader van de Koude Oorlog, ook mensen in bunkers om te kijken hoe lang ze dat konden uithouden. Siffre zelf ging ook nog twee keer in isolatie. In 1972 bracht hij bijna zeven maanden alleen door in een grot in Texas en in 1999, toen zestig jaar oud, ging hij nog eens twee maanden ondergronds.

Alles heeft een ritme
We weten nu dat de mens verschillende soorten ritmes heeft. Voorbeelden zijn de afwisseling van diepe slaap en REM slaap en de menstruele cyclus. Het waak/slaap ritme is een voorbeeld van een circadiaans ritme omdat het een periode heeft van ongeveer 24 uur (het woord circadiaans komt van de Latijnse woorden circa en dies die respectievelijk rondom en dag betekenen). Dit ritme wordt gecoördineerd door moleculaire oscillators die onze biologische klok vormen. Zoals Siffre al ontdekte is die klok in principe onafhankelijk van licht en donker. Toch is de afwisseling van dag en nacht (lees: licht en donker) belangrijk omdat dat via lichtgevoelige cellen in de retina de interne klok voortdurend gelijkzet met het 24 uur ritme van dag en nacht. Die synchronisatie is belangrijk omdat de interne klok een ritme heeft dat net afwijkt van 24 uur (bij sommige mensen duurt het iets langer, bij anderen wat korter), en zonder een duidelijke afwisseling van dag en nacht loop je binnen de kortste keren zo uit de maat dat je ’s nachts zin hebt om te eten, de auto te wassen en naar de sportschool te gaan.

Donker en alleen
Siffre onderwierp niet alleen zichzelf aan isolatie-experimenten. Zo vertrok Veronique le Guen, een vriendin van Siffre, in augustus 1986 met duizend liter water, 900 boeken en kratten vol ingeblikte en bevroren groenten naar haar grot om er 111 dagen later weer uit te komen. Een beetje bleek maar verder volkomen gezond naar het leek. Maar vier jaar later was ze dood. Zelfmoord. En hoewel je op één geval geen conclusies kan baseren, wees alles erop dat de isolatie van le Guen heel wat in haar had losgemaakt. Met haar dood als gevolg.

Het effect van isolatie op de menselijke psyche is buitengewoon interessant en nog volkomen onbegrepen. Niet helemaal toevallig is het ook precies het onderwerp van één van de wetenschappelijke onderzoeken verbonden aan het Mars 500 project. De Nederlandse Berna van Baarsen leidt dit onderzoek naar ‘het effect van eenzaamheid en de groepsdynamiek op het aanpassingsvermogen van de astronauten aan extreme omstandigheden’. Dit onderzoek zal ons niet alleen leren hoe mensen onder zware stress en in eenzaamheid functioneren, het zou bovendien wel eens de sleutel kunnen zijn tot onze eerste stapjes op Mars. Want de technologie, die komt er wel. De menselijke factor daarentegen zou wel eens de zwakste schakel kunnen blijken.

Dit stuk verscheen ook op de opiniepagina van de Volkskrantsite.