Eén van de grote vragen in gedragswetenschappen is of onze gevoelens en gedrag aangeboren zijn, en zo ja, in welke vorm. Het onderzoek hieraan houdt niet op bij mensen, dieren worden evenwel uitgebreid bestudeerd in wat ze al dan niet kunnen. En zowel studies bij mensen als dieren maken in de laatste decennia grote vorderingen. Een recent onderzoek richt zich op het rechtvaardigheidsgevoel van kleine kinderen. Deze studie toont aan dat kinderen al heel vroeg het onderscheid tussen goed en slecht gedrag kunnen maken.

Proefopzet

Om het gedrag van kinderen te observeren maakten onderzoekers van Yale in de VS gebruik van een vrij simpele proefopzet. Ze lieten anderhalf jaar oude kinderen naar een poppenspel kijken, bestaande uit drie poppen. De pop in het midden speelt met een bal en laat die naar zijn vriendjes toe rollen. De één speelt de bal terug naar de pop in het midden, terwijl de ander de bal pakt en ermee wegloopt. Na afloop van het spel mag het kind één van de twee poppen kiezen: de sociale of degene die wegloopt. Meer dan 80% van de anderhalf jaar oude kinderen kiest voor de pop die de bal terug heeft gespeeld. Grappig genoeg kiezen zelfs baby’s van 8 maanden voor de meespelende pop. Deze en andere erg mooie proefjes, kunt u in een recente essay op de New York Times nalezen van de psycholoog Paul Bloom.

Aangeboren eigenschappen

De implicaties van dit onderzoek zijn heel interessant. Als namelijk baby’s al zo vroeg in hun ontwikkeling in staat zijn om wangedrag te herkennen, betekent dat dan dat het onderscheid maken tussen ‘goed’ en ‘slecht’ gedrag aangeboren is? Dat baby’s aangeboren basiskennis hebben is niet uniek. Ze kunnen bijvoorbeeld ook op een heel primitieve manier tellen: als je twee poppetjes verstopt en er later één of drie weer opduiken, reageert een baby zeer verbaasd, terwijl dit bij twee poppetjes niet gebeurt. Volgens Bloom fungeert dit aangeboren gedrag als een soort ‘blueprint’ die een kind uitrust met de nodige grondkennis. En deze basis is nodig om het nieuw geleerde te kunnen begrijpen en te kunnen verwerken.

Mens eigen?

De vraag is waar onze moraal zijn oorsprong vindt. Als we veronderstellen dat het moraal besef aangeboren is, is het dan niet aannemelijk dat dieren ook gevoel voor recht en onrecht hebben?

Deze hypothese staat haaks met het traditionele denken van de westerse wereld. Er wordt juist altijd naar verschillen gezocht tussen mens en dier in plaats van de overeenkomsten die we met de dieren hebben. Veel zogenaamd mensspecifieke kenmerken zijn de revue gepasseerd. Daarbij hoort het gebruik van gereedschappen, het zichzelf herkennen in een spiegel, inlevingsvermogen tonen in anderen (ook buiten de eigen soort), het vermogen om in de vierde dimensie (tijd) te denken – en bovendien zouden we het enige wezen zijn met moraal besef.

Vervagende scheidslijnen

Stukje bij beetje laten gedragstudies bij dieren zien dat de scheidslijn tussen mens en dier lang niet zo scherp is als men vroeger dacht. Inmiddels zijn de meeste van de zogenaamd typisch menselijke eigenschappen ook bij dieren aangetoond. Kraaien gebruiken gereedschap om bij eten te komen. Dat doen bepaalde chimpanseekolonies ook, die behendig met stenen harde palmnoten kunnen kraken. Kraaien kunnen zichzelf in de spiegel herkennen, net als dolfijnen, olifanten en mensapen.

Bonobo’s en dolfijnen vertonen inlevingsvermogen, en niet alleen richting hun eigen soort. Dolfijnen staan erom bekend dat ze mensen uit zee hebben gered. Om dit te kunnen moeten ze wel begrijpen dat de persoon in gevaar is. Een ander mooi voorbeeld is een bonobo die een geblesseerde vogel nadat hij was bijgekomen mee had genomen in de boom – om de vogel vanuit een hoger plekje te laten wegvliegen. Ook dit verhaal maakt duidelijk dat de bonobo begrijpt wat de vogel nodig heeft. Een ander ‘menselijke’ trek valt bij chimpansees te vinden: ze zijn uitstekende politici die strategische machtspelletjes spelen. Veel meer voorbeelden uit de recente literatuur vind u op deze primatologenblog.

Instinctief recht en onrecht

Zelfs het begrip moraal is niet ‘typisch menselijk’. Mensapen zijn een goed voorbeeld hiervan. Zo hebben de Nederlandse primatoloog Frans de Waal en zijn collega’s laten zien dat vrouwelijke chimpansees heel boos worden als mannetjes zwaarder gestraft worden dan nodig door een mannetje dat hoger in de rangorde staat en zijn frustraties af wil reageren. Dit wangedrag blijkt ook grote gevolgen te hebben, voornamelijk tijdens latere machtstrijden – hun succes hangt hierbij sterk af van de ondersteuning van de vrouwtjes in de kolonie (mocht u hierover meer willen weten dan raad ik u de populairwetenschappelijke boeken van Frans de Waal aan, ze zijn een genot om te lezen).

In de Volkskrant en op sciencepalooza schreven we al eerder over hoe ongelijke behandeling zowel bij mensen als bij apen tot grote onvrede leidt (bv door hoge bonussen bij mensen, of beter eten bij apen). Uit het hier beschreven onderzoek van Bloom en collega’s wordt duidelijk dat het gevoel voor recht en onrecht al heel vroeg ontwikkeld is. De hypothese van Bloom dat moraal aangeboren is staat haaks met het eerder gevoerde idee dat moraal besef bij ons puur en alleen door opvoeding wordt ontwikkeld. Dat wij net als dieren instinctief een gevoel voor recht tonen, pleit voor Bloom’s hypothese.