In Nederland is het percentage vrouwen in leidinggevende functies laag. Ondanks dat het opleidingsniveau van vrouwen allang even hoog is als die van de mannen (en zelfs het aantal studenten de mannen voorbijstreeft), weerspiegelt zich deze emancipatie nog niet in de arbeidsmarkt. In managementfuncties in hogere en wetenschappelijke beroepen zijn er volgens de CBS 27% vrouwen. De topfuncties worden door maar 7% vrouwen bekleed, wat ver onder het Europees gemiddelde ligt. En het aandeel vrouwelijke hoogleraren lag in 2007 bij maar 11%. Het is al veel beter dan 20 jaar geleden, maar er kan en moet nog het een of ander veranderen.

Er is al veel geschreven over de mogelijke oorzaken van het zo trage rechttrekken van de scheve verhouding van mannen en vrouwen in topfuncties. Ik wil hier een initiatief beschrijven die er wat aan wil doen.

Een jaar of drie geleden heb ik een beurs van de Robert Bosch Stiftung ontvangen. Deze beurs was gericht op ambitieuze vrouwen die een leidinggevende functie in wetenschappelijke beroepen voor ogen hebben. Het programma onder de treffende naam ‘Fast track’ bestond uit twee onderdelen. Ten eerste ontvingen we een maandelijks zakgeld, te gebruiken voor congresbezoeken of een schoonmaakhulp danwel extra kinderopvang. Zodat we zoveel mogelijk onze aandacht op ons werk konden richten. Ten tweede werden 3 á 4 daagse cursussen verzorgd om aan onze ‘soft skills’ te vijlen. Op deze cursussen leerden we fijne trucjes van leidinggeven, zichzelf presenteren en onderhandelen; kortom alles wat je nodig hebt om succesvol een leidinggevende functie te bekleden.

Naast de bekende onderdelen van management cursussen waren onze lessen soms ook bijzonder – een theaterproducent oefende bijvoorbeeld vechtscènes met ons. Of we deden stemoefeningen waarmee we binnen een dag allemaal zonder microfoon de laatste rij van een grote zaal konden bereiken. Maar we mochten ook de hoofdredacteur van het wetenschappelijke tijdschrift ‘Nature’ ontmoeten, vooraanstaande wetenschappers, wetenschapsjournalisten van de grote dag- en weekkranten, en voorzitters van belangrijke fondsen en industrie.

Eigenlijk weet ik nooit zo goed wat ik van programma’s moet vinden die specifiek op vrouwen gericht zijn. Ik blijf het bizar vinden. Immers wil ik op mijn kwaliteiten beoordeeld worden en niet op mijn geslacht. Bovendien kan ik me goed voorstellen dat mannen die graag verder wil komen net zo veel baat hebben van zo een beurs.

Alleen de belangrijke vraag hierbij is natuurlijk of het programma van de Robert Bosch stichting zijn doel heeft bereikt – en daar lijkt het sterk op. Van de 20 deelnemers hebben inmiddels zeker 15 vrouwen een leidinggevende functie. En de resterende 5 timmeren zo hard aan hun weg dat ook zij hoogstwaarschijnlijk allemaal binnen een jaar of twee hun doel zullen hebben bereikt.  En dat terwijl meer dan de helft 1 of meerdere kinderen heeft.

Misschien was het belangrijkste van deze beurs dat we elkaar hebben leren kennen. Het was erg prettig om dezelfde doelen voor ogen te hebben. Om het van elkaar normaal te vinden om zowel ambities in je beroep als een kinderwens te hebben. Dat deze combinatie moeilijk – en toch mogelijk is. En dat het ook prima is als je carrière wilt maken en je géén kinderen wilt. Klinkt allemaal zo logisch, en toch wordt het op de werkvloer vaak anders gezien.

We waren en zijn nog steeds een grote steun voor elkaar. Voornamelijk hiervoor ben ik de Robert Bosch Stiftung erg dankbaar. Volgens mij is het hoogste tijd dat iets soortgelijks ook in Nederland wordt opgezet.