De interactie tussen wetenschappelijk advies en politieke besluitvorming is een notoir ongemakkelijk proces. In theorie verzorgt de wetenschap onafhankelijk advies dat door de politiek gebruikt wordt om de best mogelijke beslissingen te nemen, maar in de praktijk worden politieke beslissingen vaak om minder verheven redenen gemaakt. Het politieke beleid voor cannabisgebruik in het Verenigd Koninkrijk is hier een mooi voorbeeld van.

In begin 2009 besloot de toenmalige Home Secretary (minister van Binnenlandse Zaken) Jacqui Smith, tegen het advies van haar wetenschappelijke raad voor drugsmisbruik, om cannabis te herclassificeren van Class C naar B. Daarmee kwam een maximale gevangenisstraf van 5 jaar op cannabis bezit te staan. Tegelijkertijd lanceerde de overheid een mediacampagne om het publiek met voorlichtingsfilmpjes te overtuigen om geen cannabis te gebruiken.

De gegeven reden voor deze hardere aanpak was de „onzekere effecten van cannabisgebruik op de mentale gezondheid“. Relatief recent wetenschappelijk onderzoek van Avshalom Caspi uit 2005 heeft inderdaad aangetoond dat cannabisgebruikers een significant hogere kans hebben om een psychose te ontwikkelen, en hoe groter de cannabisconsumptie, hoe hoger het risico.

Een serieuze zaak dus. Maar hoe groot is dat risico precies? Onderzoekers schatten in dat de kans op een psychose ongeveer 50% toeneemt met gemiddeld cannabisgebruik. Onder de normale bevolking komen gemiddeld 33 psychosegevallen voor per 100.000 mensen, en per 100.000 cannabisgebruikers stijgt dit dus naar 50 psychose gevallen. Ter vergelijking, tabaksrokers hebben een 2000% verhoogd risico om longkanker te ontwikkelen, terwijl longkanker normaalgesproken ongeveer evenveel voorkomt in de bevolking als psychose. Met andere woorden, het relatieve risico op psychose bij cannabisgebruik is niet bijzonder hoog. Professor David Nutt, de toenmalige voorzitter van de wetenschappelijke raad voor drugsmisbruik, classificeerde cannabisgebruik dan ook als behoorlijk minder schadelijk dan tabaks- en alcoholgebruik. Daarnaast schatte hij het risico voor negatieve gevolgen van paardrijden 28 keer hoger in dan het risico voor negatieve gevolgen van ecstasygebruik. Dat geeft toch te denken.

Niet geheel onverwacht besloot de nieuwe Britse Home Secretary, Alan Johnson, in november 2009 om David Nutt na deze uitlatingen te ontslaan als voorzitter van de onafhankelijke adviesraad. Tot zover dus het ideaal om onafhankelijk wetenschappelijk advies politieke besluitvorming te laten informeren. De situatie nam vervolgens een kolderieke wending toen bleek dat de opvolger van David Nutt, Les Iverson, zich in het verleden vóór legalisering van cannabis had uitgesproken. Desgevraagd antwoordde de kersvers benoemde adviseur voor het repressieve cannabisbeleid, begrijpelijkerwijs, dat hij zich dat niet zo goed meer kon herinneren.

Dit gerommel daargelaten is de relatie tussen cannabisgebruik en psychose natuurlijk wel verontrustend, en wat dat betreft kan het geen kwaad om jongeren te ontmoedigen om cannabis te gebruiken zou je zeggen. Maar is het ook een effectief middel om het aantal psychoses terug te dringen? Een recente publicatie van Matt Hickman en collega’s uit Bristol geeft inzicht in deze vraag door het aantal cannabisrokers dat zou moeten stoppen om één psychosegeval per jaar te voorkomen te kwantificeren. Ga maar na, als er 17 extra psychosegevallen per 100.000 cannabisgebruikers voorkomen, dan is dat één extra geval per 6.000 cannabisrokers. Je zou dus 6.000 cannabisgebruikers moeten overtuigen om te stoppen om een geval van psychose te voorkomen. Voorts kan je je afvragen hoeveel potentiële cannabisgebruikers je bloot moet stellen aan een mediacampagne om één persoon ervan te weerhouden cannabis te gebruiken. Rond de 20 wellicht? In dat geval zou je 120.000 cannabisgebruikers moeten bereiken om één geval van psychose te voorkomen.

Misschien is er binnenkort een Bob Marley concert op tv?

Dit is het eerste stuk van Sietse Jonkman op sciencepalooza.nl. Sietse heeft zijn promotie in de neurowetenschappen volbracht in Cambridge (Engeland). Hij is vooral geïnteresseerd in psychiatrische aandoeningen en alles wat daarmee te maken heeft.